
Historie
Het Engelse woord folk duidt binnen de pop de volksmuziek aan. In principe is iedere vorm van traditionele muziek - liederen die doorgegeven worden van generatie op generatie en al eeuwen streekgebonden - te markeren als volksmuziek, maar folk is toegespitst op popliedjes die gebaseerd zijn op, dan wel elementen overnemen van Amerikaanse country, Scandinavische dansen of Keltische muziek. Andere vormen van traditionele muziek of muziek die op zo'n culturele traditie gebaseerd is, vallen onder de wereldmuziek.
Aanvankelijk lijken de stromingen folk en singer-songwriter hand-in-hand te gaan. In Amerika staan in de jaren vijftig en zestig mannen en vrouwen op die gewapend met een akoestische gitaar, indringende stem en scherpe tong het onrecht te lijf gaan. Singer-songwriters zijn het geweten van de pop, en dat zullen ze tot midden jaren zeventig blijven. Ze hebben een onuitwisbare indruk op de rockmuziek gemaakt, waarvan de teksten in beginsel doorgaans niet anders dan de liefde bezongen. Singer-songwriters toonden beat- en garagebands dat je muziek niet alleen meerwaarde kon geven door wát je zong, maar ook door hóe je dat zong; welke woorden daarbij gebruikt werden. Het heeft de popmuziek meer literair en/of poëtisch gemaakt. Omgekeerd gaat de opkomst van de beat en garage ook niet aan de singer-songwriters voorbij, waarvan er enkelen al snel hun akoestische gitaarliedjes laten ondersteunen door een heuse, elektrisch versterkte band. De folkrock is dan geboren. Overigens tot groot verdriet van puristische folkliefhebbers.
RK Veulpoepers BV wordt in 1976 opgericht in het Brabantse Hilvarenbeek. Het gezelschap specialiseert zich in gezellige folkmuziek met Nederlandstalige, geëngageerde teksten (tegen het Ethisch Reveil van het CDA en de bekrompenheid van Hilversum 3, bijvoorbeeld) en activiteiten tegen het establishment. Zo bindt de anarcho-socialistische groep in Hilvarenbeek de strijd aan met het plaatselijke gezag. Resultaat: een jongerencentrum, gekraakte panden en de Bikse Fiste, een festival waarop op een gegeven moment 50.000 mensen af komen. Het Brabantse collectief speelt zijn aanstekelijke volksmuziek tevens op feesten en actiebijeenkomsten. Het draait bij de Veulpoepers onder meer om Shell, de Mobiele Eenheid en de neutronenbom, maar ook platte feestteksten worden niet geschuwd. Na twee platen neemt men in 1982 afscheid van het publiek, al blijven de individuele leden van de Veulpoepers, al dan niet samen, tal van activiteiten ondernemen. Een comeback strandt in 1996.
Eind zeventig, begin tachtig is The Amazing Stroopwafels min of meer de laatste folkband die een groot publiek weet te bereiken. De Stroopwafels worden in 1979 opgericht door onder meer Fred Piek (zang, gitaar), die in in 1972 medeoprichter van Nederlands eerste folkrockband, Fungus, was. The Amazing Stroopwafels spelen vooral als duo en regelmatig op straat, in thuisstad Rotterdam. Bij live-optredens wordt het duo bijgestaan door de ex-Fungusleden. Zoals de naam al aangeeft speelt men aanvankelijk zowel Nederlands- als Engelstalig materiaal. Het nummer Oude Maasweg is zelfs tweetalig, en is in 1981 een kleine hit. Eind jaren zeventig is het tijdperk van de punk, wat ongunstig lijkt voor vrijwel ieder ander bestaands genre in de popmuziek. De volksmuziek krijgt het stempel opgedrukt duf en saai te zijn, 'geitenwollen sokken muziek', en verdwijnt naar de marge. Veel groepen houden op te bestaan en folkfestivals verdwijnen of veranderen noodgedwongen sterk van insteek.
Zoals eigenlijk ook al bij de Amazing Stroopwafels het geval was, komt folk nog enkel onder de aandacht als het een humoristische inslag heeft. Pater Moeskroen scoort een hit met feestnummer Roodkapje, wat de band een imago van carnavalsband oplevert. Ten onrechte, want heimwee naar de Bourgondische levensstijl is de voornaamste reden dat een aantal in Amersfoort verdwaalde Brabanders in 1985 de groep formeert, om een stijl te ontwikkelen die zich laat omschrijven als folky pretpop met absurde humor. Schotse- en Ierse volksmuziek zijn belangrijke inspiratiebronnen. De groep geeft vooral theaterconcerten.
Begin negentig is de wereldmuziek aan populariteit aan het winnen. Het grote poppubliek lijkt hongerig naar andere klanken dan het geijkte. Afrikaanse en Cubaanse pop lijken daarbij favoriet, maar ook de Portugese fado doet het goed. Helemaal raak is uiteindelijk de soundtrack van de film O Brother Where Art Thou?, vol met Amerikaanse bluegrass, folk en country. Akoestische gitaren en indringende stemmen lijken vanaf dan weer helemaal te mogen. Bijvoorbeeld die van Annemarieke Coenders en Linde Nijland, die samen Ygdrassil vormen. Debuutalbum Ygdrassil (1995) bevat vooral akoestische gitaarliedjes, die een voorliefde voor de muziek van Leonard Cohen, Neil Young, Lou Reed en Sinead O'Connor verraden. De hele folk is aan een opmars bezig. Moesten festivals begin tachtig hun deuren sluiten, in het nieuwe millennium kent Nederland vele folkfestivals, verspreid over het land; maar met name in het zuiden. De meest bekende zijn het International Folk Festival en Folkwoods.
1971 Ccc Inc. Watching The Evening Sun 1976 Bots Voor God En Vaderland 1978 Gerard Van Maasakkers Komt Er Mer In 1978 Wolverlei Wolverlei 1996 Pater Moeskroen 10 Jaar Dikke Pret 1998 Pigmeat 't Aardse Juk 2000 Ygdrassil We Visit Many Places