![]() |


|
Een miljardenbusiness We worden overspoeld met muziek, herkenningsmelodieen en jingles. Dat er enorme bedragen omgaan bij muziekuitgeverijen en andere partijen als het om de rechten daarop gaat, beseft niet iedereen. In Nederland alleen al gaat het om een miljoenenmarkt en wereldwijd om een miljardenmarkt. Steeds meer grote spelers azen op een deel van de koek. Als het grote publiek nog niet doorhad dat de rechten op populaire muziek goud waard zijn, dan daagde dat besef wel in 1985. Toen kocht Michael Jackson voor $ 47,5 miljoen ATV, een muziekuitgeverij die de rechten bezat op de liedjes van de Beatles en Elvis Presley. Het Amerikaanse zakenblad Forbes schatte een aantal jaren geleden dat Jacksons aandeel - hij verkocht de helft van zijn belang voor $ 96 miljoen aan Sony - in Sony/ATV nu $ 350 miljoen waard is ! Elke keer als ergens op de radio of tv, of bij een optreden, een liedje van de Beatles of Elvis klinkt, rinkelt de kassa voor Jackson |
|
Incasseren Maar wie incasseert dan de gelden die moeten worden betaald als een nummer waarop iemand rechten heeft ten gehore wordt gebracht, vraagt u zich misschien af. Wel, daar zijn wereldwijd allerlei organisaties voor. In Nederland is dat Buma/ Stemra als het om het innnen van gelden voor rechthebbende componisten, tekstschrijvers en muziekuitgevers gaat. Nergens wordt zo'n hoog percentage van de geinde rechten uitgekeerd als in Nederland. Buma/Stemra is veruit de meest efficiente auteursrechtenorganisatie ter wereld, dat jaarlijks - zonder winstoogmerk - miljoenen incassert. Wettelijk is Buma/Stemra monopolist. De organisatie staat onder toezicht van een parttime regeringscommissaris. De oorsprong van Buma/Stemra ligt eigenlijk al in de zeventiende eeuw. Toen begon men te erkennen dat er zoiets bestond als 'geestelijk eigendom'. Dat leidde in Nederland in 1912 uiteindelijk tot de Auteurswet. Een jaar later werd Buma opgericht, een vereniging die namens componisten en tekstdichters overeenkomsten sloot wanneer hun muziek in het openbaar werd uitgevoerd. Door de opkomst van opnameapparatuur ontstond de noodzaak ook de toestemming voor het vastleggen en het verveelvoudigen van muziek te regelen. Daarom richtte Buma in 1936 de Stichting Stemra op. Verplicht Sindsdien zijn muziekgebruikers verplicht auteursrechten af te dragen aan Buma/Stemra. Componisten, tekstschrijvers en muziekuitgevers die inspraak willen in de manier waarop de rechten op hun werk worden beheerd en verdeeld, moeten zich aansluiten bij de vereniging. Buma houdt bij hoe vaak en hoe lang hun werk wordt gespeeld, en waar. Afhankelijk van de rubriek waarin het werk valt - radio, televisie, satelliet of 'amusement mechanisch', zoals jukeboxen - krijgen zij een aantal eurocenten per seconde muziekgebruik. Elke seconde telt dus. Hoeveel het muziekgebruik de rechthebbende componisten en dergelijke uiteindelijk oplevert, hangt af van allerlei factoren: was de muziek op de televisie of de radio bijvoorbeeld. Grote omroepen moeten ook meer betalen dan kleine, enz. De opbrengst varieert van een paar tot zo'n veertig eurocent per seconde. Als een tune of nummer steeds wordt herhaald, kan het dus flink oplopen. Stemra int ook de rechten op geluidsdragers zoals cd's, dvd's en video's. Via afspraken met de Buma's en Stemra's elders in de wereld krijgen Nederlandse componisten, tekstschrijvers en muziekuitgevers ook geld voor buitenlands gebruik van hun werk. In de loop der tijden heeft de Nederlandse muziekrechtenpraktijk een hoge graad van perfectie bereikt. De bulk van de geincasseerde rechten komt van grote partijen zoals de omroepen (goed voor 58% van de Buma-omzet), die zelf de kijk- en luistercijfers bijhouden. De muziek tijdens live-concerten en in winkels, kantoren, cafe's en restaurants meet Buma zelf. Deels door het gespeelde repertoire op te vragen bij de uitbaters en deels aan de hand van aannames op grond van sociodemografisch onderzoek. Zoals: welk radiostation wordt waar het meest beluisterd en wat is het repertoire. Dertig jaar geleden al is daarvoor een methode ontwikkeld, waarvan de nauwkeurigheid grenst aan de 100%. Sindsdien is er nog nooit iemand langsgekomen met een beter systeem. Muziekuitgeverijen Muziekuitgeverijen spelen een belangrijke rol bij de commerciele uitbating van muziek. Maar niet alle componisten en tekstschrijvers brengen hun muziek bij een uitgever onder. Dat is ook niet verplicht. Gevestigde namen, zoals componist Tonny Eyk - met de door hem gecomponeerde herkenningstune van Studio Sport verdient hij jaarlijks tienduizenden euro's - houden de rechten helemaal in eigen hand. Daardoor krijgt hij als componist het volle pond. Gaat het om muziek waarbij ook wordt gezongen, dan moet hij delen met de tekstschrijver. Vaak worden componisten en tekstschrijvers door opdrachtgevers, zoals omroepen en filmmaatschappijen, onder grote druk gezet om hun muziek bij hun uitgeverij onder te brengen. Druk bestaat er sowieso, omdat de omroepen in staat zijn airplay te geven aan liedjes, via radio- en televisieprogramma's. Daardoor wordt een nummer bekend en lucratief. Voor beginnende tekstschrijvers en componisten valt bijna niet te ontkomen aan de druk. Aan de andere kant, als een muziekuitgeverij bijvoorbeeld de succesvolle John Ewbank kan binnenhalen - hij schrijft onder meer de muziek voor Marco Borsato en heeft een omzet van honderdduizenden euro's per jaar - dan zal de uitgeverij genoegen nemen met een minder lucratieve deal. Bovendien krijgen dergelijke succesvolle componisten vaak ook grote voorschotten van de muziekuitgeverijen. Het zijn dan wel de uitgeverijen van grote platenmaatschappijen die zich dergelijke deals kunnen veroorloven. Forse bedragen Standaard is een derde voor de componist, een derde voor de tekstschrijver en een derde voor de uitgeverij. En bij instrumentale muziek, doorgaans jingles, krijgt de componist twee derde. Het gaat daarbij om behoorlijke bedragen. Van omroepen en kabelmaatschappijen ontving Buma/Stemra in 2003 € 60 miljoen aan rechten op muziek, tunes en jingles. Ook zit in dat bedrag de afdracht voor muziek die door omroepen op cd, dvd en video is gezet. Er zijn trouwens wel eens onenigheden tussen Buma en rechthebbenden. Zo'n dertig jaar geleden schreef Karel Hille waarheen, waarvoor, een lied dat veel wordt gedraaid tijdens crematies en begrafenissen. Hille: "Voor al die uitvaarten had ik nooit een cent aan rechten ontvangen". Die incasseren we ook niet, dus kunnen we u evenmin iets uitkeren, liet Buma weten. Hille stapte daarop naar de rechter. Zijn argument was: "Buma is een soort belastingdienst. Ik moet al mijn werk daar onderbrengen; zij moeten voor alle uitvoeringen de rechten incasseren." Bij de rechter voerde Buma een reeks argumenten aan. De organisatie zou geen uitvaartrechten incasseren 'uit pieteitsoverwegingen' en 'uitvaarten zijn besloten bijeenkomsten en daarom vrij van rechten'. De rechter gaf Hille in tweede instantie, bij het gerechtshof, gelijk. Maar de Hoge Raad honoreerde het laatste argument van Buma/Stemra. De organisatie mag volgens het eigen reglement 'om haar moverende redenen' afzien van rechtenincasso. Hille zint nu, bijgestaan door een nieuwe advocaat, op heropening van zijn zaak. "Misschien gaan we wel naar het Europese Hof van Justitie. Wij weten nu dat de Britse en Duitse Buma's wel uitvaartrechten innen." In Nederland zitten honderden uitgeverijen in de muziekbusiness, die allemaal een deel van de koek willen. Sommigen hebben ook interesse in muziekrechten van grote sterren. En dat is in een tijdperk van dalende cd-verkopen, een mooi streven. want voor de muziekindustrie is de exploitatie van muziekrechten voorlopig de belangrijkste pijler onder toekomstige groei. |
|
Muziekrechten en Internet De verspreiding van muziek via internet is in Nederland onderworpen aan de Auteurswet. Voor elk gedownload bestand moeten, voor zover er rechten op rusten, vergoedingen worden afgedragen aan de rechthebbenden. Buma/ Stemra zegt dat de uitvoering hiervan nog in de kinderschoenen staat. Tot dusver is een relatief klein bedrag binnengehaald, een paar ton. Buma/Stemra: "Een probleem is dat we niet goed kunnen meten hoeveel en hoe vaak er muziekbestanden gedownload worden. We zijn nu bezig een aantal systemen neer te zetten waarmee we dat wel goed kunnen." Ook is het nog wachten op adequate internationale regelingen, zodat ook uit het buitenland een inkomstenstroom op gang komt. |
|
Uitvoerende muzikant is er ook nog Incasseert Buma/stemra de vergoedingen voor tekstschrijvers, componisten en muziekuitgeverijen, de in 1993 opgerichte Stichting ter Exploitatie van Naburige Rechten (Sena) doet dat voor platenproducenten en uitvoerende artiesten. Want tegenwoordig hebben niet alleen de auteurs - bij muziek de componist en tekstschrijver - maar ook de uitvoerder en zij die de muziek op geluidsdragers verspreiden recht op 'een billijke vergoeding'. In het jubileumjaar 2003 haalde de Sena ruim € 30 miljoen op, waarvan € 15,1 miljoen naar artiesten en producenten werd doorgesluisd. Bovendien kon over de jaren daarvoor nog eens € 7,6 miljoen worden doorbetaald. Als gevolg van de goede resultaten van Sena zijn inmiddels niet alleen Nederlandse artiesten en producenten bij de organisatie aangesloten, maar ook klinkende buitenlandse namen zoals de Rliing Stones, Bocelli, Pavarotti en de Beatles. |