Gitaar-history



 
Info-pagina

Terug naar Cissy-K Band

                                                                    

                                                                

Back Home


De luit uit Syrië
Zeker ongeveer 4000 jaar geleden - ofwel 2000 jaar voor het begin van onze jaartelling - ontstonden de eerste luit-achtige instrumenten ofwel snaarinstrumenten met een hals en een klankkast. De uitvinding van snaarinstrumenten met een hals en een body wordt toegeschreven aan de Semieten, een volk dat leefde in het tegenwoordige Syrië. Nog ouder dan luit-achtige snaarinstrumenten, is het snaarinstrument de harp. Aan de hand van oude afbeeldingen kon worden vastgesteld dat rond 3000 voor het begin van onze jaartelling harpen al bekend waren in Mesopotamië, het huidige Irak.     

De jaren 711 tot 1000                                                                                                                                                                     Voorgeschiedenis van de gitaar

Snaarinstrumenten die doen denken aan de luit en de latere gitaar waren er zeker reeds vele eeuwen voordat onze jaartelling begon. De luit is een snaarinstrument met een kleine halfbolle klankkast. Hij stamt uit het Oosten en doet rond 711 als gevolg van de Moorse overheersing zijn intrede in Zuid-Europa op wat grotere schaal (andere bronnen noemen de tiende eeuw), waarschijnlijk eerst in Spanje. Vermoedelijk komen door Spaanse troubadours ook andere Europese landen snel in aanraking met de luit en gitaar-achtige instrumenten. Landen aan de Afrikaanse kant van de Middellandse Zee zouden al rond het jaar nul kennis hebben gemaakt met de luit en aanverwante instrumenten.

Het jaar 1275
De eerste vermeldingen van de gitaar

Documenten die stammen uit het jaar 1275 zijn de eerste op schrift gestelde verwijzing naar een instrument dat de naam 'gitaar' draagt. Het gaat om de 'Ars Musica' van Juan Gil uit Zamora. In gedichten die stammen uit de periode 1283-1350 wordt gewag gemaakt van 'guitarra Latina' en 'guitar Moresca', terwijl op het programma van een feest in de Westminster in Londen (1306) een optreden stond aangekondigd van iemand die 'gitarer' speelde.

De jaren 1300 tot 1500
Bloeitijd van de luit en opkomst gitaar

Vanaf 1300 wordt de luit een veelgebruikt instrument in heel Europa en bestaan er verschillende variaties. In sommige landen is hij spoedig 5-snarig en wordt de luit met een soort plectrum bespeeld. Bekend is dat in 1440 ook in Nederland al luiten werden gebouwd. Overigens is de luit niet populair in Spanje, vanwege de slechte herinneringen aan de Moorse overheersing. Spanjaarden houden het daarom bij eigen snaarinstrumenten, de vihuela en de 4-snarige gitaar. In 1487 schrijft Johannes Tinctoris dat dit instrument met vier snaren is uitgevonden in Catalonie. Onduidelijk is echter of de gitaar wel werkelijk in Spanje uit de luit is ontstaan. Er zijn ook deskundigen die menen dat de gitaar in de veertiende eeuw een reeds bestaand Arabisch instrument was, dat in die eeuw voor het eerst in Spanje bekend werd.

Vanaf circa 1500
De gitaar naar vijf snaren


Van circa 1500 tot 1625 beleeft de luit in Europa zijn gouden jaren. Het instrument komt veel voor op schilderijen, zoals het beroemde werk van Frans Hals. Vaak gaat het in deze periode om 5-snarige instrumenten met twee bassnaren. Tussen 1625 en 1700 ontstaan nieuwe variaties, met name in Spanje en Italië, die qua ontwerp een soort mengvormen zijn tussen de luit en de latere gitaar. Vijfsnarigheid blijft echter nog lange tijd de standaard. Van het einde van de zestiende eeuw is een Italiaanse gitaar bekend met vijf snaren in de stemming ADGBE, maar op afbeeldingen uit Italië van een eeuw eerder is ook al een vijfsnarige gitaar te zien. In Europa komen inmiddels namen opzetten als chittaro en chitarini in het Italiaans, guitarra in Spanje, guitare en quinterne in Frankrijk en in Engeland gyterne. Er worden gitaar-achtige instrumenten zoals de mandoline mee bedoeld.

Het jaar 1546
Eerste bladmuziek voor de gitaar

De oudst bekende op schrift gestelde partituur voor gitaar stamt uit 1546. Het gaat om een compositie van Alonso Mudarra met de titel 'Tres Libros de Musica en Cifras para Vihuela'. Aan het begin van de 1550's verschijnt bij uitgever Adrian Le Roy meer bladmuziek voor (vijfkorige) gitaar.

Het jaar 1581
De vihuela gitaar uit Portugal

In 1581 bouwt Belchior Dias in Lissabon, Portugal een instrument dat sterk doet denken aan latere klassieke gitaren, maar de naam vihuela draagt.                       In de zestiende eeuw zorgen de Spanjaarden en Portugezen ervoor dat deze instrumenten ook in Zuid-Amerika worden geïntroduceerd (zo is bekend dat ze op grote schaal werden verkocht aan de Azteken), hetgeen mede de verklaring lijkt voor de vroege verspreiding van gitaar(achtige) instrumenten in Zuid-Amerika. Via de Indianen zou de gitaar op deze wijze ook in het noordelijk deel van het Amerikaanse continent terecht zijn gekomen.      De vihuela is in Spanje en Portugal populair van 1500 tot ongeveer 1700.

De jaren 1600
De gitaar verdringt de luit steeds meer


Aan het einde van de zestiende eeuw is de luit in veel landen nog één van de populairste instrumenten.                         Bijvoorbeeld in Engeland, waarin 1596 nog de eerste luitliederen in lesboeken worden gepubliceerd. De Europese 'superster' op de luit is rond 1600 de Brit John Dowland. In de loop van de zeventiende eeuw verdringt de (nog altijd vijfkorige) gitaar langzaam maar zeker de luit van zijn voetstuk. Naarmate deze eeuw verstrijkt verschijnt er steeds meer muziek voor gitaar en wordt het gebruik van de luit teruggedrongen.

Het jaar 1674
Een gitaar voor de Zonnekoning

Als een belangrijk keerpunt wordt het jaar 1674 gezien. In dit jaar publiceert de Italiaanse componist Francesco Corbetta (1615-1681) zijn compositie 'Guitarre Royal', dat is opgedragen aan koning Louis XIV, de excentrieke en flamboyante zonnekoning die huisde in Versailles. Corbetta wordt beschouwd als de belangrijkste gitarist van zijn tijd en hij speelde op uitnodiging aan verschillende adellijke hoven van Europa en droeg zodoende belangrijk bij aan de acceptatie van het instrument in de bovenste lagen van de bevolking.

Het jaar 1732                                                                                                                                                                                                                    Steeds vaker sprake van zes snaren

Het is niet precies bekend wanneer de eerste zessnarige gitaar werd gebouwd. Wel is er een schriftelijke instructies bekend uit 1732 over de stemming van de zessnarige gitaar. Aangenomen wordt echter dat gitaren met zes snaren pas op iets grotere schaal zijn gebouwd rond 1750 in Italië. Rond 1780 beginnen in met name Spanje en Italië steeds meer experimenten met de bouw van 6-snarige gitaren in de EADGBE-stemming. De vijf gekoorde snaren (zoals het Salomon model op de foto) maken langzaam maar zeker plaats voor zes enkele snaren. Hoewel er beslist nog geen sprake is van standaardisering (gitaren kennen per regio een grote variatie), zet de gitaar zijn opmars van de zeventiende eeuw voort. Ook Frankrijk is er vroeg bij. Bekend zijn een zessnarige gitaar van Francisco Lupot uit 1773 en Salomons zessnaar van circa 1760 (gemaakt in Parijs).

Het jaar 1788

Gitaren uit Duitsland komen op
 

Hertogin Amalia van Weimar draagt bij de aan de popularisering van de gtaar in Duitsland. Zij importeert een vijfsnarige gitaar uit Italië. De Duitse bouwer Jacob August Otto (die leefde van 1760 tot 1829) gaat ze namaken en heeft veel succes met de gitaren (vooral in het zuiden van Duitsland). Op verzoek van een componist voegt hij later een zesde (bas)snaar toe. Duitsland - met van oudsher veel vioolbouwers - zal zich ontwikkelen tot één van de belangrijkste gitaarproducerende landen.

Het jaar 1799
De gitaarnotatie van Fernandiere


Belangrijk was de notatiemethode voor zessnarige gitaren van Fernando Fernandiere (1799). De Italiaanse componist Don Frederico Moretti neemt het werk als vertrekpunt voor zijn techniek, die een belangrijke basis is voor de verdere ontwikkeling van de speeltechniek voor klassieke gitaristen.


Het jaar 1807
Giulini vestigt zich in Wenen

De Italiaanse gitarist Mauro Giulini (1781-1829) draagt belangrijk bij aan de popularisering van de gitaar in heel Europa. Hij maakt veel toernees en speelt ook gitaar met orkesten. Hij drukt als performer een groot stempel op de gitaarmuziek in Europa. In 1807 vestigt hij zich voor enige tijd in Wenen.

Het jaar 1830
De gitaartheorie van Fernando Sor


Fernando Sor werd in 1778 geboren in Barcelona en geldt als één van de belangrijkste gitaristen en gitaartheoretici van Europa. Sor schreef enkele honderden gitaarcomposities van zeer uiteenlopende aard. In de eerste helft van de 1800's drukt ook Fernando Sor met zijn lessen, optredens en gitaarcomposities een stempel op de ontwikkelingen van de gitaar. In 1830 publiceert Sor een belangrijk boek over gitaartechniek. Sor trad in heel Europa op.

Het jaar 1833
Eerste gitaarblad in Engeland


In 1833 verschijnt in Engeland het eerste nummer van The Guilianiad Guitarist's Magazine, vernoemd naar de gitarist Mauro Giuliani, een tijdschrift over gitaarmuziek. Voor het eerst wordt ook de naam van een bekende klassieke componist met de gitaar in verband gebracht, Franz Schubert (1797-1828). Hij zou de gitaar hebben gebruikt bij compositiewerk. Rond 1810 komt de Russische gitarist Andreas O. Sichra (1772-1861) met een zevensnarige gitaar, een instrument waarvoor hij bovendien vele tientallen composities schrijft. De zevensnarige gitaar is enige tijd populair in bepaalde kringen in Rusland.

Het jaar 1833
C.F. Martin gevestigd in New York


De Duitser Christian Friedrich Martin begint in 1833 eerst in New York en later (vanaf 1839) in Nazareth in de staat Pennsylvania een eigen gitaaratelier, nadat hij het vak van gitaarbouw geleerd had in zijn Duitse geboorteplaats en in Wenen bij luthier en vioolbouwer Staufer. Johann Georg Staufer (1778-1853) stond in de klassieke wereld bekend als bouwer van klassegitaren en was de uitvinder van de zogenaamde 'guitarre d'amour'. Staufers workshop werd voortgezet door Johann Gottfried Scherzer (1843-1870), die als één van de eersten wetenschappelijk onderzoek mede als vertrekpunt nam bij het construeren van concertgitaren.

Rond het jaar 1850
Wenen hét gitaarcentrum


In de eerste helft van de negentiende eeuw ontwikkelt de Oostenrijkse hoofdstad Wenen zich tot het centrum van de gitaar.      Er zijn de nodige bouwers gevestigd en bekende spelers als Simon Molitor (1766-1848),Mauro Giuliani (1781-1829) en Leonhard von Call (1769-1815). Veel Italiaanse gitarist publiceerde in navolging van Giuliani hun composities bij Weense muziekuitgevers en voeren hun werk in de Oostenrijkse hoofdstad gingen uit. Onder hen was Luigi Legnani (1790-1877), die ook veel bijdroeg aan de verbetering van de gitaarconstructie.

De jaren 1850
De geboorte van de moderne gitaar


In Europa legt de Spaanse bouwer Antonio de Torres Jurado (1817-1892) de basis voor de moderne gitaar. Hij kiest voor een gitaar met een circa 20 procent grotere klankkast dan gebruikelijk.                                    Daarbij verkoos hij een standaard snaarlengte van circa 65 centimeter, hetgeen het volume eveneens ten goede kwam. Nieuw was bovendien dat de heup van de klankkast flink breder was dan de bovenste ronding. Gitaren verliezen de symmetrische 8-vorm die tot dan toe vrij standaard was.                                         Beweerd wordt dat de Spanjaard de rondingen afkeek van een vrouw die hij in Sevilla op straat had gezien. De Torres Jurado gebruikte bovendien lichter plaatmateriaal, dat hij verstevigde met een lattensysteem in het binnenste van de klankkast. Rond 1857 legt hij bovendien de basis voor de hedendaagse brugconstructie met de toevoeging van een zadel. Torres' innovaties leggen de basis voor de Spaanse school van gitaarbouwers, waarvan het Ramirez geslacht één van de belangrijkste exponenten is.                                    Net als Torres in Spanje wijdt C.F. Martin zich in het verre Amerika - en wellicht zelfs eerder - aan vergelijkbare innovaties. In de 1840's ontwikkelde de Duitser het X-bracing systeem, de X-constructie aan de binnenkant van de klankkast die de gitaar meer spankracht geeft.


 

De periode 1900-1910
Het gebruik van nagels en vingertoppen


Andrés Segovia (1893-1987) beleeft in Granada zijn concertdebuut. Hoewel puristen tot dan toe vonden dat de gitaarsnaren niet met de nagels mochten worden beroerd, speelde Segovia de gitaar met zijn nagels en het vlees van zijn vingertoppen. De gebeurtenis wordt gezien als het begin van het moderne gitaarspel (binnen de wereld van de klassieke gitaar). Segovia geldt met Miguel Llobet (1878-1937) als één van de grote klassieke gitaarvirtuozen van het begin van de twintigste eeuw. Segovia oefent gedurende vrijwel de hele twintigste eeuw grote (vaak directe) invloed uit op de wereld van de klassieke gitaar en jonge klassieke gitaristen.

De periode 1900-1910
De jaren van Handy en Hawaï


Gaat het in Europa nog altijd om 'de schoonheid van toon' bij het klassieke gitaarspel, in de Verenigde Staten dienen zich tussen 1900 en 1910 heel andere gitaarklanken aan. Hoewel de banjo in populariteit de gitaar nog heel ver voor blijft, worden op kleine schaal de eerste (zwarte) muzikanten gesignaleerd die snerpende klanken uit de gitaar tevoorschijn toveren. In 1903 zou in Tutweiler in de staat Mississippi dor componist W.C. Handy bij het station een zwarte zanger gezien zijn die met een mes slide-guitar speelt. De blues wordt gebaard. Van grote invloed is binnen de VS de invloed van de Hawaïaanse muziek, die rond 1910 de sprong naar Amerika maakt. De muziek draait om de lapsteel (en later de pedalsteel), een soort gitaar die liggend op schoot wordt bespeeld waarbij men met een stuk ijzer over de snaren glijdt. In 1909 legt Joseph Kekuku als eerste op Hawaï deze muziek vast bij opnames.

De jaren 1910-1920
De gitaar in de jazz en de blues


In deze periode zet een voorzichtige popularisering in van de gitaar.                                                                 Hij wordt steeds vaker aangetroffen binnen opkomende muzikale stromingen als de blues, de jazz en de Amerikaanse volksmuziek (nadien country). Snaarinstrumenten die tot dan populair waren binnen deze stromingen, zoals de banjo, de mandoline en de viool (volksmuziek, later country genoemd), verliezen geleidelijk aan terrein.

Het jaar 1916
Ditsons dreadnought van C.F. Martin


De Amerikaanse fabrikant C.F. Martin bouwt in opdracht van muziekdistributeur Oliver Ditson onder diens merk een dreadnought, een grote gitaar met stalen snaren (zoals op de foto), tot dan toe zeer ongebruikelijk, ontworpen door Frank Henry Martin en Harry Hunt. De naam dreadnought was ontleend aan een Brits slagschip. In 1929 introduceerde Martin het eerste model dat exclusief voor steelstrings was ontworpen, de OM-28. Nadat Ditson werd verkocht (in 1931), ging Martin de dreadnoughts in eigen beheer maken. Hieruit kwamen legendarische gitaren voort als de D-28, eerst beroemd gemaakt door bluegrass muzikant Bill Monroe. De D-28 met het zogenaamde haringgraat (herringbone) motief zal zich ontwikkelen tot dé akoestische gitaar van de rock.

Het jaar 1919
Stalen snaren uit Oostenrijk


In 1919 baart het Oostenrijkse duo Thomastik & Infeld opzien met een kwalitatief hoogwaardige stalen snaar voor snaarinstrumenten, zoals de gitaar. Vanaf dit moment gaan steeds meer gitaarbouwers instrumenten maken met stalen snaren, de vinding luidt de geboorte in van de steelstring.

De jaren 1920
Definitieve doorbraak naar groot publiek


In de 1920's beleeft de gitaar zijn grote doorbraak binnen populaire en moderne muziekstromingen, met name in de Verenigde Staten. Zo maakt de gitaar in de meeste gevallen deel uit van de standaard bezetting van de eerste binnen de jazz opkomende bigbands. Maar ook muzikanten binnen de country en de blues omarmen de gitaar als het belangrijkste instrument. In november 1923 werkt gitarist Sylvester Weaver in New York mee aan studio-opnames, die bekendheid krijgen als de eerste bluesgitaar recordings. Inmiddels had de gitaar ook zijn intrede gedaan in Afrika. Met name dankzij zeelieden uit Liberia maakten de landen aan de Afrikaanse westkust in de periode 1900-1925 volop kennis met de gitaar.

Het jaar 1924
Gibson in jazz met de L-5



Gibson presenteert zijn beroemde L-5 model, een hollowbody gitaar met vioolsleuven in plaats van grote klankgaten. De zogenaamde jazzgitaar is geboren, ontwikkeld door Lloyd Lear. Lloyd Loar was een bijzondere man. Hij was van origine mandolinespeler en kwam in eerste instantie bij Gibson in dienst als adviseur van een topserie mandolines. De L-5 kwam daaruit ook voort. Lloyd Loar wijdde zich verder nog aan baanbrekende instrumenten (onder meer voor zijn eigen bedrijf Vivi-Tone) als een massieve elektrische viool, een zingende zaag en een elektrische piano.





1929
T-Bone Walker en zijn gitaarcapriolen


In het kielzog van Blind Lemon Jefferson nemen na diens eerste opnames in 1926 een hele rij bluesmuzikanten werk op in studio's. In 1929 maakt T-Bone Walker (Oak Cliff T-Bone) zijn eerste recordings. Hij wordt met zijn speelstijl beschouwd als de trendsetter op de bluesgitaar en zal voor velen na hem een bron van inspiratie blijken.

1929
Spaanse gitaar succes in Japan


In het Verre Oosten begint de gitaar ook aan een zegetocht. De firma Hoshino begint in 1929 met de import van de Spaanse gitaren van Salvador Ibanez, toen Spanje's grootste gitaarbouwer. Hoshino was in de 1890's gestart als boekhandel in de Japanse stad Nagoya en werd in 1908 uitgebreid met een muziekinstrumentenafdeling. De verkoop van de Spaanse gitaren is zo groot, dat Hoshino in 1935 zelf in Japan gitaren gaat bouwen onder het merk Ibanez.

1927-1931
Dobro, Ro-Pat-In en elektrificering


Adolf Rickenbacker, Paul Barth en George Beauchamp voorzien in 1931 een massieve lapsteel guitar (Hawaiaanse schootgitaar) van een element. Onder de koosnaam Frying Pan gaat dit instrument de geschiedenisboeken in als de eerste elektrische gitaar en als Ro-Pat-In maakt hij in 1932 zijn debuut op de markt. Hij wordt gevolgd door een hollowbody elektrische gitaar uitvoering, een feitelijk semi-massief model dat gemaakt was van bakeliet. De zoektocht naar elektrische versterking was een direct gevolg van de vraag van gitaristen om meer volume te kunnen produceren, zodat ze zich beter hoorbaar konden maken in jazz- en bluesbandjes. Deze roep om meer volume leidde onder meer tot gitaren met grotere klankkasten en vinden als de zogenaamde resonator gitaar (in 1927), gitaren die deels of geheel van aluminium waren en waarbij de belangrijkste merknaam (Dobro, ontstaan in 1934) een soortnaam werd.

1932
Django Reinhardts Selmer Maccaferri


De Belgische gitarist Django Reinhardt wordt vereenzelvigd met de Selmer Maccaferri gitaar. De Italiaan Mario Maccaferri (1900-1993) ontwierp deze gitaar met het opvallende D-vormige klankgat in 1931, waarna ze een jaar later door de Parijse fabrikant Henri Selmer (bekend van de saxofoons) op de markt werden gebracht. Tot 1954 - toen Selmer de gitaarproductie staakte - werden er maar ongeveer duizend gemaakt. Het model werd dé gitaar voor de makers van gypsyjazz. Het is feitelijk na de modernisering van de Spaanse gitaar, het meest eigen model van Europese bodem dat zo invloedrijk is geweest.

circa 1933
Plectrums van celluloid


Plectrums voor snaarinstrumenten waren er al vele, vele honderden jaren. Ze werden gemaakt van steen, bot, hout en het schild van de schildpad. Rond 1933 - ongeveer 60 jaar na de uitvinding van celluloid - deed het plectrum van kunststof zijn intrede. Gitarist Nick Lucas ofwel Nicolas Lucanese (1897-1982) uit New Jersey zorgde er met Joe Nicomede en Luigi D'Andrea voor dat de eerste dunne plectrum van kunststof er kwam, compleet met een naamopdruk van de gitarist. Hij had de bekende vorm die we heden ten dage nog kennen en was van celluloid.

1935
Electric Spanish by Gibson


Toen de Ro-Pat-In op de markt kwam, waren andere gitaarfabrikanten al driftig aan het experimenteren met het elektrisch versterkt maken van gitaren met een holle klankkast. Gibson komt in 1935/1936 met de legendarisch geworden ES-150, die in 1935 vooraf was gegaan door de elektrische lapsteel EH-150. ES staat voor electric-spanish, de term waarmee deze elektro-akoestische instrumenten in den beginne werden aangeduid. Vanwege het feit dat hij het instrument beroemd maakte, werd de ES-150 ook wel model Charlie Christian genoemd. In 1936 komt Gibson met een sunburst-versie van de ES-150. De ES-150 is voor het eerst op de plaat te horen in ‘Hittin’ the Bottle’ van Jimmie Lunceford met Eddie Durham als gitarist. Gitaarfirma’s als Epiphone, National, Kay en Vega volgen in het spoor van Gibson met soortgelijke elektrische hollowbody’s.

1936-1937
Flamenco en Fingerpicking


In 1936 en 1937 leggen twee gitaargrootheden de basis voor moderne gitaarspel technieken. Ramón Montoya uit Madrid baart opzien net een nieuwe wijze van spelen die geldt als de het moderne flamencospel. In Amerika trekt countrygitarist Merle Travis de aandacht met zijn fingerpicking techniek. Hij wordt gezien als de uitvinder van deze speelvorm.

1939
Charlie Christian en Eddy Christiani


Charlie Christian uit Oklahoma gaat met het orkest van Benny Goodman de studio in en er worden opnames gemaakt met zijn elektrische gitaar, een unicum voor die dagen. Charlie Christian gaat in augustus 1939 deel uitmaken van Goodmans beroemde orkest en wordt begin 1940 bij een poll van het jazzblad Down Beat reeds uitgeroepen tot populairste jazzgitarist. Deze status groeit alleen maar tot aan zijn dood in 1942. Christian wordt algemeen beschouwd als de muzikant die de (elektrische hollowbody) gitaar een meer prominente plek gaf in orkesten en er bovendien voor zorgde dat de gitaar zich ontwikkelde als een belangrijk solo-instrument. Hij besteeg in 1939 voor het eerst het podium met een hollowbody elektrische gitaar en in dit opzicht is Christian een jaar later dan Eddie Durham (geboren 1906). Durham zou al rond 1930 zelf experimenten hebben uitgevoerd met het elektrificeren van zijn gitaar, bekend is dat hij in 1938 met de Kansas City Five al optrad met een elektrische gitaar. In Nederland gaat Eddy Christiani in navolging van Christian in 1939 elektrisch versterkt spelen. De eerste Nederlandse opname mét een elektrische gitaar is Christiani's song 'The Windmill'. Het was echter met name Charlie Christian die ervoor zorgde dat de archtop zich ontwikkelde tot de jazzgitaar bij uitstek.

1939
Composities voor gitaar


Met name de Spaanse klassieke gitarist Andres Segovia zorgt ervoor dat bekende componisten werk voor gitaristen gaan maken. Als eerste in de twintigste eeuw wijdde Mario Castelnuovo-Tedesco zich hieraan met zijn 'First Guitar Concerto' in 1939. Aangezet door Segovia volgen componisten als Manuel Ponce, Joaquim Rodrigo en Alexander Tansman.

1941
Solidbody in Iowa


Er waren meer pioniers zoals Paul Tutmarc (Audiovox) en Les Paul (The Log). Zo is het zeker dat O.W. ofwel App Appleton uit Iowa als een van de eersten een solidbody gitaar bouwde. Deze muzikant opende in 1936 een eigen muziekschool in Burlington. In de winter van 1940-1941 sneed Appleton een body uit een massief stuk hout en combineerde deze met een Gibson hals. Appleton kreeg pas later de erkenning als een gitaarpionier en wijd verspreid werd zijn solidbody niet.

1940-1945
De gitaar wordt een massaproduct


In de USA ontwikkelt de gitaar zich tot een massaproduct. Harmony, opgericht door Wilhelm Schultz in 1892, maakt onder allerlei verschilende merknamen gitaren (onder meer voor postorder bedrijven). Aan het begin van de 1940's kwam naar schatting de helft van alle kwart miljoen gitaren die in de USA gebouwd en verkocht werden uit de fabriek van Harmony.


1941
De elektrische gitaar live op de radio


De King Biscuit Time Radio Shows worden rechtstreeks uitgezonden vanuit Helena in de Amerikaanse staat Arkansas. Robert Lockwood junior speelde elektrische gitaar aan de zijde van Sonny Boy Williamson II en is één van de eersten wiens elektrische gitaarklanken live via de radio te horen zijn.

1946
En toen kwam... Leo Fender


In 1945 heeft radioreparateur Leo Fender korte tijd een bedrijf met lapsteelgitarist Doc Kauffman. Samen bouwen ze versterkers in Fullerton, California.                                         Het gaat vrij snel mis, maar Fender richt in 1946 in zijn eentje een nieuw bedrijf op.

Lapsteel versterker met hulp van Doc Kauffman---LEO FENDER: ZIJN EERSTE AMP

Leo Fender (1909-1991) veranderde met zijn elektrische gitaren en basgitaren het gezicht van de popmuziek. Maar ook met zijn versterkers leverde hij een belangrijke bijdrage aan het popgeluid. Zestig jaar geleden bracht Fender zijn eerste versterker op de markt. En ook zijn eerste gitaar, trouwens.



 

Op de middelbare school knutselde Leo al met elektronica. Hij maakte op verzoek een P.A. installatie. Daarvoor - hij was toen een jaar of 13 - bouwde de kleine Leo zijn eerste eigen radio’s. Fender wist al op jonge leeftijd wat zijn passie was. Geen wonder dus dat hij eind 1938 een eigen radiozaak opende aan Harbor Boulevard in Fullerton, California, tegenwoordig behorend tot de agglomeratie van Los Angeles.

Op een goede dag kwam Doc Kauffman Fenders Radio Service binnenlopen, een lokaal bekende bespeler van de lapsteel gitaar. De lapsteel waaide aan het begin van de twintigste eeuw vanaf Hawaï over naar de VS en werd in de loop van de 1920’s een populair instrument. Leo en Doc ofwel Clayton Orr Kauffman raakten aan de praat over de mogelijkheid lapsteel gitaren door middel van een element elektrisch te gaan versterken. Van het één kwam het ander. In het najaar van 1944 vroegen Fender en Kauffman patent aan voor het element dat ze hadden ontworpen. Om de exploitatie van hun vinding ter hand te kunnen nemen, richtte het duo een bedrijf op, K&F Electric Stringed Instruments & Amplifiers.

GRIJZE KOFFER
Deze firma presenteerde in 1945 zijn eerste set, een grijs-chromen lapsteel gitaar met een bijpassend grijze kofferversterker. Hoewel er sprake was van serieproductie - er zijn ettelijke honderden van deze naamloze sets verkocht - waren niet alle versterkers exact hetzelfde. Grofweg waren deze eerste ‘Fenders’ leverbaar in twee uitvoeringen (er waren ook varianten op). Er was een model met een 8-inch speaker, een input en een volumeknop en daarnaast was er een tweede model met twee inputs, volume- en toonknop. De amps hadden een metalen maasvormige grille. Hoewel de verkoop dus niet onaardig liep, zijn er maar beperkt aantal van deze eerste Fender versterkers bewaard gebleven. Hun vintageprijs ligt heden ten dage tussen de 1000 en 2000 euro.
EN TOEN…
Begin 1946 hield K&F op te bestaan. Kauffman keerde terug naar zijn boerderij in de staat Oklahoma. Leo Fender ging alleen verder op de ingeslagen weg, onder de nieuwe naam Fender Electric Instruments Co. Hij kwam snel met een nieuwe versterkerlijn, drie modellen die tegenwoordig de ‘Woodies’ worden genoemd, omdat er veel hout in het chassis was verwerkt. Het gaat om de Princeton (8-inch), Deluxe ofwel ‘Model 26’ (10-inch) en de Professional (15-inch speaker). Tot het einde van 1947 werkte hij nog vanuit zijn radiowinkel in Fullerton, maar hij verkocht deze toen hij verkaste naar een grote werkplaats, de plek waar al zijn grote innovaties tot stand zouden komen, zoals de Esquire, de Telecaster, de Stratocaster, de Bassman en de Precision Bass.


1946
De gitaar komt op als de Rijzende Zon
Na de Tweede Wereldoorlog wordt de gitaar ook in Japan een uitermate populair instrument. In het land komt (eerst bescheiden) een gitaarindustrie opzetten, die zich eerst bijna exclusief op de binnenlandse Japanse markt richt.

1947
Nylon snaren voor gitaren


Albert Augustine introduceert als eerste nylon gitaarsnaren. Tot dan toe werd vaak een ander materiaal veel gebruikt voor niet-steelstrings, gut strings, gemaakt van dierendarmen of botweefsel. Intussen beleeft de elektrische gitaar zijn grote doorbraak. Met name in Chicago ontwikkelt zich - onder meer onder aanvoering van Muddy Waters - een nieuwe bluesvorm die gestoeld is op de oude Mississippi-blues, maar waarbij de elektrische gitaar een hoofdrol inneemt.

1954
De solidbody van Paul Bigsby


Helemaal voor de volle honderd procent zeker is het niet: maar algemeen wordt aangenomen dat het Paul Bigsby was die de eerste echte solidbody elektrische gitaar bouwde. Een volwaardige gitaar met een volledig massieve body dus. In 1948 moet dat geweest, op verzoek van fingerpicker Merle Travis. Het model van de motorreparateur Bigsby deed denken aan de gitaar waarmee Fender even later kwam. De twee woonden dan ook vlak bij elkaar in de buurt. Ook in 1948 neemt John Lee Hooker zijn eerste plaat op, ritmische zang waarbij hij zichzelf enkel en alleen begeleidt op een elektrische versterkte hollowbody gitaar.

 

1949
Leo Fender komt met Broadcaster


Het is niet overdreven om te zeggen dat Leo Fender vanaf 1949 een paar instrumenten uitvindt die het gezicht van de muziek voorgoed zullen veranderen. Fender ontwikkelt eerst een elektrische gitaar met een massieve kast en aanvankelijk één element. In 1950 verschijnt dit model onder de naam Broadcaster op de markt. Omdat Gretsch een drumkit heeft met de naam Broadkaster, wijzigt Fender de naam per augustus 1951 in Telecaster.

De jaren 1950
Steeds meer buizenamps voor de gitaar


In de eerste jaren van elektrisch versterkte hollow- en solidbody gitaren werd nog veel gebruik gemaakt van radioversterkers. Naarmate het gebruik van elektrische gitaren toenam, kwamen steeds meer specifieke buizenamps op de markt, vooral aan het begin van de 1950's nam het aanbod toe. Het gaat om merken als National, Supro, Gibson, Premier en Fender, in de meeste gevallen om simpele versterkers met vermogens van 5 tot 20 watt.

1952
De eerste twee Les Pauls


In de 1940's wees het management van Gibson gitarist Les Paul met zijn ontwerpen lachend de deur. Les Paul experimenteerde begin 1940's in een Epiphone werkplaats al met het massief maken van een holle gitaar door een spoorbiels tussen twee dwarshelften te plaatsen, een gitaar die later de bijnaam The Log kreeg. Nadat Fender met zijn massieve gitaren kwam, hernieuwde Gibson zelf het contact met Les Paul. Dit gebeurde vooral op initiatief van Ted McCarty, die in 1948 als topman in dienst kwam van Gibson en vrij snel de noodzaak zag tot het ontwikkelen van een eigen massieve elektrische gitaar. Gibson hield de ontwikkeling grotendeels in eigen hand, maar McCarty benaderde Les Paul als uithangbord, omdat hij in de 1950's een succesvol liedjessmid was. Op 20 mei 1952 werd de Les Paul Goldtop gepresenteerd. De beroemdste gitaar van de rock, samen met Fenders Stratocaster, was een feit.

1953
Mullards EL34 buis wordt dé gitaartube



In 1953 wordt één van de beroemdste ‘gitaarbuizen’ aller tijden op de markt gebracht, de EL34 van de Londense firma Mullard, die sinds 1927 het eigendom was van Philips.De EL34 was uitermate goedkoop, maar bleek een topbuis. Deskundigen menen dat hij de 6L6-buis (veel gebruikt in Amerikaanse amps) kwalitatief op alle fronten versloeg en hij bijna in de buurt komt van de legendarische 6550. De EL34 droeg belangrijk bij aan de zogenaamde British Sound, nadat Marshall hem in 1966 in zijn gitaarversterkers ging gebruiken.



1954
De Stratocaster doet zijn intrede


Leo Fender beantwoordt de komst van de Les Pauls met een nieuw model.                    In het voorjaar van 1954 maakt hij de eerste proefmodellen van zijn Stratocaster design, een soldibody gitaar met drie elementen (en daarmee de eerste in zijn soort). Verder was hij standaard uitgerust met een whammy bar en ook dit was een unicum. Bijzonder was dat de inputbus voor de versterkerplug gesitueerd was op het bovenblad van de body. De Stratocaster werd in de loop van decennia alom geprezen. Door gitaristen als 'het werkpaard van de rockmuziek'. Door industrieel ontwerpers vanwege zijn sierlijke vorm en het feit dat hij zich simpel in grote aantallen industrieel liet vervaardigen. De eerste serieproductie startte in oktober. De drie belangrijkste gitaren van de rock zijn een feit; de Telecaster, de Les Paul en de Stratocaster blijven tot op de dag van vandaag het Supertrio van de elektrieke rock.

1954
Elvis Presley rockt op een Martin D-18


'That's Allright Mama'. Elvis Presley neemt de song in juli 1954 op in de studio van Sam Philips in Memphis en geeft hiermee het startsein voor de (blanke) rock'n'roll. De rock('n'roll) wordt synoniem met 'elektrische gitaar', maar Presley geeft zijn startsein met een paar flinke halen op een Martin D-18, waarna zijn gitarist Scotty Moore overigens de rest van het gitaarspel voor zijn rekening neemt op een Gibson ES-295.



1955
De Stratosphere dubbelloopse solidbody


Stratosphere uit Springfield, Missouri komt de eer toe als eerste gitaarbouwer op de markt te komen met een ‘dubbelloopse’ elektrische solidbody, beter bekend als doubleneck. In 1955 bracht de bouwer de gecombineerde 12- en 6-snarige dubbelaar voor het voetlicht van het grote publiek. Alleen Paul Bigsby was min of meer eerder. Hij bouwde één of twee doublenecks in opdracht van gitaristen, maar niet zoals Stratosphere in serie. Bij het verschijnen kostte de doubleneck Stratosphere Twin uit Springfield 330 US-dollars.

1955
Dé gitaarversterker: Fenders 4 x 10 Bassman


In 1952 introduceerde Leo Fender de Bassman, een versterker die gemaakt was voor bespelers van de elektrische basgitaar. De uitvoering die in 1955 op de markt verscheen (met vier Jensen speakers van 10 inch) ontwikkelde zich tot één van de meest cruciale gitaarversterkers van de twintigste eeuw.
Deze basamp werd uitermate populair bij elektrische gitaristen en zelfs geroemd als één van de beste gitaarversterkers ooit gemaakt. Cruciaal is de Bassman ook, omdat de Engelsman Jim Marshall in 1962 de Bassman gebruikte als voorbeeld voor zijn eerste versterkers. Geen wonder dus dat de basversterker Fender Bassman heel vaak door gitaristen wordt geroemd en genoemd als één van de beste gitaarversterkers ooit.

1957
Minder ruis met Gibsons humbuckers

Het zijn de jaren van de belangrijke innovaties op het gebied van de elektrische gitaar.                                                                   Gibson ruilt zijn enkelspoels elementen in voor dubbelspoelse humbuckers, elementen die de bijkomende ruis sterk reduceren. Nog hetzelfde jaar lijft Gibson de oude gitaarbouwer Epiphone in.

1958
Vreemde Gibsons van Ted McCarthy

Het gaat niet goed met Gibson (de Les Pauls zouden pas veel later in grote aantallen worden verkocht). Ted McCarthy van Gibson verzint een list en ontwerpt opvallende modellen als de raketvormige Flying V (ontwerppatent van juni 1957), de Explorer en de Moderne. Gibson boekt er pas veel, veel later succes mee. Ook hield Gibson in 1958 de ES-335 ten doop. Het is een zogenaamde thinline, feitelijk een nieuw soort gitaar, een mix tussen een hollowbody en een solidbody ofwel een semi-massieve gitaar. Gretsch introduceerde vier jaar eerder al een instrument dat sterk aan de ES-335 deed denken, de Chet Atkins 6121.

1958
John Williams debuteert in Londen


Na een studie aan de Academia Musicale Chigiana in Siena en andere opleidingen maakt John Williams (Australië, 1941) zijn debuut in de Wigmore Hall in Londen. Hij groeit uit tot één belangrijkste klassieke gitaristen van zijn tijd, maar speelt later ook jazz en pop-achtige dingen. Williams' vader was de oprichter van het Spanish Guitar Centre in Engeland.

1959
Fender Hits Europe


Fender is het eerste bedrijf in de Amerikaanse muziekindustrie dat op grote schaal elektrische gitaren gaat exporteren naar Europa, vooral de UK. In 1959 is Fender voor het eerst present op de belangrijke vakbeurs in Frankfurt. Hoewel de prijzen voor Fenders hoog zijn, domineert het bedrijf van Leo Fender aan het begin van de 1960's de markt voor Amerikaanse elektrische gitaren in Europa. In Duitsland genoot Fender al enige faam doordat daar gelegerde Amerikaanse soldaten op de instrumenten van Leo Fender speelden. Eén van de eerste Strats in Engeland was een rode Strat die in 1959 door Cliff Richard speciaal voor Hank Marvin van The Shadows rechtstreeks uit de USA werd geïmporteerd.

1961
De Les Paul verdwijnt en de SG komt


Het ging bergafwaarts met de loopbaan van gitarist Les Paul en ook met de elektrische solidbody die zijn naam droeg. In 1960 ondergaan de Les Paul modellen een drastische restyling. Een jaar later verliezen deze modellen zelfs hun Les Paul-logo en worden de nieuwe gitaren met een dubbele cutaway hernoemd tot SG (ofwel Solid Guitar). De traditionele Les Pauls worden pas later in de 1960's weer gemaakt.

1962
Gitaria Italia



Eind 1950’s stort de accordeonbouw als een kaartenhuis in elkaar door de opkomende populariteit van de elektrische gitaren. Tientallen accordeonbouwers in Italië – geconcentreerd in Castelfidardo en omgeving – stappen over de bouw van gitaren. Tot ongeveer 1969 – als Japan op komt zetten – is Italië hét land waar op grote schaal goedkope elektrische gitaren worden gebouwd, met Eko als bekendste merk. De Italiaanse gitaren kenmerken zich aanvankelijk door felle kleurtjes, gespikkelde finishlagen en elementen uit de accordeonbouw, zoals grote drukknoppen. Ook andere Europese accordeonmakers, zoals Hagström in Zweden, stapten over op het maken van elektrische gitaren (Hagström gooide zelfs al in 1958 het roer om).



1963-1964
De doorbraak van de popband

Buddy Holly & The Crickets legde de (blanke) basis voor het ontstaan van de popband in de VS, The Shadows deden dat in de UK. In 1963 en 1964 (met het Amerikaanse TV-debuut van The Beatles) vestigt de popband met zijn drums, elektrische gitaren en basgitaren definitief zijn naam onder aanvoering van The Beatles, The Rolling Stones, The Animals en andere bands. Elke jongen wil een elektrische gitaar op verjaardag. Massafabrikanten als Harmony doen in de USA goede zaken, net als het postorderbedrijf Sears-Roebuck, dat volop gitaren verkoopt van het eigen merk Silvertone (overwegend ontwerpen van Nathan Daniel, die later succes boekt met Danelectro gitaren en basgitaren).

1963
Een Rickenbacker met 12 snaren



 

Gitaarbouwer Rickenbacker komt met zijn 12-snarige 360-12, een model dat beroemd werd gemaakt door George Harrison van The Beatles en Roger McGuinn van The Byrds.

 


1965
Zelfs de folk gaat op elektrische toer

Zelfs in de folkmuziek doet, zeer tot de woede van de puristen, de elektrische gitaar zijn entree als de Grote Roerganger Bob Dylan op het Newport Festival ten tonele verschijnt met een elektrische gitaar en een rockband. Het Gouden Tijdperk van de elektrische solidbody is begonnen, mede dankzij Leo Fender, die in 1965 zijn bedrijf verkoopt aan multinational CBS voor het destijds gigantische bedrag van 13 miljoen dollar.

1966
De Gitaar Goden spelen Hemels


Het jaar 1966 doen voor het eerst Gitaar Goden van zich spreken, bespelers van de elektrische gitaar die nieuwe wegen inslaan. Het is het debuutjaar van Cream met Eric Clapton, Jimi Hendrix neemt zijn eerste single 'Hey Joe' op. Bovendien doet gitarist Peter Green dit jaar voor het eerst van zich spreken. Het jaar nadien zijn het het vooral Jimi Hendrix en Clapton die experimenten uitvoeren met effecten zoals het nieuwe wah-wah pedaal van Vox.

1966
De Britse geluidsmuur van Jim Marshall




In 1962 bouwde Jim Marshall - eigenaar van een muziekwinkel in Londen – zijn eerste versterker, die hij vrijwel helemaal baseerde op de 4 x 10 Fender Bassman. Bijzonder was echter dat het niet ging om een combo, maar een speakerkabinet met een losse versterkertop, waarmee de zogenaamde (half)stack was geboren. Rond 1966 veranderde Marshall veel aan zijn ontwerp. Onder meer door het gebruik van de Britse Mullard-tubes EL34 wordt de zogenaamde British Sound geboren, waarmee gitaristen als Clapton en Hendrix beroemd worden. Bovendien ging het om fullstack versterkers, ofwel een top met twee kabinets. Als rockgroepen gaan optreden met hele stapels Marshalls achter hun rug, is de Marshall Muur een feit.


 

1968
Ovations acoustic-electrics


In de zomer van 1968 introduceert Ovation de eerste échte akoestisch-elektrische gitaar met een semi-hollowbody.               Deze gitaar met een bol achterblad van kunststof en een speciaal ontwikkeld element is het antwoord van Ovation op problemen die veel muzikanten hadden met het versterken van hun akoestische gitaren en de bestaande akoestische gitaren met elementen. De gitaar vindt meteen breed aftrek. Hij is namelijk gemaakt op verzoek van de gitarist Jerry Reed, spelend bij countryster Glen Campbell, die op dat moment een veelbekeken wekelijkse TV-show heeft in de USA.


1970
Amerikaanse gitaren nabootsen in het Oosten


Er is een enorme vraag naar (goedkope) elektrische gitaren. Aanvankelijk zijn het vooral bouwers in de VS (Harmony, Kay, Silvertone), Italië en zelfs Nederland (Egmond) die zich bezighouden met het maken van goedkope nabootsingen van populaire modellen. Vanaf 1970 neemt met name Japan de rol van kopie-bouwer over. In steeds groter wordende aantallen rollen er in het Land van de Rijzende Zon kopie-gitaren van de band voor export naar Europa en Amerika. Een fabrikant als Hoshino Gakki (Ibanez) dankt hieraan zijn latere successen. Bekend waren ook onder meer de gitaren van Teisco, een fabrikant die regelmatig met 'Italiaans' aandoende eigen designs kwam, zoals op de bijgaande foto.

1976
Ibanez presenteert... The Artist


Ibanez was één van de Japanse fabrikanten die succes boekte met kopie-gitaren. Dat leverde de Amerikaanse poot van Ibanez onder meer een stevig juridisch gevecht op met Gibson, waardoor Ibanez uiteindelijk de headstock van Gibson niet langer mag gebruiken. In 1976 verzet Ibanez de bakens met de presentatie van het eigen model The Artist. Vanaf 1978 maakt Ibanez geen imitaties meer, maar eigen modellen. Ibanez groeit in de loop der jaren uit tot één van de Grote Drie, met Fender en Gibson.

1977
De gr500 gitaarsynthesizer van Roland
                                                                                                                                                               Roland introduceert de gr500 gitaarsynthesizer, het begin van een nieuwe ontwikkeling.

1984
SynthAxe featuring Alan Holdsworth

Deze door Roland ingezette ontwikkeling zet door met de introductie van de SynthAxe,                               een midi-gitaar waarmee gesamplede sounds kunnen worden voortgebracht.                                          Gitarist Allan Holdsworth laat horen wat de SynthAxe kan op zijn album 'Atavachron' uit 1986.

1988
Trends: customizing en zeven snarigen


Een gitaar volgens een ontwerp of technische specificatie van de bespeler zelf. Customizing heet dat.    Het wordt steeds populairder. Fender opent in 1988 een eigen customshop, de andere grote merken doen dat in veel gevallen ook. Een andere trend die zich in 1988 aandient - maar pas aan het einde van de 1990's echt door zet - is de elektrische gitaar met zeven snaren. Fender toont op de NAMM 1998 vakbeurs het prototype van een zevensnarige Stratocaster, die niet in productie komt. Aan de basis van het ontwerp stond gitarist Alex Gregory.

De jaren 1989-1995
De niet-ingeplugde gitaar komt terug

In het geweld van de elektrische gitaar raakte de akoestische steelstring binnen de poprock op de achtergrond na de singer-songwriters hausse van de eerste helft van de 1970's. Clipzender MTV brengt met zijn programmaserie Unplugged het instrument aan het begin van de 1990' s terug in het brandpunt van de belangstelling. Grootheden als Aerosmith, Clapton, Dylan, Neil Young en Stevie Ray Vaughan brengen tijdens Unplugged concerten min of meer akoestische uitvoeringen van hun evergeens. De eerste Unplugged aflevering was op 11 november 1989 met leden van de Britse band Squeeze.


1994
Nieuwe gitaarrock: grunge en nu-metal


In 1994 pleegt de Frontman van de Nieuwe Gitaarmuziek, Kurt Cobain, zelfmoord. Na de grunge volgt de nu-metal als gitaarrock bij uitstek. De gitaren worden extreem laag gestemd en in de tweede helft van de 1990's worden onder nu-metallers zevensnarige solidbody's mateloos populair, zoals de 7-snarige Ibanez Korn-7 gitaar.


1996
Het begin van de Grote Nabootsing


Line-6 presenteert de AxSys 212, een versterker waarmee je de sounds van andere gitaarversterkers kunt nabootsen. Line-6 vestigt zijn naam.

1999
Gitaar krijgt steeds meer verzamelaarswaarde

De gitaar is een gewild verzamelaarsobject geworden.                                          Er worden grote bedragen neergeteld voor zeldzame oude gitaren én voor instrumenten die door beroemde gitaristen zijn bespeeld. Eric Claptons Fender Strat uit 1956 wordt op 24 juni in New York bij opbod verkocht voor liefst 497.000 dollar en was daarmee tot dan toe de duurste gitaar ooit. Clapton kocht de Brownie in 1969 en bespeelde hem op de hit 'Layla' uit 1970. In de zomer van 2004 breekt Clapton op alle fronten zijn eigen record. Voor zijn Stratocaster Blackie wordt dan meer dan 900.000 euro neergeteld en ook andere gitaren van Clapton (& Friends) - andere Fenders maar ook zijn 'Unplugged' Martin - brengen op een veiling voor het goede doel meer op dan de Blackie in 1999. Een deel van de collectie wordt gekocht door Guitar Center, Amerika's grootste keten van muziekinstrumenten winkels. Niet alleen Blackie, ook andere gitaren van Clapton brengen vele tonnen op.

Deze trend van oplopende prijzen, wordt door de makers van nieuwe gitaren gretig omarmd. Veel fabrikanten spelen in op de vintagehype.              Zo maken gitaarbouwers steeds vaker instrumenten die in het oog lopen door hun opmerkelijke vormgeving of door opvallende decoraties. Zo komen er veel gitaren waarvan de body op een bijzondere wijze is gedecoreerd. BC Rich introduceerde zelfs een zogenaamde Body Art serie. Bovendien worden steeds vaker bijzondere modellen in kleine oplage gebouwd.


Rond het jaar 2000
Feminisering van de gitaar


Rond de millenniumwisseling beginnen meiden en vrouwen en masse de elektrische gitaar te ontdekken. Decennia lang bleef de solidbody vrijwel exclusief een instrument dat vooral door jongens en mannen werd bespeeld. Talloze vrouwelijk rocksterren komen opzetten (zoals Avril Lavigne) en zij inspireren steeds meer meiden. Dit betekent dat er ook speciale meidengitaren op de markt komen. Daisy Rock Guitars is de voorloper, gevolgd door andere merken. Eind 2005 waagt zelfs Fenders b-merk Squier zich aan een speciale meidengitaar, de Hello Kitty. De Amerikaanse belangenclub NAMM voorspelt in 2000 dat door de vrouwelijke gitarist de gitaarverkoop nog wel eens zou kunnen verdubbelen.



Het jaar 2000
Steeds meer gitaren komen uit China


Goedkope gitaren kwamen eerst uit Italië, de USA en Nederland (1950-1960), toen uit Japan (1970's), Korea en Indonesië en soms Mexico (1980-1990) en vanaf circa 2000 komen er steeds meer uit China. China slaat in de eerste jaren na de millenniumwisseling alle records als gitaarbouwende natie. De schattingen van het aantal gitaren dat rond circa 2004 elk jaar in China wordt gebouwd lopen uiteen van twee miljoen tot vijf miljoen ofwel 25 tot 70 procent van de gehele wereldproductie. De gitaren van goedkope, onbekende merken kosten bijna niets en worden door kenners niet zelden uiterst gunstig beoordeeld. Ook de grote bekende merken uit de USA, Japan en Europa verplaatsen op grote schaal hun productie naar China. Het eerste bedrijf binnen de muziekindustrie dat bijna alle producten (vanaf 1994) in China gaat produceren, is de Duitse firma Behringer.

Het jaar 2003
Jimi Hendrix blijft de Bovenste Beste


Jimi Hendrix blijft het grote voorbeeld voor veel rockgitaristen.                                     Lezers van muzikanten magazine Musicmaker kiezen hun 'all time favourites'.                De tien beste gitaristen: (1) Jimi Hendrix, (2) Mark Knopfler, (3) Joe Satriani, (4) David Gilmour, (5) Eric Clapton, (6) Stevie Ray Vaughan, (7) Jan Akkerman, (8) Eddie van Halen, (9) Rob Winter en (10) Yngwie Malmsteen. Tot beste gitaarsongs aller tijden worden gekozen: (1) Sultans of Swing, Dire Straits 1978, (2) Stairway to Heaven, Led Zeppelin 1971, (3) Apache, The Shadows 1960, (4) Little Wing, Jimi Hendrix 1968 (5) Hey Joe, Jimi Hendrix 1967. De Fender Twin Reverb komt als beste gitaarversterker ooit uit de bus, terwijl tot de vijf beste gitaren worden gekozen: (1) Fender Stratocaster, (2) Gibson Les Paul, (3) Fender Telecaster, (4) Ibanez JEM, (5) Gibson ES Series. De Dunlop Cry Baby Wah beschouwen de lezers van Musicmaker als het beste gitaareffect ooit gemaakt.


De jaren 2002-2003
Oude gitaarsounds worden gemodelleerd


Line-6 presenteert in het najaar van 2002 zijn Variax-lijn, gitaren die zijn uitgerust met de techniek die het bedrijf eerder gebruikte voor zijn modelling-versterkers en modelling-doosjes. Het betekent in de praktijk dat met Variax de geluiden van verschillende gitaren (maar ook bijvoorbeeld een sitar) kunnen worden nagebootst. 55 muzikanten magazines wereldwijd kennen Line-6 hiervoor in maart 2003 de prijs voor het meest innovatieve nieuwe product in de muziekindustrie toe. Gibson presenteerde begin 2003 een digitale uitvoering van een Les Paul model. Via zijn eigen MaGIC technologie en een analoog naar digitaal converter in de body kunnen gitaristen voortaan zonder problemen hun gitaar aan de computer koppelen. Kraak- en ruisvrij. In principe is het mogelijk elk snaarsignaal apart na te bewerken met deze technologie. De innovatie-award kandidaat voor 2004?


2004
De business beschermt zijn body's


Duizenden kleine en grote gitaarbouwers wereldwijd imiteren beroemde Amerikaanse modellen als de Les Paul en de Stratocaster. In 2004 – ruim vijftig jaar nadat deze designs ontstonden – zijn zowel Gibson als Fender druk in de weer eindelijk hun modellen vast te leggen in handelsmerken. Gibson zorgt er via de rechter voor dat Paul Reed Smith (PRS Guitars) de productie van zijn Singlecut model (Les Paul) tijdelijk moet stilleggen, terwijl Fender aankondigt de modellen Stratocaster, Telecaster en Precision te willen beschermen via het Amerikaanse trademark-register.

De jaren 2004-2005
Rockgod gevangen in een gitaarpedaaltje


Line 6 maakte het mogelijk op grote schaal de geluidskarakteristieken van historische gitaren na te bootsen via zijn modelingtechniek, de Amerikaanse firma Digitech gaat nog een stapje verder. Digitech introduceerde zijn Artist Series effectpedalen. Hiermee kunnen de specifieke gitaarsounds op hits van Grote Gitaargoden gesimuleerd worden. De eerste twee effectpedalen van Digitech waren de Crossroads (Eric Clapton) en het Jimi Hendrix Experience pedaal.


Bron: Popmuzikant.nl