![]() |
|
1653-1830: Marching bands in USA Toen Amerika uiteindelijk als de United States of America de wereld ging domineren, zou het land de toon gaan zetten bij de ontwikkeling van het moderne drumstel. Drums werden in de USA vooral verder ontwikkeld dankzij de (militaire) marching bands. De oudst bekende band van de Nieuwe Wereld is een groep uit New Hampshire, in 1653 bestaande uit 15 oboe-spelers en twee slagwerkers. In de tweede helft van de achttiende eeuw groeide het aantal marching bands met slagwerk snel onder Britse invloed. Militaire bands waren vanaf die tijd een belangrijke factor in het Amerikaanse culturele leven. Tot aan het begin van de twintigste eeuw drukken ze - net als de zwarte slavenarbeiders - een belangrijk stempel op de ontwikkeling van getrommelde ritmes en de ontwikkeling van onder meer snaredrums en grote bassdrums. 1850-1900: Grote Amerikaanse Drummakers De tweede helft van de negentiende eeuw is de periode waarin veel van de later grote namen uit de Amerikaanse drumindustrie hun activiteiten beginnen. Zo vormt Joseph Rogers in Manchester, New Jersey zijn firma, kort nadat hij in 1849 vanuit Ierland naar de USA was getrokken. In 1854 beginnen Silas Noble en James Cooley in een boerderij in Massachusetts met het maken van speelgoeddrums, twee jaar later vormen ze de firma Noble & Cooley. In 1883 begint Friedrich Gretsch in Brooklyn, New York een handel in muziekinstrumenten, nadat hij in 1872 vanuit de Duitse stad Mannhein naar de USA was gekomen. Vanuit de zaak van Gretsch ontstaat de gelijknamige drumcompany. Ook in Europa stonden de ontwikkelingen niet stil. In 1875 werd in Duitsland Sonor opgericht door houtbewerker Johannes Link. Sonor bouwde oorspronkelijk vooral drums voor militaire bands en was rond het midden van de 1920's uitgegroeid tot één van de grootste drumbouwers ter wereld en - met Premier - de belangrijkste drummaker van Europa. 1895: Grant Leedy komt Beroepsmuzikant Ulysses Grant Leedy start in Toledo in de Amerikaanse staat Ohio onder de merknaam Leedy met de productie van slagwerk. Het leidt onder meer tot de eerste verstelbare snaredrum standaard in 1898 en de eerste pearl coverings in 1926. 1900: Militaire Marchingbands Amerika werpt langzaam maar zeker het puriteinse juk voorzichtig af en gaat dansen. Het zijn met name de militaire marchingbands met hun blazers, trommels en bekkens die zorgen voor muzikaal vertier in de dansclubs van de grote steden. 1900: Emile Boulanger, snaredrum pionier Emile Boulanger begint de Duplex Drum Company. Boulanger en Duplex gelden als een pionier op het gebied van snaredrum design. Boulanger maakte in 1882 in Saint-Louis in de Amerikaanse staat Missouri zijn eerste drums en zorgde in zijn korte loopbaan (hij stierf in 1908) voor enkele doorbraken van belang. Zo was hij verantwoordelijk voor de spanningshouders die achter de ketels konden worden gehaakt. Na zijn dood werd Duplex nog voortgezet. In de 1930's maakte Duplex naam met ketels van aluminium. In 1968 sneuvelde Duplex. 1909: Bassdrum pedaal mét veer William F. Ludwig uit Chicago doet een belangrijke uitvinding, nml. een bassdrum pedaal waarbij het pedaal is voorzien van een veer. Hierdoor kan één drummer voortaan snaredrum en bassdrum tegelijk spelen. Dat werkt met name kostenbesparend voor bioscopen, waar het ritme voor de muziek bij stomme films nu door één persoon kan worden aangegeven. De allereerste jazz- en bluesbands hadden nog vaak twee drummers, van wie er één een grote bassdrum voor de buik droeg. 1910: Ludwig begint met slagwerk productie De gebroeders William F. en Theobald Ludwig beginnen onder de naam Ludwig & Ludwig met het maken van slagwerk naar aanleiding van het succes dat ze behaalden met hun voetpedaal voor de bassdrum. In 1911 komt de eerste metalen snaredrum van Ludwig op de markt. 1922: Premier Drum Company start De Amerikaanse drumbouwers zouden de wereld van de moderne muziek gaan veroveren, maar het Britse merk Premier zou lange tijd een flink partijtje meeblazen. Premier wordt in 1922 opgericht door de Londense slagwerker Albert Della Porta. Premier profiteerde van de opkomst van de jazz in Europa en maakte hierdoor tot aan de Tweede Wereldoorlog een flinke groei door. Ook na de oorlog en na de opkomst van de rockmuziek bleef Premier een rol van betekenis spelen. Aan het einde van de 1980's was Premier op sterven na dood, maar werd van de ondergang gered door Yamaha. Vanaf 1995 staat Premier weer op eigen benen. 1926: Eerste commercieel succesvolle hi-hat Barney Walberg van Walberg & Auge bouwt de eerste commercieel succesvolle hi-hat. Het bedrijf zal gedurende enkele tientallen jaren een voorname toeleverancier zijn van de drumfabrikanten. Papa Jo Jones van het orkest van Count Basie was één van de eersten die volop de hi-hat gebruikte in zijn drumset en die belangrijk bijdroeg aan de popularisering van dit onderdeel. De voorganger van het pedaal - de zogenaamde low-boy uit 1925 - zou een vinding zijn geweest van drummer Vic Berton. 1927: Slingerland en Ajax Drumbouwer Ludwig is banjo’s gaan verkopen en als reactie hierop begint de banjomaker Slingerland Banjo Company met het maken van drumstellen, in 1928 verandert de naam van het bedrijf dan ook in Slingerland Banjo & Drum Company. Dankzij bigband drummer Gene Krupa zullen de drums van Slingerland in de 1930’s uitgroeien tot de grote naam van het jazzdrummen. Ook in 1927 verschenen in Engeland de eerste drumstellen op de markt met het Ajax-logo, een merk van distributeur Hawkes in Londen. De ontwerpen waarmee Ajax naam maakte doen erg denken aan de designs van Ludwig en Leedy. In de 1940's en 1950's was Ajax één van de belangrijkste merken in Europa. Ook Beatles-drummer Ringo Star drumde op een Ajax-kit voordat hij overstapt op Ludwig. In 1970 verdween het merk van het toneel. 1929: Zildjian in Boston Avedis Zildjian de Derde opent in de buurt van Boston, USA een bekkenslagerij. Hij speelt in op de groeiende markt van drummers, nadat eerst vanaf circa 1900 Gretsch Drums bekkens van Zildjian vanuit Turkije in de VS had geimporteerd. De geschiedenis van Zildjian gaat terug tot 1623, toen de Armeen Avedis Zildjian (waarschijnlijk met zijn vader Kerope) in Istanboel de basis voor de bekkenslagerij legde, nadat de Zildjians erin waren geslaagd uit 80 procent koper en twintig procent tin een goede mix te maken voor bekkens. Avedis ontleende hieraan zijn latere achternaam. Zildjian is namelijk een verbastering van Zilciyan, een Armeens woord dat letterlijk 'zoon van cimbaalmaker' betekent. Halverwege de negentiende eeuw kwam eerst export naar andere Europese landen op gang vanuit Istanboel en sinds 1851 werd Zildjian als merknaam gehanteerd; rond 1900 werden dus de eerste bekkens in Amerika geleverd. 1934: Slagknuppel van lamswol Het bassdrum pedaal is inmiddels behoorlijk ingeburgerd. Nieuw is het pedaal van Premier, de Swingster 282. Het is een slagknuppel die voorzien is van een donslaagje van lamswol. 1935: De eerste stembare toms De eerste stembare tomtoms met drumheads zowel aan de onder- als aan de bovenkant komen beschikbaar. Slingerland in Chicago maakte ze op verzoek van bigband drummer Gene Krupa, die speelde bij het orkest van Benny Goodman. Voordat deze uitvinding werd gedaan, moesten drummers zich behelpen met niet te stemmen toms. Meestal werden in deze tijd bovendien vellen van kalfsleer gebruikt, dierlijke vellen dus waarbij de toon snel wegzakte als ze uitdroogden. 1935: Eerste drumsolo op plaat Drummer Gene Krupa zet met het orkest van Benny Goodman zalen op zijn kop met drumsolo's. In 1935 wordt - voor zover bekend - de eerste drumsolo aan de plaat toevertrouwd, in het nummer 'Sing, Sing, Sing'. De drummer treedt hiermee als muzikant voor het eerst nadrukkelijker op de voorgrond. 1937: Gene Krupa zet standaard Rond 1937 begint Gene Krupa te spelen op een vierdelige drumset, de Slingerland Radio Kit. Deze kit is legendarisch omdat veel latere drumstellen ervan worden afgeleid. De Radio King van Slingerland bleef gedurende de gehele 1940's dé drumkit bij uitstek voor veel bigband- en jazzdrummers. 1930's: Rides, crashes en splashes De dikke ride bekkens en de dunnere en kleinere crashes en splashes ontstaan in de 1930's. Hun oorsprong is in vrijwel alle gevallen terug te voeren tot de bekkenslagerij van Avedis Zildjian in Quincy, in de buurt van Boston, USA. Avedis heeft veel contact met de belangrijke jazzdrummers uit deze periode en haakt met de nieuwe bekkens in op hun verzoeken. Onder hen zijn onder anderen Gene Krupa en Papa Jo Jones. 1947: Een dubbel stel bassdrums De eerste drumsets met een dubbele bassdrum zijn een feit. Gretsch introduceerde ze - voor zover bekend - als eerste slagwerkbouwer op een wat grotere schaal. 1949: Drums on the Rock Verschillende drumpartijen van Chris Columbus worden wel beschouwd als trendsettend voor het latere rock & roll drummen. Columbus is drummend te horen op twee vroege opnames met de Tympany Five, de band van Louis Jordan, op opnames uit dit jaar als 'Caldonia' en 'Let The Good Times Roll'. Begin 1950's: Nieuwe drumpioniers Muddy Waters komt van de Mississippi Delta naar de grote stad Chicago in 1948 en draagt belangrijk bij aan het ontstaan van de elektrische blues. Rond 1950 doen nieuwe drumpioniers binnen de blues van zich spreken. Eén van hen is Fred Below, die speelde in de bands van onder anderen Waters, John Lee Hooker, Bo Diddley, Chuck Berry, Howlin' Wolf, Dinah Washington, Elmore James en Little Walter. Below (geboren in 1926) begint zijn loopbaan in de jazz, vervolgt het drummen in een militaire band en raakt in 1951 in de blues verzeild. Hij drukte een belangrijk stempel op het ritme van destijds. Hetzelfde deed Earl Palmer in de gehele 1950's, maar dan in de rhythm & blues scene van New Orleans. Net als Below kwam hij uit de bebop, maar aan het einde van de 1940's kwam Palmer in de blues terecht. Hij is te horen op de grote successen van Fats Domino, Little Richard en Smiley Lewis. 1950’s: Veel transacties in drumbizz De grote jaren van de jazz zijn voorbij, nieuwe muziek doet zijn intrede, de traditionele Amerikaanse drummakers maken roerige tijden door. Het is onrustig op de drummarkt, onrust die aanhoudt tot rond 1980, maar in 1950 al begint. Instrumentenbouwer C.G. Conn Company koopt in 1950 zowel Leedy als Ludwig en voegt de twee bedrijven samen. Het avontuur duurt maar vijf jaar, want in 1954 verkoopt Conn eerst Leedy voor 90.000 dollar aan Bud Slingerland van de gelijknamige drumbouwer en een jaar later verkoopt hij voor hetzelfde bedrag alle rechten op de naam Ludwig aan William Friedrich Ludwig junior. Grossman Music verwerft rond deze tijd de rechter op het drummerk Rogers, het merk dat in 1966 bij CBS terecht komt (dat dan ook net eigenaar van gitaarfabriek Fender is geworden). Rogers blijft tot ver in de 1980’s het eigendom van CBS. Slingerland wordt in 1969 verkocht aan Gretsch en wordt later het eigendom van Gibson. Gretsch zelf is gedurende enige jaren het eigendom van de Baldwin, de pianofirma, maar komt in 1983 weer in handen van Fred Gretsch. Ook de Japanners roeren zich dan inmiddels. In 1978 koopt Hoshino Gakki (dat Tama als drummerk heeft) de rechten op het Amerikaanse drummerk Camco. 1950: Pearl begint met drums De Japanse firma Pearl bouwde in 1950 zijn eerste drumkit. In 1961 werd een grote fabriek geopend in Chiba, van waaruit Pearl aanvankelijk onder andere merken (private labels) bouwt voor muziekgroothandels. Pearl bouwt drums van merken als Maxwin, Goldtone, Star, Magnum Crest, Revelle, Lyra, Majestic, Whitehall, Apollo en nog ongeveer 25 andere merken. Pearl ontstond uit het bedrijf dat in april 1946 in Tokyo werd opgericht door Katsumi Yanagisawa en aanvankelijk gespecialiseerd was in het maken van muziekstandaards. In 1966 introduceert Pearl de President Series, zijn eerste professionele drumsets. 1953: Synthetische vellen van Evans en Belli Het eerste synthetische (en dus niet meer van dierlijke huid gemaakte) drumvel wordt gemaakt bij het chemische concern Du Pont. Het is bestemd voor jazzdrummer Sonny Greer en draagt de naam Mylar. Spoedig gaat Marion Evans (Evans Heads) ze produceren in grotere aantallen en de écht grote doorbraak dient zich vanaf circa 1957 aan als ook Remo Belli (Remo Drumheads) zich van dezelfde veltechniek gaat bedienen. 1954: That's allright mama Elvis Presley en de rock & roll doen hun intrede. Rock & roll zonder drums is bijna ondenkbaar. Maar op Presleys eerste grote song, That's allright mama, ontbreekt het drumstel desondanks. 1957: Rockdrumkit is ingeburgerd De drumkit heeft zo'n beetje zijn standaard set-up bereikt. Dat wil zeggen: een bassdrum, een snaredrum, een gekantelde tom, een staande tom, een hi-hat, een ride cymbal en een crash cymbal. Verder: een bassdrum pedaal met een slagknuppel van leer of kunststof, eventueel een tweede vloercymbaal (de andere maakten meestal integraal onderdeel uit van de kit) en een kruk. De rock kan écht beginnen, de rechte achtsten doen als ritme hun intrede op grote schaal en dringen de zesachtsten en de swingbeats naar de achtergrond. 1959: De eerste échte ritmeboks? De Sideman van Wurlitzer beleeft zijn vuurdoop en wordt wel beschouwd als de eerste echte ritmeboks. 1962: Arbiter opent Drum City in Londen Arbiter, een Britse importeur annex drumbouwer, opent in Londen Drum City en gaat drumkits van Ludwig uit de VS importeren. Luttele maanden na de opening stapt drummer Ringo Star de winkel binnen en ruilt zijn kit van Britse makelij in voor een Ludwig. Deze aankoop zal een enorme impact hebben (zie 1964) en er mede voor zorgen dat de Britse drumbouwers marktaandeel verliezen. 1963: Hal Blaine komt Hal Blaine wordt wel beschouwd als de oervader van het moderne rock & roll drummen. Zijn beat in de hit 'Be My Baby' van The Ronettes in 1963 wordt door velen gezien als een keylick. Hal Blaine drumde op liefst 35.000 popsongs, waarvan er 150 in de Top 10 kwamen en 40 de eerste plaats in de charts bereikten. Hij werkte als sessiedrummer voor onder anderen Elvis Presley, Simon & Garfunkel, Frank Sinatra, The Byrds en speelde mee op veel platen van producer Phil Spector. Hal Blaine werd in 1929 geboren als Harold Simon Belsky en werd in 1948 professioneel drummer. 1964: Ringo hits America Het eerste Amerikaanse televisieoptreden van The Beatles heeft een grote invloed op de verandering van het gezicht van de populaire muziek. Drumbouwer Ludwig spint er garen bij omdat Beatles-drummer Ringo Star met een Ludwig-kit op de beeldbuis verschijnt. Ook bekkenslager Zildjian breekt alle omzetrecords als gevolg van het TV-optreden. De Amerikaanse poot van Zildjian heeft aan het einde van het jaar het recordaantal van 90.000 bekkens in bestelling staan. Het Amerikaanse TV-debuut van de Fab Four uit Liverpool betekent een doorbraak van de rockdrumkit naar grote groepen tienerjongens. 1964: Martin Cohen bouwt bongo's Latijns-Amerikaanse slagwerkinstrumenten waren in de USA aan het begin van de 1960's moeilijk verkrijgbaar door de Amerikaanse handelsboycot van Cuba en andere Zuid-Amerikaanse staten. Fotograaf, student en engineer Martin Cohen was een liefhebber van Latin Jazz en bouwde in 1964 in New York vanwege dit gebrek zijn eigen set bongo's aan de had van fotovoorbeelden van het slagwerk van Johnny Pacheco. Cohens bedrijf Latin Percussion (ofwel LP) werd uiteindelijk marktleider in de sector percussie-instrumenten. In oktober 2002 nam multinational Kaman Music LP over. 1965: De B8 bekkens van Paiste 80 procent koper en 20 procent tin. Dat was de legering voor bekkens die tot 1965 het meest gangbaar was. In 1965 introduceert fabrikant zijn B8 bekkens, 92 procent koper en 8 procent tin. Deze legering wordt een nieuwe standaard voor drumbekkens. 1965: Weird Trixon kits In 1965 begon Karl-Heinz Weimer in Hamburg, Duitsland met het maken van de meest extravagante drumstellen van de 1960's onder de naam Trixon. Zo had Trixon bassdrums die de vorm hadden van een op zijn kant liggend ei. Trixon maakte onder meer korte tijd naam doordat Freddy Marsden van Gerry & The Pacemaker frequent op een rode Trixon Telstar kit speelde. 1965: Bob Grauso en Fibes In 1965 begint drummer Bob Grauso samen met chemicus (en ook drummer) John Morena op Long Island NY de Fibes drumcompany. Fibes is de voorloper in de trend om drumketels te maken van glasvezel, een materiaal dat onder drumbouwers en drummers gedurende de 1970's enige tijd populair was. 1965-1966: Hoshino Gakki en Yamaha De Japanse firma Hoshino Gakki - oorspronkelijk handelaar in bladmuziek, later bouwer van Ibanez gitaren - leverde in 1965 zijn eerste drumkit af, dan nog onder de naam Star Drums. In 1974 werd de naam veranderd in Tama, de naam van de vrouw van de oprichter van Hoshino Gakki. Met een uitgekiend endorsersbeleid (Billy Cobham, Stewart Copeland) en een goede prijs-kwaliteit verhouding wist Tama zich met name in de 1980's wereldwijd goed in de kijker te spelen met zijn drumkits, nadat eind 1977 de eerste topklasse kit was ontwikkeld samen met Cobham. Een jaar na Tama begon ook Yamaha met het maken van drums. Dit Japanse concern, ontstaan in 1887, maakte in 1966 al een breed scale aan muzikale producten (gitaren, toetsinstrumenten, harmonica's, blaasinstrumenten, motoren). 1966: Ginger Baker lichtend voorbeeld Ginger Baker, drummer van supergroep Cream, is niet alleen de maker van de eerste drums van plexiglas maar is ook degene die het drummen op een hoger plan brengt. Op Creams eerste album 'Fresh Cream'uit 1966 staat de track 'Toad' met één van de meest besproken drumsolo's aller tijden. 1967: De vijfdelige drumkit burgert in Tot in de tweede helft van de 1960's was de vierdelige drumkit de standaard (met één hangende tom). In 1967 is de vijfdelige kit volop ingeburgerd, doorgaans met een hangende tom van 12 inch en een hangende tom van 13 inch. Er zijn echter drummers wier drums uit veel meer onderdelen bestaan. Opzien baart bijvoorbeeld Keith Moon van The Who met een liefst 9-delige drumkit, met onder meer drie hangende toms, twee bassdrums en twee staande toms. In navolging van Keith Moon en Ginger Baker werden de drumstellen groter en groter. 1969: Memory Lock van Rogers De Amerikaanse drummer Dave Donahoe was het op een goed moment zat dat hij elke keer opnieuw op zijn drumkit zijn ideaal geachte setup van de trommels moest afstellen. Hij ontwikkelde het zogenaamde Memory Lock systeem, dat het niet alleen eenvoudiger maakte eerder gekozen posities van de trommels opnieuw in te stellen, maar bovendien de mogelijkheid bood de drumkit flink uit te breiden via een (dikke) pin-in-gat constructie. Donahoe vond met zijn vinding gehoor bij de noodlijdende Amerikaanse drumbouwer Rogers die met zijn zogenaamde Memriloc System een korte opleving beleefde. Andere fabrikanten namen nadien de constructie of een soortgelijke constructie over. Donahoe claimt ook de eerste te zijn die een plakmicrofoon toepaste op de drumheads. 1970: De drie bassdrums van Billy Cobham Drummer Billy Cobham (geboren 1944, Panama) is om minimaal twee redenen een drumlegende. Hij geldt als de eerste drummer die weg weet met drie bassdrums aan zijn voeten, getuige zijn werk op de plaat 'Live-Evil' van Miles Davis uit 1970. Kort na deze plaat verlaat Cobham het kwintet van Miles Davis en ontwikkelt hij zich tot de drumpionier van de fusion. 1973: Pure drumhit hits the charts In 1973 stoot 'Dance with the devil' van de Engelse drummer Cozy Powell door naar de hoogste regionen van menig Europese hitparade. Binnen de popmuziek is het een unicum dat een pure drummerscompositie zoveel commercieel succes behaalt. Powell was drummer bij onder meer Black Sabbath, Whitesnake, Rainbow en werkte met gitaristen als Peter Green en Brian May. Powell (van 1944) overleed in 1998. Het jaar 1973 leverde ook de anti-drumhit 'Rock Your Baby' op van George McCrae. Op deze plaat speelt het synthetische geluid van één van de eerste generatie drummachines ofwel ritmeboksen een hoofdrol. In 1969 verschenen onder meer de Rock-Mate en de Rhythm-Ace ritmeboksen op de markt. Begin 1970's: Aziaten veroveren drumwereld Roemruchte Amerikaanse drumbouwers als Ludwig, Rogers en Slingerland, maar ook het Britse merk Premier krijgen het moeilijker. Aziatische drumbouwers onder aanvoering van Pearl (als voorloper), Yamaha en Tama uit Japan veroveren een steeds groter stuk van de markt. Reden: de gunstige prijs/kwaliteit verhouding ten opzichte van de westerse bouwers. Met name de hardware van Pearls Export Series wordt geroemd. Nog een andere ontwikkeling in de drumsector van de 'seventies': Remo verblijdt de wereld met drumsheads die voorzien zijn van een zwart rondje in het midden, de zogenaamde black dots. 1975: Close miking van de drums Halverwege de 1970's raakt het in om de drums uit te versterken via de techniek van close miking ofwel microfoons die heel dicht op het vel of zelfs in de trommels zitten. Hiertoe verwijderen veel drummers zelfs het ondervel van hun toms. Dit laatste is geen blijvende trend, maar onder anderen Phil Collins blijft het doen. 1975: Arbiters Autotune De Britse bouwer Arbiter ontwikkelde in 1975 de Autotune, een spanningssysteem dat ervoor zorgde dat de drums beter en eenvoudiger gestemd konden worden. Andere bouwers vonden hierin inspiratie om hun eigen vergelijkbare systemen te ontwikkelen. 1976: John Bonham schrijft rockhistorie Wat Gene Krupa was voor de bigband jazz in de 1930's, was de Britse drummer John Bonham voor de rockmuziek in de 1970's. Bonham (1948-1980) baarde opzien met zijn uitputtende drumsolo's in de film en op de plaat 'The song remains the same' van Led Zeppelin uit 1976. Hij schrijft er rockhistorie mee. 1977: Roland presenteert de CR-78 Roland komt met de CR-78 Rhythm Composer, een ritmebox die opzien baarde. Het was de eerste ritmebox waarmee het mogelijk was de aanslag accenten mee te geven. Spoedig deed het gerucht de ronde dat échte drummers wel eens overbodig zouden kunnen worden in popbandjes. Niets bleek minder waar, maar het begin van een belangwekkende technologische ontwikkeling was de CR-78 wél. Ook in 1977 verschijnt het eerste nummer van het Amerikaanse blad Modern Drummer, het magazine dat zal uitgroeien tot 's werelds belangrijkste tijdschrift voor drummers in de populaire muziekgenres. 1976-1979: Steeds meer drummics Met de enorme toename van het aantal beschikbare sporen in de studio's (en op de mengtafels van de P.A.) wordt het mogelijk drumkits steeds beter uit te versterken. Ter vergelijking: Ringo Starrs drumpartijen bij The Beatles werden doorgaans met vier microfoons opgenomen, eind 1970's is het geen uitzondering dat het aantal drummicrofoons tot vijftien oploopt (waardoor het instellen van het drumgeluid in de studio soms een dag of langer in beslag kan nemen). 1978: Zildjian in Istanboel is niet meer Na ruim 350 jaar sluit de bekkenslagerij K. Zildjian in Istanboel zijn deuren. Tien jaar eerder had de Amerikaanse tak van Zildjian, onder leiding van Avedis Zildjian, het merk K. Zildjian (Turkije) in handen gekregen. 1979: De meester van het rimshot dient zich aan Stewart Copeland is de drummer van de Engelse new-wave band The Police. Achteraf bekeken wordt hij wel beschouwd als 'de meester van de rimshots'. Het meest illustratief voor deze discipline is de hit 'Walking on the moon', verschenen eind 1979, waarop de slagen van Copeland bovendien een flinke portie echo mee kregen. 1980: De drummachine van Roger Linn De LM-1 van de Amerikaans Roger Linn, uitontwikkeld in 1979 maar gepresenteerd in 1980, was de eerste elektronische drummachine die werkte op basis van samples van echte drums. De prijs was hoog (5000 dollar destijds) en er werden 500 stuks van gemaakt. Twee jaar later kwam de succesvolle opvolger Linn Drum (nu ook met samples van bekkens en ritmes uit bestaande popsongs). Voor een prijs van circa 3000 dollar gingen er circa 5000 van over de toonbank. Roger Linn trad later in dienst van Akai, voor welke firma hij de bekende MPC sequencers ontwikkelde. 1984: Het debuut van Run DMC Het debuut van Run DMC verschijnt, de pioniers van de raprock. Mede door toedoen van Run DMC wordt de Roland TR-808 drumcomputer een standaard instrument in de stroming die hiphop heet, een zeer ritmisch genre waaraan nauwelijks drummers te pas komen, maar waarbij beats worden gemaakt op allerlei manieren, zoals met de mond (human beatbox). De TR-808 werd in 1980 geïntroduceerd en werd gevolgd door de Roland TR-909. 1984: Debuut Peavey Drums Op de NAMM-vakbeurs van 1984 presenteerde het bedrijf van Hartley Peavey zijn eerste drumstellen. Peavey richtte zich in de loop der jaren vooral op de bouw van vrij robuuste kits met veel volume. Medio 1980's: De explosie der cimbalen De bekkenslagers slaan nieuwe wegen in. Waar voorheen hun assortiment altijd beperkt bleef tot enkele hardlopende series (zoals Zildjian feitelijk maar één lijn maakte), komt er ineens een lawine aan nieuwe cimbalen los. Zildjian komt met nieuwe series, Paiste komt met kleurtjes, Sabian richt zich op (1982). Het aanbod aan bekkens groeit tot gigantische proporties. 1989: Mapex levert zijn eerste drumkit af De Koreaanse firma KHS Musical Instruments bestaat al sinds de 1930's. Hoewel al vanaf 1982 drums werden gemaakt voor de regionale markten, ging KHS in 1989 pas werkelijk op de internationale toer met het eigen merk Mapex. KHS maakte daarvoor bovendien al drumstellen voor merken als Tama, Yamaha en Sonor. Mapex maakte in de loop van de 1990's snel naam in de wereldwijde drummers gemeenschap, mede dankzij het feit dat de firma in 1991 Billy Cobham aan zich wist te binden als endorser. 1990: Het einde der tijden? Het stond rond 1990 overal te lezen: de drummer had zijn beste tijd gehad en zou worden ingeruild voor een ritmeboks. Inmiddels weten we wel beter. Music Maker schreef in 1990: Hoe zal het de drummer vergaan in de 1990's? Geen enkele andere muzikant dreigt sneller te worden achterhaald door de voortrazende technologie dan hij. Computers met human feel, house muziek en hiphop lijken de inbreng van de feilbare slagwerker overbodig te maken. Tegenwoordig wordt slechts dertig procent van alle producties 'live' ingespeeld. Waar moet dat heen?' 1993: Pearl en Porcaro Drummer Jeff Porcaro ontwikkelde in het begin van de 1990's in samenwerking met de Japanse firma Pearl de eerste racksystemen voor (de steeds verder uitdijende) drum-setups. Ook kwam uit deze samenwerking een systeem voort waarbij via een doorlink twee hi-hats tegelijk konden worden aangestuurd. 1994: Vintage Nostalgie Rond het midden van de 1990's begint in de drumwereld - wat later dan in de gitaarwereld - de nostalgische golf op te komen. Er ontstaat een toenemende belangstelling voor het drumstel als collector's item en dus ontstaat er een markt voor vintage drums. In 1994 wordt in Chicago de eerste vintage drums beurs gehouden, hun aantal zal groeien tot circa 15 anno 2004. In 1998 wordt ook in Europa voor het eerst een dergelijke beurs gehouden, nabij Frankfurt. In de UK opende Sir Alan Buckley zijn Classic Drum Museum. Nederland had in oktober 2003 zijn eerste vintage drumshow in Amstelveen. 2001: Buddy Rich beste drummer aller tijden Het Amerikaanse magazine Modern Drummer viert zijn zilveren jubileum met de grootste drummerspoll ooit gehouden. Duizenden lezers nemen deel aan de verkiezing van de beste drummers aller tijden. Op #1 eindigt Buddy Rich, de jazzdrummer die naam maakte bij onder meer Tommy Dorsey, Dizzy Gillespie en Louis Armstrong. In zijn kielzog volgen Gene Krupa (#2), Steve Gadd, vooral bekend als drummer van Chick Corea (#3), Tony Williams die bekendheid kreeg aan de zijde van Miles Davis (#4) en Neil Peart van de symfo rockband Rush (#5). De rest van de Top 10: Vinnie Colaiuta (#6), Louie Bellson (#7), Max Roach (#8), John Bonham (#9) en Elvin Jones (#10). 2003: De Subkick van Yamaha De drummerswereld wordt niet dagelijks wakker geschud door zeer in het oog lopende pogingen tot het vernieuwen van de traditionele drumkit. Dus was de vinding waarmee de Japanse fabrikant Yamaha naar de NAMM-vakbeurs in Nashville USA kwam spectaculair, de Yamaha Subkick. De Subkick is feitelijk een omgekeerde woofer (speaker voor lage tonen) in een drumkit behuizing die voor de bassdrum kan worden opgesteld. Door de omkering fungeert hij feitelijk als een microfoon die het hele oppervlak van het bassdrumvel beslaat en dus alle resonantie beter covert. 2003: Radar Love beste drumsong Musicmaker houdt een verkiezing onder zijn lezers ter gelegenheid van zijn verlaat gevierde 25-jarige bestaan. De muziekmakers verkiezen 'Radar Love' van de Golden Earring tot beste drumsong aller tijden, gevolgd door 'Rosanna' van Toto en 'In The Air Tonight' van Phil Collins. De Top 10 van beste drummers: #1 Stewart Copeland, #2 John Bonham, #3 Keith Moon, #4 Cesar Zuiderwijk, #5 Simon Phillips, #6 Mike Portnoy, #7 Charlie Watts, #8 Billy Cobham, #9 Jeff Porcaro, #10 Terry Bozzio. Beste drummerken volgens de lezers van Musicmaker: #1 Pearl, #2 Tama, #3 Ludwig, #4 Sonor en #5 Premier. Met dank aan Music Maker. |
|
Oudheid: Wanneer zijn de eerste trommels ontstaan ? Trommels, bespannen met vellen, stammen uit de oudheid. Zeker is dat ze tweeduizend jaar voor het begin van onze jaartelling gemaakt en bespeeld werden. De oudste drums zijn bekend van vondsten uit Egypte en Mesopotamië, maar ook zijn in de Bohemen kleibekertrommen gevonden, eveneens stammend van ruim vierduizend jaar geleden. In de Middeleeuwen werden in Europa al militaire drums gebruikt, in de achttiende eeuw deden troms hun intrede in westerse orkesten. |