|
Beat
is de verzamelnaam voor
popmuziek tussen '63 en '67, een periode waarin singles nog
belangrijker zijn dan
elpees en het standaardinstrumentarium bestaat uit twee gitaren,
een basgitaar en drums.
In engere zin de benaming van een oorspronkelijk Britse muziekstroming. De Engelse popscene biedt in '62 een weinig opwekkende aanblik. Zangers als Cliff Richard (met Shadows), Adam Faith en Billy Fury, gemodelleerd naar Amerikaanse rockers van de tweede generatie als Bobby Vee, beheersen het algemene beeld van schijnbaar onveranderlijke gezapigheid. |
|
In de
havenstad Liverpool,
ver van de Londense muziekindustrie waar men druk de gevestigde
sterren in stand probeert te houden, ontwikkeld zich in
koffiebars en kleine clubs als de cavern iets nieuws.
Terwijl in Londen vocale groepen passe worden geacht, verwerven die in Liverpool juist een grote lokale populariteit. Deze bands komen oorspronkelijk voort uit de britse skiffle-scene en hebben onder invloed van de rock & roll hun akoestische gitaar, zeepkistbas en wasbord ingeruild voor elektrische gitaren en een drumstel. Het
repertoire wordt geput uit de jukeboxen, die vol zitten met door
Amerikaanse zeelieden meegebrachte rock & roll-hits, materiaal
van amerikaanse 'girl groups' en plaatjes van de net opkomende
Motown-artiesten. Zo staat de
eerste Motown-hit,
Money,
al snel op
ieders repertoire, Blues en 'deep' soul zijn, in tegenstelling
tot Londen (Rolling Stones,
Pretty Things), in Liverpool
niet geliefd. |
|
Verenigde Staten
Begin '64 is de Amerikaanse (blanke) muziekscene behoorlijk ingedut. De surfrage is uitgewoed en The Beach Boys zoeken andere onderwerpen om over te schrijven, auto's en meisjes bijvoorbeeld. De hitparades staan vol pre-fab artiesten die van muziek worden voorzien vanuit de Brill Building in New York, waar alle muziekuitgevers huizen. Daar schrijven tussen negen en vijf Gerry Goffin en Carole King, Barry Mann en Cynthia Weill, Howard Greenfield, Neil Sedaka en tientallen anderen in kleine kamertjes met alleen een piano honderden hits. Zelfstandig werkend, maar niet minder productief, is het duo Burt Bacharach en Hal David. Grote hitmakers zijn ook The Four Seasons (Sherry, Big Girls Don't Cry). Na de droefenis over de moord op president John F. Kennedy kunnen de Verenigde Staten begin '64 wel een verzetje gebruiken. Dat komt er in de vorm van een britse invasie, aangevoerd door The Beatles, de Stones en de Dave Clark Five. Het optreden van de Fab Four in de Ed Sullivan Show inspireert talloze Amerikaanse jongeren tot het zelf beginnen van een beatband, zoals The Byrds, The Beau Brummels (Laugh Laugh, Just A Little), The McCoys (Hang On Sloopy, met Rick Derringer), The Knickerbockers (Lies) en The Leaves (Hey Joe). Zelfs folkie Bob Dylan gespt een elektrische gitaar om, gevolgd door The Turtles (Happy Together, Elenore; met Mark Volman en Howard Kaylan-vanaf '70 bij Frank Zappa, daarna solo als Flo & Eddie), The Fugs, The Mamas & The Papas en The Lovin'Spoonfull. In de Verenigde Staten wordt de beat al snel vercommercialiseerd met Paul Revers & The Raiders (Kicks, Hungry), Tommy James & The Shondells (Hanky Panky, Mony Mony), The (Young) Rascals (Good Lovin', Groovin', People Got To Be Free), The Association (Cherish, Windy), Sonny & Cher en The Monkees. Maar in talloze garages gaan groepen als The Sonics en The Electric Prunes juist een tegenovergestelde richting op en ontwikkelen een nieuw genre: Psychedelica. Pre-Echo's daarvan klinken door in hits uit '66 van de Bobby Fuller Four (I Found The Law), The Mysterians (96 Tears) en The Left Banks (Walk away Renee).
Andere landen |