De luit uit Syrië
Zeker ongeveer 4000 jaar geleden - ofwel 2000 jaar voor het
begin van onze jaartelling - ontstonden de eerste luit-achtige
instrumenten ofwel snaarinstrumenten met een hals en een
klankkast. De uitvinding van snaarinstrumenten met een hals en
een body wordt toegeschreven aan de Semieten, een volk dat
leefde in het tegenwoordige Syrië. Nog ouder dan luit-achtige
snaarinstrumenten, is het snaarinstrument de harp. Aan de hand
van oude afbeeldingen kon worden vastgesteld dat rond 3000 voor
het begin van onze jaartelling harpen al bekend waren in
Mesopotamië, het huidige Irak.

De
jaren 711 tot 1000
Voorgeschiedenis van de gitaar
Snaarinstrumenten die doen denken aan de luit en de latere
gitaar waren er zeker reeds vele eeuwen voordat onze jaartelling
begon. De luit is een snaarinstrument met een kleine halfbolle
klankkast. Hij stamt uit het Oosten en doet rond 711 als gevolg
van de Moorse overheersing zijn intrede in Zuid-Europa op wat
grotere schaal (andere bronnen noemen de tiende eeuw),
waarschijnlijk eerst in Spanje. Vermoedelijk komen door Spaanse
troubadours ook andere Europese landen snel in aanraking met de
luit en gitaar-achtige instrumenten. Landen aan de Afrikaanse
kant van de Middellandse Zee zouden al rond het jaar nul kennis
hebben gemaakt met de luit en aanverwante instrumenten.
Het jaar 1275
De eerste vermeldingen van de gitaar
Documenten die
stammen uit het jaar 1275 zijn de eerste op schrift gestelde
verwijzing naar een instrument dat de naam 'gitaar' draagt. Het
gaat om de 'Ars Musica' van Juan Gil uit Zamora. In gedichten
die stammen uit de periode 1283-1350 wordt gewag gemaakt van 'guitarra
Latina' en 'guitar Moresca', terwijl op het programma van een
feest in de Westminster in Londen (1306) een optreden stond
aangekondigd van iemand die 'gitarer' speelde.
De jaren 1300 tot 1500
Bloeitijd van de luit en opkomst gitaar
Vanaf 1300
wordt de luit een veelgebruikt instrument in heel Europa en
bestaan er verschillende variaties. In sommige landen is hij
spoedig 5-snarig en wordt de luit met een soort plectrum
bespeeld. Bekend is dat in 1440 ook in Nederland al luiten
werden gebouwd. Overigens is de luit niet populair in Spanje,
vanwege de slechte herinneringen aan de Moorse overheersing.
Spanjaarden houden het daarom bij eigen snaarinstrumenten, de
vihuela en de 4-snarige gitaar. In 1487 schrijft Johannes
Tinctoris dat dit instrument met vier snaren is uitgevonden in
Catalonie. Onduidelijk is echter of de gitaar wel werkelijk in
Spanje uit de luit is ontstaan. Er zijn ook deskundigen die
menen dat de gitaar in de veertiende eeuw een reeds bestaand
Arabisch instrument was, dat in die eeuw voor het eerst in
Spanje bekend werd.
Vanaf
circa 1500
De gitaar naar vijf snaren
Van circa 1500 tot 1625 beleeft de luit in Europa zijn gouden
jaren. Het instrument komt veel voor op schilderijen, zoals het
beroemde werk van Frans Hals. Vaak gaat het in deze periode om
5-snarige instrumenten met twee bassnaren. Tussen 1625 en 1700
ontstaan nieuwe variaties, met name in Spanje en Italië, die qua
ontwerp een soort mengvormen zijn tussen de luit en de latere
gitaar. Vijfsnarigheid blijft echter nog lange tijd de
standaard. Van het einde van de zestiende eeuw is een Italiaanse
gitaar bekend met vijf snaren in de stemming ADGBE, maar op
afbeeldingen uit Italië van een eeuw eerder is ook al een
vijfsnarige gitaar te zien. In Europa komen inmiddels namen
opzetten als chittaro en chitarini in het Italiaans, guitarra in
Spanje, guitare en quinterne in Frankrijk en in Engeland gyterne.
Er worden gitaar-achtige instrumenten zoals de mandoline mee
bedoeld.
Het jaar 1546
Eerste bladmuziek voor de gitaar
De oudst
bekende op schrift gestelde partituur voor gitaar stamt uit
1546. Het gaat om een compositie van Alonso Mudarra met de titel
'Tres Libros de Musica en Cifras para Vihuela'. Aan het begin
van de 1550's verschijnt bij uitgever Adrian Le Roy meer
bladmuziek voor (vijfkorige) gitaar.
Het jaar 1581
De vihuela gitaar uit Portugal
In 1581 bouwt
Belchior Dias in Lissabon, Portugal een instrument dat sterk
doet denken aan latere klassieke gitaren, maar de naam vihuela
draagt.
In de zestiende eeuw zorgen de Spanjaarden en Portugezen ervoor
dat deze instrumenten ook in Zuid-Amerika worden geïntroduceerd
(zo is bekend dat ze op grote schaal werden verkocht aan de
Azteken), hetgeen mede de verklaring lijkt voor de vroege
verspreiding van gitaar(achtige) instrumenten in Zuid-Amerika.
Via de Indianen zou de gitaar op deze wijze ook in het
noordelijk deel van het Amerikaanse continent terecht zijn
gekomen. De vihuela is in Spanje
en Portugal populair van 1500 tot ongeveer 1700.
De jaren 1600
De gitaar verdringt de luit steeds meer
Aan het einde van de zestiende eeuw is de luit in veel landen
nog één van de populairste instrumenten.
Bijvoorbeeld in Engeland, waarin 1596 nog de eerste luitliederen
in lesboeken worden gepubliceerd. De Europese 'superster' op de
luit is rond 1600 de Brit John Dowland. In de loop van de
zeventiende eeuw verdringt de (nog altijd vijfkorige) gitaar
langzaam maar zeker de luit van zijn voetstuk. Naarmate deze
eeuw verstrijkt verschijnt er steeds meer muziek voor gitaar en
wordt het gebruik van de luit teruggedrongen.
Het jaar 1674
Een gitaar voor de Zonnekoning
Als een belangrijk keerpunt wordt het jaar 1674 gezien. In dit
jaar publiceert de Italiaanse componist Francesco Corbetta
(1615-1681) zijn compositie 'Guitarre Royal', dat is opgedragen
aan koning Louis XIV, de excentrieke en flamboyante zonnekoning
die huisde in Versailles. Corbetta wordt beschouwd als de
belangrijkste gitarist van zijn tijd en hij speelde op
uitnodiging aan verschillende adellijke hoven van Europa en
droeg zodoende belangrijk bij aan de acceptatie van het
instrument in de bovenste lagen van de bevolking.
Het jaar 1732
Steeds vaker sprake van zes snaren
Het
is niet precies bekend wanneer de eerste zessnarige gitaar werd
gebouwd. Wel is er een schriftelijke instructies bekend uit 1732
over de stemming van de zessnarige gitaar. Aangenomen wordt
echter dat gitaren met zes snaren pas op iets grotere schaal
zijn gebouwd rond 1750 in Italië. Rond 1780 beginnen in met name
Spanje en Italië steeds meer experimenten met de bouw van
6-snarige gitaren in de EADGBE-stemming. De vijf gekoorde snaren
(zoals het Salomon model op de foto) maken langzaam maar zeker
plaats voor zes enkele snaren. Hoewel er beslist nog geen sprake
is van standaardisering (gitaren kennen per regio een grote
variatie), zet de gitaar zijn opmars van de zeventiende eeuw
voort. Ook Frankrijk is er vroeg bij. Bekend zijn een zessnarige
gitaar van Francisco Lupot uit 1773 en Salomons zessnaar van
circa 1760 (gemaakt in Parijs).
Het jaar 1788

Gitaren uit Duitsland komen op
Hertogin Amalia
van Weimar draagt bij de aan de
popularisering van de gtaar in Duitsland. Zij importeert een
vijfsnarige gitaar uit Italië. De Duitse bouwer Jacob August
Otto (die leefde van 1760 tot 1829) gaat ze namaken en heeft
veel succes met de gitaren (vooral in het zuiden van Duitsland).
Op verzoek van een componist voegt hij later een zesde
(bas)snaar toe. Duitsland - met van oudsher veel vioolbouwers -
zal zich ontwikkelen tot één van de belangrijkste
gitaarproducerende landen.
Het jaar 1799
De gitaarnotatie van Fernandiere
Belangrijk was de notatiemethode voor zessnarige gitaren van
Fernando Fernandiere (1799). De Italiaanse componist Don
Frederico Moretti neemt het werk als vertrekpunt voor zijn
techniek, die een belangrijke basis is voor de verdere
ontwikkeling van de speeltechniek voor klassieke gitaristen.
Het jaar 1807
Giulini vestigt zich in Wenen
De Italiaanse
gitarist Mauro Giulini (1781-1829) draagt belangrijk bij aan de
popularisering van de gitaar in heel Europa. Hij maakt veel
toernees en speelt ook gitaar met orkesten. Hij drukt als
performer een groot stempel op de gitaarmuziek in Europa. In
1807 vestigt hij zich voor enige tijd in Wenen.
Het jaar 1830
De gitaartheorie van Fernando Sor
Fernando Sor werd in 1778 geboren in Barcelona en geldt als één
van de belangrijkste gitaristen en gitaartheoretici van Europa.
Sor schreef enkele honderden gitaarcomposities van zeer
uiteenlopende aard. In de eerste helft van de 1800's drukt ook
Fernando Sor met zijn lessen, optredens en gitaarcomposities een
stempel op de ontwikkelingen van de gitaar. In 1830 publiceert
Sor een belangrijk boek over gitaartechniek. Sor trad in heel
Europa op.
Het jaar 1833
Eerste gitaarblad in Engeland
In 1833 verschijnt in Engeland het eerste nummer van The
Guilianiad Guitarist's Magazine, vernoemd naar de gitarist Mauro
Giuliani, een tijdschrift over gitaarmuziek. Voor het eerst
wordt ook de naam van een bekende klassieke componist met de
gitaar in verband gebracht, Franz Schubert (1797-1828). Hij zou
de gitaar hebben gebruikt bij compositiewerk. Rond 1810 komt de
Russische gitarist Andreas O. Sichra (1772-1861) met een
zevensnarige gitaar, een instrument waarvoor hij bovendien vele
tientallen composities schrijft. De zevensnarige gitaar is enige
tijd populair in bepaalde kringen in Rusland.
Het jaar 1833
C.F. Martin gevestigd in New York

De Duitser Christian Friedrich Martin begint in 1833 eerst in
New York en later (vanaf 1839) in Nazareth in de staat
Pennsylvania een eigen gitaaratelier, nadat hij het vak van
gitaarbouw geleerd had in zijn Duitse geboorteplaats en in Wenen
bij luthier en vioolbouwer Staufer. Johann Georg Staufer
(1778-1853) stond in de klassieke wereld bekend als bouwer van
klassegitaren en was de uitvinder van de zogenaamde 'guitarre
d'amour'. Staufers workshop werd voortgezet door Johann
Gottfried Scherzer (1843-1870), die als één van de eersten
wetenschappelijk onderzoek mede als vertrekpunt nam bij het
construeren van concertgitaren.
Rond het jaar 1850
Wenen hét gitaarcentrum
In de eerste helft van de negentiende eeuw ontwikkelt de
Oostenrijkse hoofdstad Wenen zich tot het centrum van de gitaar.
Er zijn de nodige bouwers gevestigd en bekende spelers als Simon
Molitor (1766-1848),Mauro Giuliani (1781-1829) en Leonhard von
Call (1769-1815). Veel Italiaanse gitarist publiceerde in
navolging van Giuliani hun composities bij Weense
muziekuitgevers en voeren hun werk in de Oostenrijkse hoofdstad
gingen uit. Onder hen was Luigi Legnani (1790-1877), die ook
veel bijdroeg aan de verbetering van de gitaarconstructie.
De jaren 1850
De geboorte van de moderne gitaar
In
Europa legt de Spaanse bouwer Antonio de Torres Jurado
(1817-1892) de basis voor de moderne gitaar. Hij kiest voor een
gitaar met een circa 20 procent grotere klankkast dan
gebruikelijk.
Daarbij verkoos hij een standaard snaarlengte van circa 65
centimeter, hetgeen het volume eveneens ten goede kwam. Nieuw
was bovendien dat de heup van de klankkast flink breder was dan
de bovenste ronding. Gitaren verliezen de symmetrische 8-vorm
die tot dan toe vrij standaard was.
Beweerd wordt dat de Spanjaard de rondingen afkeek van een vrouw
die hij in Sevilla op straat had gezien. De Torres Jurado
gebruikte bovendien lichter plaatmateriaal, dat hij verstevigde
met een lattensysteem in het binnenste van de klankkast. Rond
1857 legt hij bovendien de basis voor de hedendaagse
brugconstructie met de toevoeging van een zadel. Torres'
innovaties leggen de basis voor de Spaanse school van
gitaarbouwers, waarvan het Ramirez geslacht één van de
belangrijkste exponenten is.
Net als Torres in Spanje wijdt C.F. Martin zich in het verre
Amerika - en wellicht zelfs eerder - aan vergelijkbare
innovaties. In de 1840's ontwikkelde de Duitser het X-bracing
systeem, de X-constructie aan de binnenkant van de klankkast die
de gitaar meer spankracht geeft.
De periode 1900-1910
Het gebruik van nagels en vingertoppen
Andrés Segovia (1893-1987) beleeft in Granada zijn
concertdebuut. Hoewel puristen tot dan toe vonden dat de
gitaarsnaren niet met de nagels mochten worden beroerd, speelde
Segovia de gitaar met zijn nagels en het vlees van zijn
vingertoppen. De gebeurtenis wordt gezien als het begin van het
moderne gitaarspel (binnen de wereld van de klassieke gitaar).
Segovia geldt met Miguel Llobet (1878-1937) als één van de grote
klassieke gitaarvirtuozen van het begin van de twintigste eeuw.
Segovia oefent gedurende vrijwel de hele twintigste eeuw grote
(vaak directe) invloed uit op de wereld van de klassieke gitaar
en jonge klassieke gitaristen.
De periode 1900-1910
De jaren van Handy en Hawaï
Gaat
het in Europa nog altijd om 'de schoonheid van toon' bij het
klassieke gitaarspel, in de Verenigde Staten dienen zich tussen
1900 en 1910 heel andere gitaarklanken aan. Hoewel de banjo in
populariteit de gitaar nog heel ver voor blijft, worden op
kleine schaal de eerste (zwarte) muzikanten gesignaleerd die
snerpende klanken uit de gitaar tevoorschijn toveren. In 1903
zou in Tutweiler in de staat Mississippi dor componist W.C.
Handy bij het station een zwarte zanger gezien zijn die met een
mes slide-guitar speelt. De blues wordt gebaard. Van grote
invloed is binnen de VS de invloed van de Hawaïaanse muziek, die
rond 1910 de sprong naar Amerika maakt. De muziek draait om de
lapsteel (en later de pedalsteel), een soort gitaar die liggend
op schoot wordt bespeeld waarbij men met een stuk ijzer over de
snaren glijdt. In 1909 legt Joseph Kekuku als eerste op Hawaï
deze muziek vast bij opnames.
De jaren 1910-1920
De gitaar in de jazz en de blues
In deze periode zet een voorzichtige popularisering in van de
gitaar.
Hij wordt steeds vaker aangetroffen binnen opkomende muzikale
stromingen als de blues, de jazz en de Amerikaanse volksmuziek
(nadien country). Snaarinstrumenten die tot dan populair waren
binnen deze stromingen, zoals de banjo, de mandoline en de viool
(volksmuziek, later country genoemd), verliezen geleidelijk aan
terrein.
Het jaar 1916

Ditsons dreadnought van C.F. Martin
De Amerikaanse fabrikant C.F. Martin bouwt in opdracht van
muziekdistributeur Oliver Ditson onder diens merk een
dreadnought, een grote gitaar met stalen snaren (zoals op de
foto), tot dan toe zeer ongebruikelijk, ontworpen door Frank
Henry Martin en Harry Hunt. De naam dreadnought was ontleend aan
een Brits slagschip. In 1929 introduceerde Martin het eerste
model dat exclusief voor steelstrings was ontworpen, de OM-28.
Nadat Ditson werd verkocht (in 1931), ging Martin de
dreadnoughts in eigen beheer maken. Hieruit kwamen legendarische
gitaren voort als de D-28, eerst beroemd gemaakt door bluegrass
muzikant Bill Monroe. De D-28 met het zogenaamde haringgraat (herringbone)
motief zal zich ontwikkelen tot dé akoestische gitaar van de
rock.
Het jaar 1919
Stalen snaren uit Oostenrijk
In 1919 baart het Oostenrijkse duo Thomastik & Infeld opzien met
een kwalitatief hoogwaardige stalen snaar voor
snaarinstrumenten, zoals de gitaar. Vanaf dit moment gaan steeds
meer gitaarbouwers instrumenten maken met stalen snaren, de
vinding luidt de geboorte in van de steelstring.
De jaren 1920
Definitieve doorbraak naar groot publiek
In de 1920's beleeft de gitaar zijn grote doorbraak binnen
populaire en moderne muziekstromingen, met name in de Verenigde
Staten. Zo maakt de gitaar in de meeste gevallen deel uit van de
standaard bezetting van de eerste binnen de jazz opkomende
bigbands. Maar ook muzikanten binnen de country en de blues
omarmen de gitaar als het belangrijkste instrument. In november
1923 werkt gitarist Sylvester Weaver in New York mee aan
studio-opnames, die bekendheid krijgen als de eerste bluesgitaar
recordings. Inmiddels had de gitaar ook zijn intrede gedaan in
Afrika. Met name dankzij zeelieden uit Liberia maakten de landen
aan de Afrikaanse westkust in de periode 1900-1925 volop kennis
met de gitaar.
Het jaar 1924
Gibson in jazz met de L-5

Gibson presenteert zijn beroemde L-5 model, een hollowbody
gitaar met vioolsleuven in plaats van grote klankgaten. De
zogenaamde jazzgitaar is geboren, ontwikkeld door Lloyd Lear.
Lloyd Loar was een bijzondere man. Hij was van origine
mandolinespeler en kwam in eerste instantie bij Gibson in dienst
als adviseur van een topserie mandolines. De L-5 kwam daaruit
ook voort. Lloyd Loar wijdde zich verder nog aan baanbrekende
instrumenten (onder meer voor zijn eigen bedrijf Vivi-Tone) als
een massieve elektrische viool, een zingende zaag en een
elektrische piano.
1929
T-Bone Walker en zijn gitaarcapriolen
In het kielzog van Blind Lemon Jefferson nemen na diens eerste
opnames in 1926 een hele rij bluesmuzikanten werk op in
studio's. In 1929 maakt T-Bone Walker (Oak Cliff T-Bone) zijn
eerste recordings. Hij wordt met zijn speelstijl beschouwd als
de trendsetter op de bluesgitaar en zal voor velen na hem een
bron van inspiratie blijken.
1929
Spaanse gitaar succes in Japan
In het Verre Oosten begint de gitaar ook aan een zegetocht. De
firma Hoshino begint in 1929 met de import van de Spaanse
gitaren van Salvador Ibanez, toen Spanje's grootste
gitaarbouwer. Hoshino was in de 1890's gestart als boekhandel in
de Japanse stad Nagoya en werd in 1908 uitgebreid met een
muziekinstrumentenafdeling. De verkoop van de Spaanse gitaren is
zo groot, dat Hoshino in 1935 zelf in Japan gitaren gaat bouwen
onder het merk Ibanez.
1927-1931
Dobro, Ro-Pat-In en elektrificering
Adolf Rickenbacker, Paul Barth en George Beauchamp voorzien in
1931 een massieve lapsteel guitar (Hawaiaanse schootgitaar) van
een element. Onder de koosnaam Frying Pan gaat dit instrument de
geschiedenisboeken in als de eerste elektrische gitaar en als
Ro-Pat-In maakt hij in 1932 zijn debuut op de markt. Hij wordt
gevolgd door een hollowbody elektrische gitaar uitvoering, een
feitelijk semi-massief model dat gemaakt was van bakeliet. De
zoektocht naar elektrische versterking was een direct gevolg van
de vraag van gitaristen om meer volume te kunnen produceren,
zodat ze zich beter hoorbaar konden maken in jazz- en
bluesbandjes. Deze roep om meer volume leidde onder meer tot
gitaren met grotere klankkasten en vinden als de zogenaamde
resonator gitaar (in 1927), gitaren die deels of geheel van
aluminium waren en waarbij de belangrijkste merknaam (Dobro,
ontstaan in 1934) een soortnaam werd.
1932
Django Reinhardts Selmer Maccaferri
De Belgische gitarist Django Reinhardt wordt vereenzelvigd met
de Selmer Maccaferri gitaar. De Italiaan Mario Maccaferri
(1900-1993) ontwierp deze gitaar met het opvallende D-vormige
klankgat in 1931, waarna ze een jaar later door de Parijse
fabrikant Henri Selmer (bekend van de saxofoons) op de markt
werden gebracht. Tot 1954 - toen Selmer de gitaarproductie
staakte - werden er maar ongeveer duizend gemaakt. Het model
werd dé gitaar voor de makers van gypsyjazz. Het is feitelijk na
de modernisering van de Spaanse gitaar, het meest eigen model
van Europese bodem dat zo invloedrijk is geweest.
circa 1933
Plectrums van celluloid
Plectrums voor snaarinstrumenten waren er al vele, vele
honderden jaren. Ze werden gemaakt van steen, bot, hout en het
schild van de schildpad. Rond 1933 - ongeveer 60 jaar na de
uitvinding van celluloid - deed het plectrum van kunststof zijn
intrede. Gitarist Nick Lucas ofwel Nicolas Lucanese (1897-1982)
uit New Jersey zorgde er met Joe Nicomede en Luigi D'Andrea voor
dat de eerste dunne plectrum van kunststof er kwam, compleet met
een naamopdruk van de gitarist. Hij had de bekende vorm die we
heden ten dage nog kennen en was van celluloid.
1935
Electric Spanish by Gibson
Toen de Ro-Pat-In op de markt kwam, waren andere
gitaarfabrikanten al driftig aan het experimenteren met het
elektrisch versterkt maken van gitaren met een holle klankkast.
Gibson komt in 1935/1936 met de legendarisch geworden ES-150,
die in 1935 vooraf was gegaan door de elektrische lapsteel
EH-150. ES staat voor electric-spanish, de term waarmee deze
elektro-akoestische instrumenten in den beginne werden
aangeduid. Vanwege het feit dat hij het instrument beroemd
maakte, werd de ES-150 ook wel model Charlie Christian genoemd.
In 1936 komt Gibson met een sunburst-versie van de ES-150. De
ES-150 is voor het eerst op de plaat te horen in ‘Hittin’ the
Bottle’ van Jimmie Lunceford met Eddie Durham als gitarist.
Gitaarfirma’s als Epiphone, National, Kay en Vega volgen in het
spoor van Gibson met soortgelijke elektrische hollowbody’s.
1936-1937
Flamenco en Fingerpicking
In 1936 en 1937 leggen twee gitaargrootheden de basis voor
moderne gitaarspel technieken. Ramón Montoya uit Madrid baart
opzien net een nieuwe wijze van spelen die geldt als de het
moderne flamencospel. In Amerika trekt countrygitarist Merle
Travis de aandacht met zijn fingerpicking techniek. Hij wordt
gezien als de uitvinder van deze speelvorm.
1939
Charlie Christian en Eddy Christiani
Charlie
Christian uit Oklahoma gaat met het orkest van Benny Goodman de
studio in en er worden opnames gemaakt met zijn elektrische
gitaar, een unicum voor die dagen. Charlie Christian gaat in
augustus 1939 deel uitmaken van Goodmans beroemde orkest en
wordt begin 1940 bij een poll van het jazzblad Down Beat reeds
uitgeroepen tot populairste jazzgitarist. Deze status groeit
alleen maar tot aan zijn dood in 1942. Christian wordt algemeen
beschouwd als de muzikant die de (elektrische hollowbody) gitaar
een meer prominente plek gaf in orkesten en er bovendien voor
zorgde dat de gitaar zich ontwikkelde als een belangrijk
solo-instrument. Hij besteeg in 1939 voor het eerst het podium
met een hollowbody elektrische gitaar en in dit opzicht is
Christian een jaar later dan Eddie Durham (geboren 1906). Durham
zou al rond 1930 zelf experimenten hebben uitgevoerd met het
elektrificeren van zijn gitaar, bekend is dat hij in 1938 met de
Kansas City Five al optrad met een elektrische gitaar. In
Nederland gaat Eddy Christiani in navolging van Christian in
1939 elektrisch versterkt spelen. De eerste Nederlandse opname
mét een elektrische gitaar is Christiani's song 'The Windmill'.
Het was echter met name Charlie Christian die ervoor zorgde dat
de archtop zich ontwikkelde tot de jazzgitaar bij uitstek.
1939
Composities voor gitaar
Met name de Spaanse klassieke gitarist Andres Segovia zorgt
ervoor dat bekende componisten werk voor gitaristen gaan maken.
Als eerste in de twintigste eeuw wijdde Mario
Castelnuovo-Tedesco zich hieraan met zijn 'First Guitar
Concerto' in 1939. Aangezet door Segovia volgen componisten als
Manuel Ponce, Joaquim Rodrigo en Alexander Tansman.
1941
Solidbody in Iowa
Er waren meer pioniers zoals Paul Tutmarc (Audiovox) en Les Paul
(The Log). Zo is het zeker dat O.W. ofwel App Appleton uit Iowa
als een van de eersten een solidbody gitaar bouwde. Deze
muzikant opende in 1936 een eigen muziekschool in Burlington. In
de winter van 1940-1941 sneed Appleton een body uit een massief
stuk hout en combineerde deze met een Gibson hals. Appleton
kreeg pas later de erkenning als een gitaarpionier en wijd
verspreid werd zijn solidbody niet.
1940-1945
De gitaar wordt een massaproduct
In de USA ontwikkelt de gitaar zich tot een massaproduct.
Harmony, opgericht door Wilhelm Schultz in 1892, maakt onder
allerlei verschilende merknamen gitaren (onder meer voor
postorder bedrijven). Aan het begin van de 1940's kwam naar
schatting de helft van alle kwart miljoen gitaren die in de USA
gebouwd en verkocht werden uit de fabriek van Harmony.
1941
De elektrische gitaar live op de radio
De King Biscuit Time Radio Shows worden rechtstreeks uitgezonden
vanuit Helena in de Amerikaanse staat Arkansas. Robert Lockwood
junior speelde elektrische gitaar aan de zijde van Sonny Boy
Williamson II en is één van de eersten wiens elektrische
gitaarklanken live via de radio te horen zijn.
1946
En toen kwam... Leo Fender
In 1945 heeft radioreparateur Leo Fender korte tijd een bedrijf
met lapsteelgitarist Doc Kauffman. Samen bouwen ze versterkers
in Fullerton, California.
Het gaat vrij snel mis, maar Fender richt in 1946 in zijn eentje
een nieuw bedrijf op.
Lapsteel versterker met hulp van Doc Kauffman---LEO
FENDER: ZIJN EERSTE AMP
Leo Fender (1909-1991) veranderde met zijn elektrische gitaren
en basgitaren het gezicht van de popmuziek. Maar ook met zijn
versterkers leverde hij een belangrijke bijdrage aan het
popgeluid. Zestig jaar geleden bracht Fender zijn eerste
versterker op de markt. En ook zijn eerste gitaar, trouwens.

Op de
middelbare school knutselde Leo al met elektronica. Hij maakte
op verzoek een P.A. installatie. Daarvoor - hij was toen een
jaar of 13 - bouwde de kleine Leo zijn eerste eigen radio’s.
Fender wist al op jonge leeftijd wat zijn passie was. Geen
wonder dus dat hij eind 1938 een eigen radiozaak opende aan
Harbor Boulevard in Fullerton, California, tegenwoordig behorend
tot de agglomeratie van Los Angeles.
Op een goede dag kwam Doc Kauffman Fenders Radio Service
binnenlopen, een lokaal bekende bespeler van de lapsteel gitaar.
De lapsteel waaide aan het begin van de twintigste eeuw vanaf
Hawaï over naar de VS en werd in de loop van de 1920’s een
populair instrument. Leo en Doc ofwel Clayton Orr Kauffman
raakten aan de praat over de mogelijkheid lapsteel gitaren door
middel van een element elektrisch te gaan versterken. Van het
één kwam het ander. In het najaar van 1944 vroegen Fender en
Kauffman patent aan voor het element dat ze hadden ontworpen. Om
de exploitatie van hun vinding ter hand te kunnen nemen, richtte
het duo een bedrijf op, K&F Electric Stringed Instruments &
Amplifiers.
GRIJZE KOFFER
Deze firma presenteerde in 1945 zijn eerste set, een
grijs-chromen lapsteel gitaar met een bijpassend grijze
kofferversterker. Hoewel er sprake was van serieproductie - er
zijn ettelijke honderden van deze naamloze sets verkocht - waren
niet alle versterkers exact hetzelfde. Grofweg waren deze eerste
‘Fenders’ leverbaar in twee uitvoeringen (er waren ook varianten
op). Er was een model met een 8-inch speaker, een input en een
volumeknop en daarnaast was er een tweede model met twee inputs,
volume- en toonknop. De amps hadden een metalen maasvormige
grille. Hoewel de verkoop dus niet onaardig liep, zijn er maar
beperkt aantal van deze eerste Fender versterkers bewaard
gebleven. Hun vintageprijs ligt heden ten dage tussen de 1000 en
2000 euro.
EN TOEN…
Begin 1946 hield K&F op te bestaan. Kauffman keerde terug naar
zijn boerderij in de staat Oklahoma. Leo Fender ging alleen
verder op de ingeslagen weg, onder de nieuwe naam Fender
Electric Instruments Co. Hij kwam snel met een nieuwe
versterkerlijn, drie modellen die tegenwoordig de ‘Woodies’
worden genoemd, omdat er veel hout in het chassis was verwerkt.
Het gaat om de Princeton (8-inch), Deluxe ofwel ‘Model 26’
(10-inch) en de Professional (15-inch speaker). Tot het einde
van 1947 werkte hij nog vanuit zijn radiowinkel in Fullerton,
maar hij verkocht deze toen hij verkaste naar een grote
werkplaats, de plek waar al zijn grote innovaties tot stand
zouden komen, zoals de Esquire, de Telecaster, de Stratocaster,
de Bassman en de Precision Bass.
1946
De gitaar
komt op als de Rijzende Zon
Na de Tweede Wereldoorlog wordt de gitaar ook in Japan een
uitermate populair instrument. In het land komt (eerst
bescheiden) een gitaarindustrie opzetten, die zich eerst bijna
exclusief op de binnenlandse Japanse markt richt.
1947
Nylon snaren voor gitaren
Albert Augustine introduceert als eerste nylon gitaarsnaren. Tot
dan toe werd vaak een ander materiaal veel gebruikt voor
niet-steelstrings, gut strings, gemaakt van dierendarmen of
botweefsel. Intussen beleeft de elektrische gitaar zijn grote
doorbraak. Met name in Chicago ontwikkelt zich - onder meer
onder aanvoering van Muddy Waters - een nieuwe bluesvorm die
gestoeld is op de oude Mississippi-blues, maar waarbij de
elektrische gitaar een hoofdrol inneemt.
1954
De solidbody van Paul Bigsby
Helemaal
voor de volle honderd procent zeker is het niet: maar algemeen
wordt aangenomen dat het Paul Bigsby was die de eerste echte
solidbody elektrische gitaar bouwde. Een volwaardige gitaar met
een volledig massieve body dus. In 1948 moet dat geweest, op
verzoek van fingerpicker Merle Travis. Het model van de
motorreparateur Bigsby deed denken aan de gitaar waarmee Fender
even later kwam. De twee woonden dan ook vlak bij elkaar in de
buurt. Ook in 1948 neemt John Lee Hooker zijn eerste plaat op,
ritmische zang waarbij hij zichzelf enkel en alleen begeleidt op
een elektrische versterkte hollowbody gitaar.
1949

Leo Fender komt met Broadcaster
Het is niet overdreven om te zeggen dat Leo Fender vanaf 1949
een paar instrumenten uitvindt die het gezicht van de muziek
voorgoed zullen veranderen. Fender ontwikkelt eerst een
elektrische gitaar met een massieve kast en aanvankelijk één
element. In 1950 verschijnt dit model onder de naam Broadcaster
op de markt. Omdat Gretsch een drumkit heeft met de naam
Broadkaster, wijzigt Fender de naam per augustus 1951 in
Telecaster.
De jaren 1950
Steeds meer buizenamps voor de gitaar
In de eerste jaren van elektrisch versterkte hollow- en
solidbody gitaren werd nog veel gebruik gemaakt van
radioversterkers. Naarmate het gebruik van elektrische gitaren
toenam, kwamen steeds meer specifieke buizenamps op de markt,
vooral aan het begin van de 1950's nam het aanbod toe. Het gaat
om merken als National, Supro, Gibson, Premier en Fender, in de
meeste gevallen om simpele versterkers met vermogens van 5 tot
20 watt.
1952
De eerste twee Les Pauls
In de 1940's wees het management van Gibson gitarist Les Paul
met zijn ontwerpen lachend de deur. Les Paul experimenteerde
begin 1940's in een Epiphone werkplaats al met het massief maken
van een holle gitaar door een spoorbiels tussen twee
dwarshelften te plaatsen, een gitaar die later de bijnaam The
Log kreeg. Nadat Fender met zijn massieve gitaren kwam,
hernieuwde Gibson zelf het contact met Les Paul. Dit gebeurde
vooral op initiatief van Ted McCarty, die in 1948 als topman in
dienst kwam van Gibson en vrij snel de noodzaak zag tot het
ontwikkelen van een eigen massieve elektrische gitaar. Gibson
hield de ontwikkeling grotendeels in eigen hand, maar McCarty
benaderde Les Paul als uithangbord, omdat hij in de 1950's een
succesvol liedjessmid was. Op 20 mei 1952 werd de Les Paul
Goldtop gepresenteerd. De beroemdste gitaar van de rock, samen
met Fenders Stratocaster, was een feit.
1953
Mullards EL34 buis wordt dé gitaartube

In 1953 wordt één van de beroemdste ‘gitaarbuizen’ aller tijden
op de markt gebracht, de EL34 van de Londense firma Mullard, die
sinds 1927 het eigendom was van Philips.De EL34 was uitermate
goedkoop, maar bleek een topbuis. Deskundigen menen dat hij de
6L6-buis (veel gebruikt in Amerikaanse amps) kwalitatief op alle
fronten versloeg en hij bijna in de buurt komt van de
legendarische 6550. De EL34 droeg belangrijk bij aan de
zogenaamde British Sound, nadat Marshall hem in 1966 in zijn
gitaarversterkers ging gebruiken.
1954
De Stratocaster doet zijn intrede
Leo Fender beantwoordt de komst van de Les Pauls met een nieuw
model.
In het voorjaar van 1954 maakt hij de eerste proefmodellen van
zijn Stratocaster design, een soldibody gitaar met drie
elementen (en daarmee de eerste in zijn soort). Verder was hij
standaard uitgerust met een whammy bar en ook dit was een
unicum. Bijzonder was dat de inputbus voor de versterkerplug
gesitueerd was op het bovenblad van de body. De Stratocaster
werd in de loop van decennia alom geprezen. Door gitaristen als
'het werkpaard van de rockmuziek'. Door industrieel ontwerpers
vanwege zijn sierlijke vorm en het feit dat hij zich simpel in
grote aantallen industrieel liet vervaardigen. De eerste
serieproductie startte in oktober. De drie belangrijkste gitaren
van de rock zijn een feit; de Telecaster, de Les Paul en de
Stratocaster blijven tot op de dag van vandaag het Supertrio van
de elektrieke rock.
1954
Elvis Presley rockt op een Martin D-18

'That's Allright Mama'. Elvis
Presley neemt de song in juli 1954 op in de studio van Sam
Philips in Memphis en geeft hiermee het startsein voor de
(blanke) rock'n'roll. De rock('n'roll) wordt synoniem met
'elektrische gitaar', maar Presley geeft zijn startsein met een
paar flinke halen op een Martin D-18, waarna zijn gitarist
Scotty Moore overigens de rest van het gitaarspel voor zijn
rekening neemt op een Gibson ES-295.
1955
De Stratosphere dubbelloopse solidbody
Stratosphere uit Springfield, Missouri komt de eer toe als
eerste gitaarbouwer op de markt te komen met een ‘dubbelloopse’
elektrische solidbody, beter bekend als doubleneck. In 1955
bracht de bouwer de gecombineerde 12- en 6-snarige dubbelaar
voor het voetlicht van het grote publiek. Alleen Paul Bigsby was
min of meer eerder. Hij bouwde één of twee doublenecks in
opdracht van gitaristen, maar niet zoals Stratosphere in serie.
Bij het verschijnen kostte de doubleneck Stratosphere Twin uit
Springfield 330 US-dollars.
1955
Dé gitaarversterker: Fenders 4 x 10 Bassman
In 1952 introduceerde Leo Fender de Bassman, een versterker die
gemaakt was voor bespelers van de elektrische basgitaar. De
uitvoering die in 1955 op de markt verscheen (met vier Jensen
speakers van 10 inch) ontwikkelde zich tot één van de meest
cruciale gitaarversterkers van de twintigste eeuw.
Deze basamp werd uitermate populair bij elektrische gitaristen
en zelfs geroemd als één van de beste gitaarversterkers ooit
gemaakt. Cruciaal is de Bassman ook, omdat de Engelsman Jim
Marshall in 1962 de Bassman gebruikte als voorbeeld voor zijn
eerste versterkers. Geen wonder dus dat de basversterker Fender
Bassman heel vaak door gitaristen wordt geroemd en genoemd als
één van de beste gitaarversterkers ooit.
1957
Minder ruis met Gibsons humbuckers
Het zijn de jaren van de
belangrijke innovaties op het gebied van de elektrische gitaar.
Gibson ruilt zijn enkelspoels elementen in voor dubbelspoelse
humbuckers, elementen die de bijkomende ruis sterk reduceren.
Nog hetzelfde jaar lijft Gibson de oude gitaarbouwer Epiphone
in.
1958
Vreemde Gibsons van Ted McCarthy
Het gaat niet goed met Gibson (de
Les Pauls zouden pas veel later in grote aantallen worden
verkocht). Ted McCarthy van Gibson verzint een list en ontwerpt
opvallende modellen als de raketvormige Flying V (ontwerppatent
van juni 1957), de Explorer en de Moderne. Gibson boekt er pas
veel, veel later succes mee. Ook hield Gibson in 1958 de ES-335
ten doop. Het is een zogenaamde thinline, feitelijk een nieuw
soort gitaar, een mix tussen een hollowbody en een solidbody
ofwel een semi-massieve gitaar. Gretsch introduceerde vier jaar
eerder al een instrument dat sterk aan de ES-335 deed denken, de
Chet Atkins 6121.
1958
John Williams debuteert in Londen
Na een studie aan de Academia Musicale Chigiana in Siena en
andere opleidingen maakt John Williams (Australië, 1941) zijn
debuut in de Wigmore Hall in Londen. Hij groeit uit tot één
belangrijkste klassieke gitaristen van zijn tijd, maar speelt
later ook jazz en pop-achtige dingen. Williams' vader was de
oprichter van het Spanish Guitar Centre in Engeland.
1959
Fender Hits Europe
Fender is het eerste bedrijf in de Amerikaanse muziekindustrie
dat op grote schaal elektrische gitaren gaat exporteren naar
Europa, vooral de UK. In 1959 is Fender voor het eerst present
op de belangrijke vakbeurs in Frankfurt. Hoewel de prijzen voor
Fenders hoog zijn, domineert het bedrijf van Leo Fender aan het
begin van de 1960's de markt voor Amerikaanse elektrische
gitaren in Europa. In Duitsland genoot Fender al enige faam
doordat daar gelegerde Amerikaanse soldaten op de instrumenten
van Leo Fender speelden. Eén van de eerste Strats in Engeland
was een rode Strat die in 1959 door Cliff Richard speciaal voor
Hank Marvin van The Shadows rechtstreeks uit de USA werd
geïmporteerd.
1961

De Les Paul verdwijnt en de SG komt
Het ging bergafwaarts met de loopbaan van gitarist Les Paul en
ook met de elektrische solidbody die zijn naam droeg. In 1960
ondergaan de Les Paul modellen een drastische restyling. Een
jaar later verliezen deze modellen zelfs hun Les Paul-logo en
worden de nieuwe gitaren met een dubbele cutaway hernoemd tot SG
(ofwel Solid Guitar). De traditionele Les Pauls worden pas later
in de 1960's weer gemaakt.
1962
Gitaria Italia
Eind 1950’s stort de accordeonbouw als een kaartenhuis in elkaar
door de opkomende populariteit van de elektrische gitaren.
Tientallen accordeonbouwers in Italië – geconcentreerd in
Castelfidardo en omgeving – stappen over de bouw van gitaren.
Tot ongeveer 1969 – als Japan op komt zetten – is Italië hét
land waar op grote schaal goedkope elektrische gitaren worden
gebouwd, met Eko als bekendste merk. De Italiaanse gitaren
kenmerken zich aanvankelijk door felle kleurtjes, gespikkelde
finishlagen en elementen uit de accordeonbouw, zoals grote
drukknoppen. Ook andere Europese accordeonmakers, zoals Hagström
in Zweden, stapten over op het maken van elektrische gitaren (Hagström
gooide zelfs al in 1958 het roer om).
1963-1964
De doorbraak van de popband
Buddy Holly & The Crickets legde
de (blanke) basis voor het ontstaan van de popband in de VS, The
Shadows deden dat in de UK. In 1963 en 1964 (met het Amerikaanse
TV-debuut van The Beatles) vestigt de popband met zijn drums,
elektrische gitaren en basgitaren definitief zijn naam onder
aanvoering van The Beatles, The Rolling Stones, The Animals en
andere bands. Elke jongen wil een elektrische gitaar op
verjaardag. Massafabrikanten als Harmony doen in de USA goede
zaken, net als het postorderbedrijf Sears-Roebuck, dat volop
gitaren verkoopt van het eigen merk Silvertone (overwegend
ontwerpen van Nathan Daniel, die later succes boekt met
Danelectro gitaren en basgitaren).
1963
Een Rickenbacker met 12 snaren
Gitaarbouwer Rickenbacker komt met
zijn 12-snarige 360-12, een model dat beroemd werd gemaakt door
George Harrison van The Beatles en Roger McGuinn van The Byrds.
1965
Zelfs de folk gaat op elektrische toer
Zelfs in de folkmuziek doet, zeer
tot de woede van de puristen, de elektrische gitaar zijn entree
als de Grote Roerganger Bob Dylan op het Newport Festival ten
tonele verschijnt met een elektrische gitaar en een rockband.
Het Gouden Tijdperk van de elektrische solidbody is begonnen,
mede dankzij Leo Fender, die in 1965 zijn bedrijf verkoopt aan
multinational CBS voor het destijds gigantische bedrag van 13
miljoen dollar.
1966
De Gitaar Goden spelen Hemels
Het jaar 1966 doen voor het eerst Gitaar Goden van zich spreken,
bespelers van de elektrische gitaar die nieuwe wegen inslaan.
Het is het debuutjaar van Cream met Eric Clapton, Jimi Hendrix
neemt zijn eerste single 'Hey Joe' op. Bovendien doet gitarist
Peter Green dit jaar voor het eerst van zich spreken. Het jaar
nadien zijn het het vooral Jimi Hendrix en Clapton die
experimenten uitvoeren met effecten zoals het nieuwe wah-wah
pedaal van Vox.
1966
De Britse geluidsmuur van Jim Marshall
In 1962 bouwde Jim Marshall - eigenaar van een muziekwinkel in
Londen – zijn eerste versterker, die hij vrijwel helemaal
baseerde op de 4 x 10 Fender Bassman. Bijzonder was echter dat
het niet ging om een combo, maar een speakerkabinet met een
losse versterkertop, waarmee de zogenaamde (half)stack was
geboren. Rond 1966 veranderde Marshall veel aan zijn ontwerp.
Onder meer door het gebruik van de Britse Mullard-tubes EL34
wordt de zogenaamde British Sound geboren, waarmee gitaristen
als Clapton en Hendrix beroemd worden. Bovendien ging het om
fullstack versterkers, ofwel een top met twee kabinets. Als
rockgroepen gaan optreden met hele stapels Marshalls achter hun
rug, is de Marshall Muur een feit.
1968
Ovations acoustic-electrics
In de zomer van 1968 introduceert Ovation de eerste échte
akoestisch-elektrische gitaar met
een
semi-hollowbody.
Deze gitaar met een bol achterblad van kunststof en een speciaal
ontwikkeld element is het antwoord van Ovation op problemen die
veel muzikanten hadden met het versterken van hun akoestische
gitaren en de bestaande akoestische gitaren met elementen. De
gitaar vindt meteen breed aftrek. Hij is namelijk gemaakt op
verzoek van de gitarist Jerry Reed, spelend bij countryster Glen
Campbell, die op dat moment een veelbekeken wekelijkse TV-show
heeft in de USA.
1970
Amerikaanse gitaren nabootsen in het Oosten
Er
is een enorme vraag naar (goedkope) elektrische gitaren.
Aanvankelijk zijn het vooral bouwers in de VS (Harmony, Kay,
Silvertone), Italië en zelfs Nederland (Egmond) die zich
bezighouden met het maken van goedkope nabootsingen van
populaire modellen. Vanaf 1970 neemt met name Japan de rol van
kopie-bouwer over. In steeds groter wordende aantallen rollen er
in het Land van de Rijzende Zon kopie-gitaren van de band voor
export naar Europa en Amerika. Een fabrikant als Hoshino Gakki (Ibanez)
dankt hieraan zijn latere successen. Bekend waren ook onder meer
de gitaren van Teisco, een fabrikant die regelmatig met
'Italiaans' aandoende eigen designs kwam, zoals op de bijgaande
foto.
1976
Ibanez presenteert... The Artist
Ibanez was één van de Japanse fabrikanten die succes boekte met
kopie-gitaren. Dat leverde de Amerikaanse poot van Ibanez onder
meer een stevig juridisch gevecht op met Gibson, waardoor Ibanez
uiteindelijk de headstock van Gibson niet langer mag gebruiken.
In 1976 verzet Ibanez de bakens met de presentatie van het eigen
model The Artist. Vanaf 1978 maakt Ibanez geen imitaties meer,
maar eigen modellen. Ibanez groeit in de loop der jaren uit tot
één van de Grote Drie, met Fender en Gibson.
1977
De gr500 gitaarsynthesizer van Roland
Roland introduceert de gr500 gitaarsynthesizer, het begin van
een nieuwe ontwikkeling.
1984
SynthAxe featuring Alan Holdsworth
Deze door Roland ingezette ontwikkeling zet door met de
introductie van de SynthAxe,
een midi-gitaar waarmee gesamplede sounds kunnen worden
voortgebracht.
Gitarist Allan Holdsworth laat horen wat de SynthAxe kan op zijn
album 'Atavachron' uit 1986.
1988
Trends: customizing en zeven snarigen
Een gitaar volgens een ontwerp of technische specificatie van de
bespeler zelf. Customizing heet dat. Het wordt
steeds populairder. Fender opent in 1988 een eigen customshop,
de andere grote merken doen dat in veel gevallen ook. Een andere
trend die zich in 1988 aandient - maar pas aan het einde van de
1990's echt door zet - is de elektrische gitaar met zeven
snaren. Fender toont op de NAMM 1998 vakbeurs het prototype van
een zevensnarige Stratocaster, die niet in productie komt. Aan
de basis van het ontwerp stond gitarist Alex Gregory.
De jaren 1989-1995
De niet-ingeplugde gitaar komt terug
In het geweld van de elektrische gitaar raakte de akoestische
steelstring binnen de poprock op de achtergrond na de
singer-songwriters hausse van de eerste helft van de 1970's.
Clipzender MTV brengt met zijn programmaserie Unplugged het
instrument aan het begin van de 1990' s terug in het brandpunt
van de belangstelling. Grootheden als Aerosmith, Clapton, Dylan,
Neil Young en Stevie Ray Vaughan brengen tijdens Unplugged
concerten min of meer akoestische uitvoeringen van hun evergeens.
De eerste Unplugged aflevering was op 11 november 1989 met leden
van de Britse band Squeeze.
1994
Nieuwe gitaarrock: grunge en nu-metal
In
1994 pleegt de Frontman van de Nieuwe Gitaarmuziek, Kurt Cobain,
zelfmoord. Na de grunge volgt de nu-metal als gitaarrock bij
uitstek. De gitaren worden extreem laag gestemd en in de tweede
helft van de 1990's worden onder nu-metallers zevensnarige
solidbody's mateloos populair, zoals de 7-snarige Ibanez Korn-7
gitaar.
1996
Het begin van de Grote Nabootsing
Line-6 presenteert de AxSys 212, een versterker waarmee je de
sounds van andere gitaarversterkers kunt nabootsen. Line-6
vestigt zijn naam.
1999
Gitaar krijgt steeds meer verzamelaarswaarde
De
gitaar is een gewild verzamelaarsobject geworden.
Er worden grote bedragen neergeteld voor zeldzame oude gitaren
én voor instrumenten die door beroemde gitaristen zijn bespeeld.
Eric Claptons Fender Strat uit 1956 wordt op 24 juni in New York
bij opbod verkocht voor liefst 497.000 dollar en was daarmee tot
dan toe de duurste gitaar ooit. Clapton kocht de Brownie in 1969
en bespeelde hem op de hit 'Layla' uit 1970. In de zomer van
2004 breekt Clapton op alle fronten zijn eigen record. Voor zijn
Stratocaster Blackie wordt dan meer dan 900.000 euro neergeteld
en ook andere gitaren van Clapton (& Friends) - andere Fenders
maar ook zijn 'Unplugged' Martin - brengen op een veiling voor
het goede doel meer op dan de Blackie in 1999. Een deel van de
collectie wordt gekocht door Guitar Center, Amerika's grootste
keten van muziekinstrumenten winkels. Niet alleen Blackie, ook
andere gitaren van Clapton brengen vele tonnen op.
Deze trend van oplopende prijzen, wordt door de makers van
nieuwe gitaren gretig omarmd. Veel fabrikanten spelen in op de
vintagehype.
Zo maken gitaarbouwers steeds vaker instrumenten die in het oog
lopen door hun opmerkelijke vormgeving of door opvallende
decoraties. Zo komen er veel gitaren waarvan de body op een
bijzondere wijze is gedecoreerd. BC Rich introduceerde zelfs een
zogenaamde Body Art serie. Bovendien worden steeds vaker
bijzondere modellen in kleine oplage gebouwd.
Rond het jaar 2000
Feminisering van de gitaar
Rond
de millenniumwisseling beginnen meiden en vrouwen en masse de
elektrische gitaar te ontdekken. Decennia lang bleef de
solidbody vrijwel exclusief een instrument dat vooral door
jongens en mannen werd bespeeld. Talloze vrouwelijk rocksterren
komen opzetten (zoals Avril Lavigne) en zij inspireren steeds
meer meiden. Dit betekent dat er ook speciale meidengitaren op
de markt komen. Daisy Rock Guitars is de voorloper, gevolgd door
andere merken. Eind 2005 waagt zelfs Fenders b-merk Squier zich
aan een speciale meidengitaar, de Hello Kitty. De Amerikaanse
belangenclub NAMM voorspelt in 2000 dat door de vrouwelijke
gitarist de gitaarverkoop nog wel eens zou kunnen verdubbelen.
Het jaar 2000
Steeds meer gitaren komen uit China
Goedkope
gitaren kwamen eerst uit Italië, de USA en Nederland
(1950-1960), toen uit Japan (1970's), Korea en Indonesië en soms
Mexico (1980-1990) en vanaf circa 2000 komen er steeds meer uit
China. China slaat in de eerste jaren na de millenniumwisseling
alle records als gitaarbouwende natie. De schattingen van het
aantal gitaren dat rond circa 2004 elk jaar in China wordt
gebouwd lopen uiteen van twee miljoen tot vijf miljoen ofwel 25
tot 70 procent van de gehele wereldproductie. De gitaren van
goedkope, onbekende merken kosten bijna niets en worden door
kenners niet zelden uiterst gunstig beoordeeld. Ook de grote
bekende merken uit de USA, Japan en Europa verplaatsen op grote
schaal hun productie naar China. Het eerste bedrijf binnen de
muziekindustrie dat bijna alle producten (vanaf 1994) in China
gaat produceren, is de Duitse firma Behringer.
Het jaar 2003
Jimi Hendrix blijft de Bovenste Beste
Jimi Hendrix blijft het grote voorbeeld voor veel
rockgitaristen.
Lezers van muzikanten magazine Musicmaker kiezen hun 'all time
favourites'.
De tien beste gitaristen: (1) Jimi Hendrix, (2) Mark Knopfler,
(3) Joe Satriani, (4) David Gilmour, (5) Eric Clapton, (6)
Stevie Ray Vaughan, (7) Jan Akkerman, (8) Eddie van Halen, (9)
Rob Winter en (10) Yngwie Malmsteen. Tot beste gitaarsongs aller
tijden worden gekozen: (1) Sultans of Swing, Dire Straits 1978,
(2) Stairway to Heaven, Led Zeppelin 1971, (3) Apache, The
Shadows 1960, (4) Little Wing, Jimi Hendrix 1968 (5) Hey Joe,
Jimi Hendrix 1967. De Fender Twin Reverb komt als beste
gitaarversterker ooit uit de bus, terwijl tot de vijf beste
gitaren worden gekozen: (1) Fender Stratocaster, (2) Gibson Les
Paul, (3) Fender Telecaster, (4) Ibanez JEM, (5) Gibson ES
Series. De Dunlop Cry Baby Wah beschouwen de lezers van
Musicmaker als het beste gitaareffect ooit gemaakt.
De jaren 2002-2003
Oude gitaarsounds worden gemodelleerd
Line-6
presenteert in het najaar van 2002 zijn Variax-lijn, gitaren die
zijn uitgerust met de techniek die het bedrijf eerder gebruikte
voor zijn modelling-versterkers en modelling-doosjes. Het
betekent in de praktijk dat met Variax de geluiden van
verschillende gitaren (maar ook bijvoorbeeld een sitar) kunnen
worden nagebootst. 55 muzikanten magazines wereldwijd kennen
Line-6 hiervoor in maart 2003 de prijs voor het meest
innovatieve nieuwe product in de muziekindustrie toe. Gibson
presenteerde begin 2003 een digitale uitvoering van een Les Paul
model. Via zijn eigen MaGIC technologie en een analoog naar
digitaal converter in de body kunnen gitaristen voortaan zonder
problemen hun gitaar aan de computer koppelen. Kraak- en
ruisvrij. In principe is het mogelijk elk snaarsignaal apart na
te bewerken met deze technologie. De innovatie-award kandidaat
voor 2004?
2004
De business beschermt zijn body's
Duizenden kleine en grote gitaarbouwers wereldwijd imiteren
beroemde Amerikaanse modellen als de Les Paul en de Stratocaster.
In 2004 – ruim vijftig jaar nadat deze designs ontstonden – zijn
zowel Gibson als Fender druk in de weer eindelijk hun modellen
vast te leggen in handelsmerken. Gibson zorgt er via de rechter
voor dat Paul Reed Smith (PRS Guitars) de productie van zijn
Singlecut model (Les Paul) tijdelijk moet stilleggen, terwijl
Fender aankondigt de modellen Stratocaster, Telecaster en
Precision te willen beschermen via het Amerikaanse
trademark-register.
De
jaren 2004-2005
Rockgod gevangen in een gitaarpedaaltje
Line 6 maakte het mogelijk op grote schaal de
geluidskarakteristieken van historische gitaren na te bootsen
via zijn modelingtechniek, de Amerikaanse firma Digitech gaat
nog een stapje verder. Digitech introduceerde zijn Artist Series
effectpedalen. Hiermee kunnen de specifieke gitaarsounds op hits
van Grote Gitaargoden gesimuleerd worden. De eerste twee
effectpedalen van Digitech waren de Crossroads (Eric Clapton) en
het Jimi Hendrix Experience pedaal.
Bron: Popmuzikant.nl |