Muzikanten ABC



 

Terug naar Cissy-K Band
Back Home

 

Info-pagina

 

A

Aanslaggevoelig - Als de toetsen van een keyboard of synth aanslaggevoelig zijn, wil dit zeggen dat ze (net als bij een akoestische piano) reageren op de dynamiek van de aanslag. Dat was bij synths die tot ongeveer 1980 op de markt kwamen niet het geval. Elke aangeslagen toon weerklonk dus bij deze instrumenten, onafhankelijk van de dynamiek in de aanslag, even luid.
Aanzet - Stand van de lippen bij het voortbrengen van een begintoon met een blaasinstrument. De term wordt eveneens gebruikt in de zangwereld.
A&R - Afkorting van artist & repertoire. Bij platenmaatschappijen heeft de A&R manager tot taak gecontracteerde artiesten te begeleiden. De mate waarin kan sterk uiteenlopen, maar kan zich uitstrekken tot aan de keuze van het repertoire, afhankelijk van de onderling gemaakte afspraken.
Abalone - Abalone wordt veel gebruikt bij de afwerking van gitaren, zoals voor de inleg van positiemarkeringen tussen de frets op de gitaartoets. Het is een soort parelmoer afkomstig van schelpdieren.
Absoluut gehoor - Iemand die beschikt over een absoluut gehoor is in staat de toonhoogte van een geluid vast te stellen zonder dat hij of zij hiervoor enige vorm van hulpmiddel nodig heeft.
AC - Afkorting van alternating current ofwel een elektrische waarde die in verschillende richtingen kan stromen (wisselstroom dus). Het is in feite hetzelfde stroom als wat je uit je stopcontact thuis krijgt. Zie ook: DC.
Acapella - Ook wel vaak geschreven als A capella. Meerstemmige koorzang zonder instrumentale begeleiding. De term is afkomstig uit het Italiaans en betekent letterlijk dat er gezongen wordt 'als in een kapel'. Binnen de poprock muziek was acapella zang onder meer populaire in de jaren 1950 door toedoen van de doo wop zanggroepen.
Accelerando - Van oorsprong Italiaanse term, die wil zeggen dat een stuk muziek langzaam maar zeker in tempo oploopt.
Accent - Als je een noot 'accent' meegeeft, wil dit zeggen dat de noot iets harder klinkt (en vaak bovendien iets meer attack meekrijgt).
Acetate - Deze term stamt uit de traditionele fonografische industrie (vinyl platen) en werd gebruikt om een (gesneden) proefplaat aan te duiden.
Acousticon - Acousticon is geperst hout dat is samengesteld uit verschillende toonhout soorten. Het is een naam die is gepatenteerd door Remo Belli, de Amerikaanse maker van drumvellen. Belli ontwikkelde drumketels van Acousticon.
Actie - Een goede actie wil in veel gevallen iets zeggen over een goede afstelling van een instrument, bijvoorbeeld bij blazers en gitaren. Bij gitaren zegt de actie iets over de stand (de hoogte) van de snaren ten opzichte van het fretboard, waarbij het meetpunt de bovenzijde van de frets is.
Actief - Je hebt actieve elementen en actieve versterkers en P.A. installaties (monitoren). Actief wil in dit geval zeggen dat het systeem een eigen elektrische voeding nodig heeft om zijn functie te kunnen vervullen via een voorversterker. In sommige gevallen bestaat deze voeding uit batterijen. Actieve elementen (bijvoorbeeld voor elektrische gitaren en bassen) beschikken ook over een eigen voeding. Het zijn veelal duurdere elementen, maar het signaal dat ze afgeven is wel 'schoner' (minder ruis) dan dat van passieve elementen.
Actieve kleppen - Zie: kleppen.
A/D converter - Letterlijk: A/D omzetter. De A/D converter zorgt ervoor dat analoge signalen omgezet worden in digitale (audio)data.
ADA - De letterlijke betekenis van de afkorting ADA is 'analoog-naar-digitaal-naar-analoog', waarbij een analoog signaal van een mechanisch of elektrisch muziekinstrument via bijvoorbeeld de computer, samplers, sequencers of digitale recorders wordt bewerkt en vervolgens wordt terugvertaald van digitale data (enen en nullen) naar opnieuw een analoog signaal.
Adagio - Stuk muziek binnen een werkstuk dat langzaam en met veel gevoel voor expressie wordt gebracht. De term is van oorsprong Italiaans.
ADAT - Letterlijke betekenis: Alesis Digital Audio Tape. ADAT is een achtsporig digitaal opname format, waarbij een soort VHS-videotape fungeert als de geluidsdrager. De Amerikaanse firma Alesis baarde in de 1980's veel opzien met zijn eerste ADAT-recorders vanwege hun gunstige prijs-kwaliteit verhouding. Andere fabrikanten (onder meer Fostex) ontwikkelden een zelfde soort systemen in navolging van Alesis.
Ad Lib - Ad Lib is een afkorting van ad libitum. Het betekent dat een passage in een muziekwerk kan worden gespeeld naar de smaak en het oordeel van de bespeler. De term ad lib wordt vooral vaak gebruikt om een vrije manier van zingen te duiden. Letterlijke vertaling van ad libitum is: naar welgevallen.
ADSR - Afkorting van attack, decay, sustain en release, een volgorde die in feite aangeeft hoe normaal gesproken de loop van een toon is die aangeslagen wordt op een keyboard of synth. ADSR duidt eigen op de envelope generator in zijn meest simpele vorm, waarmee de eerste analoge synthesizers waren uitgerust om de gespeelde tonen te kunnen beinvloeden.
ADT - Afkorting voor Automatic Double Tracking. Effect waarbij een geluidsbron meteen op een dubbelspoor wordt opgenomen, waardoor een soort van chorus geluidseffect ontstaat.
AES/EBU - AES staat voor de Audio Engineering Society, een internationale belangenorganisatie van de audiohandel. EBU staat voor European Broadcasting Union, de Europese zendorganisatie. De twee organisaties zijn de naamgever van enkele standaards binnen de audio, waarvan de bekendste een drie-pins gebalanceerde digitale verbinding is.
AFM - Afkorting van: Advanced Frequency Modulation ofwel een verbeterde variant van FM-synthese, de modulatie technologie die vooral bekend werd dankzij de DX-7 synthesizer van Yamaha.
Afregelen - Het instellen van recorders en mengpanelen in een studio- op zaalomgeving op het gekozen dan wel vereiste frequentieniveau.
Afterbeat - Populaire ritmesoort in de jazz en de rockmuziek, waarbij doorgaans op de tweede en vierde slag binnen een (vierkwarts) maat extra nadruk ligt. Met drums wordt dit vaak gedaan door op de tweede en vierde tel een slag op de snaredrum te geven.
Aftertouch - Term die gebruikt wordt bij toetsinstrumenten, zoals de piano. Als een toetsinstrument is uitgerust met aftertouch, wil dit zeggen dat je de toets dadelijk na een aanslag opnieuw (en desnoods met meer kracht) kan aanslaan om extra accenten te geven in je spel.
AGP - Afkorting van Advanced Graphics Port. Het is een standaard voor videokaarten. Het is sneller dan de oudere PCI kaarten (hoewel PCI nog uitstekend voldoet voor andere doeleinden, zoals audiokaarten), waardoor de totale prestaties van de computer zo’n 10% omhoog gaan.
AIFF - Afkorting van: Audio Interchange File Format. Format voor de uitwisseling van audiosamples via de Apple Mac computers.
Airplay - Letterlijk: luchtspel, maar afgeleid van de uitspraak 'deze radiozender is zeven dagen per week in de lucht, on the air dus'. Airplay is simpelweg het ten gehore brengen van een liedje via een radiozender. Omdat het voor de bepaling van de populariteit van een liedje belangrijk is hoe vaak het te horen is, zijn er zogenaamde airplay-lijsten, die vaak een rol spelen bij de totstandkoming van hitparades.
Akkoord - Het spelen van twee of meer noten (maar vaak minimaal drie) van verschillende toonhoogte tegelijk op een instrument.
Akoestiek - De term is afkomstig uit het Grieks (akustikos) en betekent letterlijk 'hoorbaar', maar zegt in de moderne muziek iets over de mate waarin toonfrequenties (geluidsgolven) in een bepaalde ruimte gedijen. Het gaat hierbij om zaken als de natuurlijke galm en het van nature aanwezige volume-versterkende gehalte van een ruimte. Een zaal met een goede akoestiek geeft verder aan dat er geen sprake is van storende neveneffecten op het geluid. De leer van de akoestiek stamt uit de zeventiende eeuw, het woord wordt in 1693 voor het eerst in deze contekst gebruikt.
Alarmschijf - Uitvinding van radiopiraat Veronica. Een selecte groep radio-dj's koos wekelijks een nieuwe single met hitpotentie, een single die een week lang zeer veel airplay kreeg middels het predikaat Alarmschijf. Hilversum 3 (later Radio 3, later 3FM) kreeg hierop in de 1970's een eigen variant, de Troetelschijf. Andere stations en zendgemachtigden kenden hun eigen variatie. In Groningen was bijvoorbeeld enige tijd de Wentelteef in zwang.
Alder - Alder is Engels voor elzenboom. Elzenhout wordt veel gebruikt bij de bouw van gitaren, vooral voor de massieve body van elektrische gitaren, zoals de populaire modellen van Fender en veel andere bouwers.
Al Fine - Term uit de muzieknotitatie. Al Fine is Italiaans voor 'tot het einde'. Met andere woorden: het geeft aan waar het einde ligt van een bepaalde passage in een muziekstuk.
Allegretto - Term uit het Italiaans. Een allegretto is een muzikale passage die gespeeld is in een gematigd-snel tempo.
Allegro - Term uit het Italiaans. Het is een snelle passage binnen een muziekstuk. Een allegro molto is een zeer snel gespeelde passage, een allegro moderato een matig-snel gespeeld stuk.
Alnico - Alnico is magnetisch materiaal dat (vooral in het verleden) veel werd gebruikt in speakers van populaire merken als Celestion, Jensen en Eminence. Alnico is een legering die gemaakt is uit aluminium, nikkel en cobalt (vandaar dus ook de afkorting alnico). Alnico legeringen worden ook veel gebruikt voor magneten in elementen voor de elektrische (bas)gitaar. Door veel kenners worden deze alnico elementen geprefereerd boven elementen met keramische magneten, omdat alnico betere tonale eigenschappen zou hebben. Veel gebruikt in de (bas)gitaarelementen zijn de zogenaamde Alnico II en Alnico V elementen.
Alt - Afkomstig uit het Latijn, betekent 'hoog'. Instrumenten die relatief gesproken hoge toonfrequenties voortbrengen (zoals de altviool en de altsax) worden alten genoemd, een begrip dat is ontleend aan de altzang van mannen met hoge stemmen uit de zeventiende en achttiende eeuw, later werd de laagste vrouwenstem maatgevend voor het begrip 'alt'. Alt instrumenten zijn doorgaans een kwart lager gestemd dan sopranen.
Altsax - Zie:saxofoon.
Amati - Familie van vioolbouwers. Het was Andrea Amati die rond 1550 de vorm van de moderne viool bepaalde. Nicola Amati bracht in de eerste helft van de zeventiende eeuw het vak van vioolbouwer bij aan leerling Stradivarius.
Ambient - Muziekstroming. Muziek (vaak gemaakt met elektronische instrumenten) met weinig dynamiek, die als het ware opgaat in de omgeving, behangmuziek zou je dus ook oneerbiedig kunnen zeggen. De term is afgeleid van het werkwoord 'ambire' (omringen). Brian Eno geldt als geestelijk vader van de ambient-muziek, die ook vaak klinkt in de zogenaamde chill-out zones tijdens (en na) houseparty's vanaf het einde van de 1980's.
Ambient miking - Begrip dat vooral in de studiowereld wordt gehanteerd. Het wil zeggen dat door de opstelling van microfoons bij een opname een ruimtelijk (ambient) geluid wordt nagestreefd. Microfoons worden tot maximaal circa 10 meter van de geluidsbron (instrument of versterker) opgesteld, zodat veel indirect omgevingsgeluid mee wordt opgenomen.
Americana - Met deze term wordt een stroming binnen de populaire muziek bedoeld die een mengeling is van folk, country, rock en blues van Amerikaanse bodem. Americana is vaak (grotendeels) akoestisch en wordt veelal gemaakt door singer-songwriters. De term kwam in de 1990's in zwang.
AMP - Afkorting van Audio MPEG Player, een apparaat voor het afspelen van MP3-files met muziekdata.
Amp - Afkorting van het Engelse woord amplifier ofwel versterker. De afkorting amp is in muzikantenjargon meestal voorbehouden aan gitaar- en basversterkers. De functie van een amp ofwel een versterker dus is letterlijk het versterken ofwel in volume-intensiteit oppeppen van het ingegeven signaal.
Analoog - De analoge techniek is gebaseerd op voortbrenging (van geluid in de meeste gevallen) via een circuit waarin de voltages continu veranderen. Het gaat om een vrij direct proces waarbij het voortgebrachte als het ware analoog de vertaling is van het oorspronkelijke signaal, die in tegenstelling tot het digitale proces, waarbij het oorspronkelijke signaal wordt omgezet in data, gegevens uitgedrukt in eentjes en nulletjes.
Andante - Term uit het Italiaans (letterlijk: 'gaand') waarmee het spelen van een muziekstuk volgens een rustig tempo wordt bedoeld.
Applicatie - Applicatie betekent zoiets als ‘toepassing’ en de term wordt veel gebruikt in de computer- en softwarewereld.
Applicatuur - Het totaal van kleppen, toetsen en veren van een blaasinstrument, zoals de saxofoon.
Archtop - Een archtop is een bovenblad van een gitaar (meestal akoestisch of elektro-akoestisch) dat niet plat maar gewelfd is. De term wordt ook wel gebruikt voor de aanduiding van zogenaamde jazzgitaren (archtops), hollowbody’s met vioolgaten in plaats van een rond klankgat, gitaren die in de 1930’s voor het eerst op grote schaal op de markt kwamen, maar in het algemeen zijn gemodelleerd naar het voorbeeld van Gibsons L-5 uit 1924, ontworpen door Lloyd Loar.
Aria - Lange vocale solo, in beginsel binnen een opera, en vertolkt door een prominente stem binnen het koor. Er zijn een aantal strakke vormen van aria's.
Arpeggio - De tonen van een akkoord op een snaarinstrument naar voorbeeld van het harpspel snel na elkaar spelen cq tokkelen i.p.v. tegelijk, in het algemeen van onder naar boven. Arpeggio komt uit het Italiaans en betekent 'als bij een harp'.
Arpeggiator - Een apparaat dat automatisch arpeggio’s voortbrengt als een akkoord wordt gespeeld op een toetsenbord.
Arrangement - Van oudsher wil een arrangement van een muziekstuk zeggen dat er een nieuwe blauwdruk gemaakt wordt die met een andere bezetting wordt gespeeld dan de oorspronkelijke uitvoering. Arrangement kreeg later - en zeker binnen de popmuziek - een bredere betekenis. Tegenwoordig is het de fase die in de meeste gevallen vooraf gaat aan het in de studio vastleggen van de min of meer definitieve versie van een song of een album. Composities worden qua bezetting en muzikale opbouw bij het arrangeren nader uitgewerkt. Het gaat hierbij vaak om toevoegingen (zoals intro, tegenmelodiën, tussenstukken, instrumenten) die een muziekstuk interessanter en spannender moeten maken. Binnen de popmuziek is de functie van de arrangeur in veel gevallen in de loop der jaren overgenomen door de producer.
Arrangeren - Het maken van een arrangement, zie daar.
Arrangeur - De maker van een arrangement, zie daar.
Artist-roster - Roster of artist-roster is een term uit de muziek business. Hiermee wordt bedoeld: het totaal van bands, artiesten en acts dat is aangesloten of ondergebracht bij een bepaald boekings- of managementskantoor, een bepaalde platenmaatschappij of concertpromotor. Een goede maar oneerbiedige Nederlandse vertaling zou zijn: (de) artiestenstal (van dit of dat bureau).
ASCAP - Afkorting van American Society of Composers, Authors and Publishers ofwel de Amerikaanse Vereniging van Componisten, Tekstdichters en Muziekuitgevers. Het is de Amerikaanse equivalent van de Nederlandse organisatie BUMA.
ASCII - Afkorting van: American Standard Code for Information Interchange. Het is een uitwisselingsstandaard tussen computers en elektronische instrumenten zoantereyboards.
Ash - Ash ofwel essenhout wordt wel gebruikt bij de bouw van muziekinstrumenten, zoals voor body's van (elektrische) gitaren.
ATF - Afkorting van: Automatic Track Fading. Hiermee wordt de spoorzoeker bedoeld van (opname)apparatuur met roterende toonkoppen, apparatuur zoals ADAT- en DAT-recorders en videorecorders.
Attack - Snelheid en intensiteit waarmee een instrument (bijvoorbeeld de snaren van een gitaar) reageert op een aanslag, maar ook de felheid waarmee een toon of akkoord wordt aangeslagen. De term attack vindt zijn oorsprong in de jazzmuziek.
Aubade - Muzikale hulde, gebracht in de ochtenduren. Het woord 'aube' betekent 'dageraad'. Talloos zijn de afbeeldingen en voorstellingen van meest mannelijke muzikanten die onder een geopend raam een aubade aan een aanbeden vrouw brengen.
Audio engineer - Zie: engineer.
Audio Frequentie - Audio frequenties zijn de geluidsgolven die waarneembaar zijn voor het menselijk gehoor. Door de bank genomen liggen deze frequenties tussen de 20 herz (Hz) en de 20 kiloherz (kHz).
Auditie - Proeve van bekwaamheid en talent in creatieve disciplines, zoals muziek, theater, film en voor televisiewerk. Een auditie wordt vaak afgelegd ten overstaan van een aantal ervaren mensen uit het vak. De auditie leidde tot bekende formats voor televisieprogramma's. In de jaren 1960 kende Nederland reeds het tv-programma Nieuwe Oogst en wereldwijd baarde vanaf het einde van de 1990's de formule Popidol (in Nederland: Idols) opzien.
Auto-locate - De letterlijke vertaling van dit begrip zou kunnen luiden: automatische opsporing. De term komt uit de studiowereld en wil zeggen dat een bepaald punt op een analoge tape als het ware 'gebrandmerkt' wordt zodat het snel en automatisch is terug te vinden bij het spoelen van de band.
Autoloop - Functie van een sampling apparaat waarmee automatisch kan worden ingesteld wat de gunstige herhalingspunten zijn van een gesampled audiofragment.
Automation - Geautomatiseerde functies in de studio-, P.A.- en licht-wereld om de instellingen van de schuifregelaars (faders) op een gecomputeriseerde mengtafel of via software te kunnen opslaan, bewerken en voor herhaling te kunnen gebruiken. Ook wel genoemd: fader-automation.
Autopanner - Apparaat waarmee een audiosignaal automatisch geplaatst kan worden in het stereobeeld.
Auto return - Functie op opname- en sample-apparaten, waarbij een opname automatisch terug wordt gezet naar een eenmaal ingesteld nulpunt (ofwel de cue).
AUX - Een ander woord voor effectsend.
AV - Afkorting voor antique violin, antieke viool dus. Deze afkorting wordt in de gitaar- en basgitaarwereld regelmatig gebruikt om een finishkleur te duiden die lijkt op de bruinhouten kleuren die bij de bouw van violen veel wordt gebruikt.
Ax - Letterlijk: bijl. In Engeland en Amerika veel gebruikte koosnaam voor elektrische solidbody gitaren.

B

B8 - B8-brons is een legering voor cimbalen die acht procent tin en 92 procent koper bevat. Paiste kwam er in 1964 mee en B8 kreeg veel navolging. B20-brons was en is nog altijd eveneens veel gebruikt.
Backingtape
- Studio-opnames die worden gebruikt bij de ondersteuning van liveconcerten in de popmuziek (met als doel het oorspronkelijke geluid zo dicht mogelijk te benaderen). Van oorsprong was het in de popmuziek 'not done' zulke opnames bij concerten te gebruiken, maar met de toename van sampling-apparatuur en (digitale) effecten werd het in de moderne popmuziek steeds meer gebruik om backingtapes in te zetten.
Backline
- De opstelling van instrumenten, versterkers en randapparatuur van een band of een groep muzikanten (op het podium), dus exclusief monitoren, speakers en andere apparatuur die onderdeel uitmaakt van het P.A. systeem.
Backspin
- De backspin is een techniek waarvan deejays en turntablers zich bedienen. De vinylplaat wordt met een grote snelheid tegen de gebruikelijke draairichting in terug gedraaid, zodat een krassend effect ontstaat. Vaak vormt de backspin de opmaat tot de overgang naar een volgende track in de deejay mix.
Backstage
- Letterlijk: achter het podium. In een zaal met podium is het de plek waar zich de kleedkamers bevinden en waar zich de optredende artiesten en hun aanhang bevinden.
Backstage pass
- Een pasje dat de bezitter het recht geeft zich op te houden achter het podium voor, tijdens en na een bepaald optreden.
Baffle - Het ingangsdeel van het mondstuk van een blaasinstrument. De baffle zorgt door zijn vorm (afgevlakt of juist hoger) voor het verschil in geluid van de verschillende mondstukken.
Balance - Duidt op de balans tussen het rechter en linker kanaal in een stereomix of op de verhouding tussen de verschillende bronnen (instrumenten, zang en andere apparatuur) in de mix van een opname. De term wordt zowel gebruikt in de recording- als in de live-wereld.
Balans - Zie: Balance.
Baritonsax - Zie: saxofoon.
Barré - Barréakkoorden op de gitaar zijn akkoorden zonder dat er sprake is van open snaren ofwel elke snaar wordt door minstens één vinger ingedrukt.
Basswood - Basswood is hout van de lindenboom. Het is toonhout dat frequent wordt gebruikt bij de bouw van met name elektrische gitaren en basgitaren.
B-Boy - Term uit de hiphop muziek. In het algemeen wordt er een mannelijke hiphop fan mee bedoeld. Er zijn veel hiphop acts die deze term op de een of andere manier in hun naam of songs verwerkt hebben.
Bearing edge - Ofwel: de dragende rand. De rand waarop de drumhead (drumvel) op een drumketel rust. Deze bearing edges zijn plat (opdat de hele rand contact maakt met de drumhead) en licht gescherpt (zodat de resonantie van het drumvel niet wordt belemmerd).
Beatlebasje - Bijnaam van een bepaald type basgitaar, de Höfner 500/1, een basgitaar in de vorm van een viool. De Duitse fabrikant leidde het ontwerp in 1954 af van een instrument van Gibson. De Höfner 500/1 werd beroemd dankzij Beatles-frontman Paul McCartney, die zijn eerste exemplaar in 1961 in Hamburg kocht. Aan deze beroemdste bespeler dankt het instrument zijn bijnaam Beatlebasje.
Begeleidingsautomaat - Dit woord wordt wel gebruikt om dat deel van een keyboard aan te duiden, dat niet specifiek de gespeelde toetsenpartij weergeeft, maar begeleidende ritmes, gitaarakkoorden, strijkers en blazers ten gehore brengt bij het bespelen van een keyboard.
Beltpack - De constructie waarmee het zendergerei voor draadloze microfoons of draadloze elektrische instrumenten aan een gordel om het middel kan worden bevestigd.
Bend - Buiging, in de muziek het verbuigen van een noot/toon. Gitaristen doen dit bijvoorbeeld meestal door snaren op te drukken of neerwaats te trekken over de gitaartoets.
Bender - Term die in verschillende disciplines van de muziek wordt gebruikt. Meestal heeft het te maken met het verbuigen van tonen.
Bereik - Het bereik van een zangstem is het verschil tussen de hoogst haalbare en de laagst haalbare toon. Hetzelfde geldt voor het bereik van instrumenten.
Berkenhout - Zie: Birch.
Bigsbyhendel - Ander woord voor de vibratohendel van een elektrische gitaar, vernoemd naar zijn schepper, motorreperateur Paul Bigsby uit California. De hendel van Bigsby werd door zeer veel gitaarbouwers toegepast, onder meer Gretsch en Gibson. Paul Bigsby was (met Leo Fender) de uitvinder van de eerste massieve elektrische gitaar (eind 1940's).
Binair - De binaire telling bestaat uit slechts twee nummers, de één en de nul. Digitale techniek is gebaseerd op de binaire telling.
Binding - Sierstrip van gitaar, die een beschermende functie heeft, maar ook bedoeld is ter verfraaiing. Bindingen zijn te vinden langs de randen van de klankkast, van de gitaarhals en soms ook langs de rand van de headstock. Beroemd zijn de bindingen van C.F. Martin met visgraatmotief en gemaakt van parelmoer.
BIOS - BIOS is een afkorting die staat voor ‘Basic Input-Output System’. Dit is software die aan het begin van de opstartprocedure van de computer het systeem als het ware even naloopt en de verschillende apparaten (op het moederbord) bekijkt.
Birch - Engels voor berken. Birch ofwel berkenhout is de meest gebruikte houtsoort om ketels van met name de iets kostbaarder drumstellen te bouwen. Ook maple (esdoorn) wordt hiervoor veel gebruikt.
Bit rate - Bij sampling wordt een aantal keren per seconde gekeken hoe sterk het stroompje van het analoge signaal is. De bit rate bepaald hoe precies de waarden worden uitgedrukt. Bij een signaal van 44.1 khz en 16 bit wordt er bijvoorbeeld 44.100 keer per seconde gekeken hoe hard het signaal is. Vervolgens worden die waarden uitgedrukt in getallen van 16 bit, oftewel 16 enen en nullen. Bits zijn altijd enen en nullen, volgens de zogenaamde binaire telling.
BK - Veel gebruikte afkorting in de type-aanduiding binnen de gitaar- en basgitaarwereld. BK staat voor de finishkleur black, zwart dus.
Black Beauty - Bijnaam van een bepaald Les Paul-gitaarmodel van Gibson. Het gaat in het algemeen om Les Paul Customs uit de jaren 1955-1960 met een hoogglans zwarte bodylak.
Blue Note - De blue note is een dissonante noot die veel in blues en in de jazz wordt gebruikt als zogenaamde doorgangsnoot tussen twee harmonieën.
Bluesbreaker - Een specifiek gitaarcombo van de Britse bouwer Jim Marshall (met twee speakers van 12 inch) kreeg deze populaire bijnaam dankzij Eric Clapton, die over dit combo speelde bij de opnames in de 1960's van de elpee 'Bluesbreaker' van John Mayall. Ook Mayalls begeleidingsband heette The Bluesbreakers.
Bolt-neck - Ook wel: bolt-on neck. Gitaar- of basgitaarhals die door middel van schroeven aan de body van het instrument is bevestigd. Oorspronkelijk waren bijna alle gitaarhalzen verlijmd. De geschroefde halzen werden met name populair gemaakt door Fender (bij elektrische gitaren) en Taylor (akoestisch). Zie ook: set-neck.
Boogie woogie - Ritmisch-hakkerige, dynamische manier van piano spelen, die voor het eerst opgang maakte in de tweede helft van de 1920's in de Verenigde Staten. Deze pianomuziek kent zijn oorsprong in ruige Amerikaanse plattelandscafés, de zogenaamde barrelhouses. Vaak stonden daar gebrekkige piano's waarop hard gespeeld moest worden om gehoord te worden. Eén van de eerste vertolkers die opnames maakte van de boogie woogie, was Pine Top Smith in 1928. Tot een groter publiek drong de boogie woogie pas na 1938 door.
Bookmatched - Twee helften uit een blok gesneden toonhout, dat daarna zorgvuldig vanuit het midden gespiegeld aan elkaar wordt geplakt, een methode die vaak wordt gebruikt voor het achterblad van akoestische gitaren. Bookmatched top: een headstock van een gitaar of basgitaar waarvan de twee helften elkaars spiegelbeeld zijn. De bekenste bookmatched top is de headstock van vrijwel alle Gibson gitaren, een kop die ook wel 'opengeslagen boek' als bijnaam heeft.
Bootleg - CD of andere commercieel verhandelbare geluidsdrager met illegale opnames van een artiest. In het algemeen gaat het om in het geheim gemaakte opnames van concerten van bekende artiesten. Het gaat bij een bootleg dus nadrukkelijk niet om illegale kopiën van bestaande (en door auteursrechten beschermde) geluidsdragers.
Bottleneck - Zie: slide.
Box - Zoals 'ax' de bijnaam is van vooral Engelssprekende gitaristen voor een solidbody, wordt de bijnaam 'box' wel gegeven aan met name jazzgitaren met een holle klankkast.
BPM - BPM staat voor ‘beats per minute’ ofwel het aantal ritmische slagen per minuut. De afkorting wordt vooral gebruikt in de wereld van de dancemuziek en digitale apparatuur zoals drumcomputers en grooveboksen.
Bps - Afkorting van: bits per second.
Bracing - De bracing (of brace) van een gitaar is de constructie te versteviging aan de binnenzijde van een klankkast van een akoestische gitaar. Vaak is het een latconstructie in een X-vorm, de zogenaamde X-bracing die door bouwer C.F. Martin als eerste halverwege de negentiende eeuw is toegepast.
Bridge - De Engelse term waarmee de snaarhouder op de klankkast of solidbody van een akoestische of elektrische gitaar wordt bedoeld, een unit die bij elektrische gitaren vaak van metaal is en bij akoestische gitaren meestal van hout. Bridge kan niet simpelweg vertaald worden met 'brug', omdat de Nederlandse term brug verschillende wordt gebruikt en er ook weleens de snaargeleider bij de gitaarkop mee wordt bedoeld. Zie daarom ook: brug.
Bridge cover - Engelse term voor het afdekplaatje van het brugelement van een elektrische gitaar.
Broadcaster - De eerste typenaam van de massieve elektrische gitaar die Leo Fender in 1949 maakte. De naam moest spoedig gewijzigd worden, omdat Gretsch een drumstel maakte dat de typenaam Broadkaster droeg. Zie ook: Nocaster en Telecaster.
Broodje - Een compleet kanaal van een mengtafel. Het woord word vooral in de P.A.-wereld gebruikt, waarbij je een ‘broodje’ (of een heel kanaal dus) uit een mengtafel kunt halen voor reparatie, terwijl de rest van de mengtafel gewoon blijft werken.
Brownface - Aanduiding van een bepaald type gitaarversterkers dat Fender maakte aan het begin van de 1960's. De Brownface amps hadden een bruin knoppenpaneel, een lichtbruine behuizing en een bruine kunststoffen gril. Fender-versterkers uit andere tijden en met andere kleuren kennen bijnamen als Blackface en Silverface.
Brug - De brug van een gitaar is een term die nogal eens op een verwarrend wijze wordt gebruikt. Het Nederlandse woord 'brug' is namelijk niet altijd synoniem voor het Engelse 'bridge', waarmee de snaren-unit op de klankkast of body van een gitaar wordt bedoeld. Soms wordt met het Nederlandse woord 'brug' namelijk de topkam (zie daar) aangeduid, in andere gevallen spreken gitaristen over 'brug' als ze het Engelse 'bridge' bedoelen. Om de verwarring nog groter te maken wordt het Nederlandse woord 'kam' ook wel gebruikt voor aanduiding van de 'bridge'. De te prefereren termen zijn respectievelijk topkam (de snaargeleider bij de kop van de gitaar) en brug (de snaarhouder op de klankkast).
Brugelement - Het element op een elektrische (bas)gitaar dat het verst naar achteren zit op de body, vlak voor de brug.
Brugpen - De brugpennen zijn de (meestal witte en meestal kunststoffen) pennetjes waarmee de uiteinden van de snaren van een akoestische gitaar in de klankkast van het instrument worden gedrukt en vastgelegd. De brugpennen zitten achter het zadel waarop de snaren rusten.
Brugzadel - Zie: zadel.
Bug - Bug kom je binnen de muziek- en audio-wereld tegen in twee betekenissen. Ten eerste is het een klein elementje of een zogenaamde contact-microfoon die veelal wordt gebruikt om het signaal van een akoestisch instrument over te brengen voor versterking. Daarnaast is een bug een onvolkomendheid in digitale data of datadragers, zoals de harddisk van een computer die voor het vastleggen van opnames in de studio wordt gebruikt.
Bypass - Term die vooral gebruikt wordt bij effectapparatuur voor onder meer elektrische gitaren. Het is een functie waarmee een signaalprocessor als het ware kan worden omzeild, zodat op het gewenste moment juist geen kleuring van de klank plaatsvindt door de bedoelde processor.
B20 - B20 is een populaire legering voor cimbalen, bestaande uit 20 procent tin en 80 procent koper. Naast B20 is B8 de meest voorkomende legering voor cimbalen.

C

Canon - Een andere benaming voor XLR plug. Meer in de muziektheorie is de canon tevens een stuk dat bestaat uit een melodie, die achter elkaar wordt herhaald, en waarbij de verschillende melodieën steeds op een ander moment worden ingestart.
Cantate - Muziekstuk waarin gezongen wordt. Afkomstig van 'cantata' ofwel 'gezongen'.
Capo - Klem om op de hals van een gitaar een barrépositie vast te zetten, waardoor als het ware open snaren worden geschapen op een hogere positie op de gitaartoets, simpelgezegd een snaarklem dus. Het woord is afkomstig van ' capodaster'.
Cardioid microphones - Type microfoons dat met name signalen oppakt die uit een bepaalde richting (meestal van voren) komen. Deze microfoons zijn dus minder gevoelig voor omgevingsgeluid. Ook wel: unidirectional microphones of richtmicrofoons. De term cardioid stamt van de oorspronkelijke vorm, namelijk de vorm van een hart, maar hun geluidskarakteristiek wordt ook wel als 'niervormig' omschreven.
CS - Ofwel cherry sunburst. Veel gebruikte finishkleur bij de bouw van met name elektrische gitaren en basgitaren. Het wil zeggen dat de finish verloopt van kersenkleur naar zwart aan de randen.
Centrumfrequentie - De frequenties waaromheen een equalizer werkt.
Channelstrip - Een channelstrip is feitelijk een éénkanaals mengtafel, voorzien van hoogwaardige voorversterkers, die in staat is ongewenste bij-effecten op een spoor te elimineren. Channelstrips zijn vaak uitgevoerd in kastjes die in standaard racks in de studio en op het podium passen.
Chorus - Chorus is de naam van een geluidseffect dat veel wordt gebruikt door vooral gitaristen en toetsenisten. Het brengt een zweverig-trillende verbreding in het stereobeeld aan van het signaal dat oorspronkelijk wordt gespeeld. In het algemeen wordt chorus gemaakt door het gespeelde signaal te dubbelen en een lichte vorm van delay en pitching toe te voegen. Speelt een gitaar dus met chorus, dan klinkt het als het ware een beetje alsof er meer gitaren tegelijk worden bespeeld. De oorspronkelijke vertragingstijd van chorus was 3,5 tot 14 milliseconden. De chorus behoort tot de groep van modulatie effecten.
Chromatische toonladder - Begrip uit de toonleer. De chromatische toonladder bestaat uit twaalf halve tonen. Op de piano zijn het bijvoorbeeld alle twaalf noten onder zowel de witte als zwarte toetsen van de C-toets tot en met de B-toets.
Clean - Letterlijk: schoon. Kanaalkeuze op (gitaar)versterkers. Het is de aanduiding voor het versterkerkanaal dat het meest natuurlijke gitaargeluid weergeeft zonder bijkomende geluidseffecten. Het clean kanaal wordt op sommige versterkers ook wel 'rhythm' genoemd.
Clicktrack - Elektronische metronoom. De clicktrack wordt vaak gebruikt om ritmes in de studio strak te kunnen opnemen. Daarbij speelt de drummer veelal terwijl hij dit elektronische metronoom hoort op een hoofdtelefoon.
Clip - Kort voor 'videoclip', korte filmpjes die bij een hitsong horen die op de televisie wordt uitgezonden. Tweede betekenis: het clippen van een geluidssysteem, zie clipping.
Clipping - Het proces dat volgt op langdurige overbelasting van een geluidssysteem, een belasting die ligt boven het maximale SPL ofwel Sound Pressure Level ofwel Geluids Druk Niveau. Er treedt dan een klakkend geluid in (clipping), dat de voorbode kan zijn van desastreuze gevolgen voor het systeem.
Clock - Klok. Binnen de audio- en video-wereld wordt hiermee een functie bedoeld die ervoor zorgt dat alle aangesloten apparatuur gesynchroniseerd met elkaar communiceert.
Close miking - Begrip uit de pro-audio en recording wereld. Uitgangspunt is dat de microfoon dichtbij de geluidsbron staat, tot op maximaal circa 50 centimeter afstand, om een precieze weergave van het instrument mogelijk te maken.
Cluster - Een samenklank van een aantal dicht bij elkaar liggende tonen. Het woord cluster wordt ook wel in electronische muziek gebruikt om een flard tonen en geluiden die dicht op elkaar volgen mee aan te duiden.
Coiltap - Schakelaar op een elektrische gitaar waarmee de gitarist kan wisselen tussen het geluid van een dubbelspoels element (zoals een humbucker) en een enkelspoelselement (singlecoil).
Col legno - Strijkinstrumenten term, die letterlijk 'met het hout' betekent. Het effect van het slaan met de achterkant van de strijkstok (vaak van hout gemaakt) op de snaren.
Combo - Afgezien van een orkestvorm, is combo ook de aanduiding voor versterkers voor met name bassen en gitaren waarbij de versterker is ingebouwd en niet los als versterkertop bij de speakerkabinets zit. Er zijn ook combo's voor toetsenisten.
Compoundwound - Als gitaar- of bassnaren compoundwound zijn, wil dit zeggen dat ze meer dan één keer omwikkeld zijn.
Compressor - Apparaat dat de dynamiek van een signaal verkleint. Dynamiek is het verschil tussen het hardste en zachtste geluid. Een compressor maakt dat zachte dingen harder, en de harde dingen zachter klinken, zodat de onderlinge verschillen kleiner worden. In het proces van mastering van opnames vindt vaak in het eindstadium compressie plaats om de dynamiek van muziek geschikt te maken voor persing op een geluidsdrager.
Conductor - Zie: Begeleidingsautomaat.
Cone - Een cone is het Engelse woord voor een buis die van smal naar breed loopt. De eigenlijke luidsprekers in een speakerkabinet worden ook vaak cones genoemd. Ook binnen de wereld van de blaasinstrumenten wordt de term gehanteerd. Bijvoegelijk naamwoord: conisch.
Condensator microfoon - Hoogwaardige microfoon, meestal gebruikt in de studio of in live-situaties voor zang, vaak bij akoestische concerten. Condensatormicrofoons hebben 48 volts voeding nodig om te kunnen werken. Deze voeding krijgen zij meestal via de in de mengtafel ingebouwde phantoomvoeding. Condensatormicrofoons werken op basis van een gevoelige membraam die nauwgezetter dan een dynamische microfoon reageert op luchtgolfjes (geluidstrillingen). Achter het membraam is een geperforeerde plaat aangebracht, die als het ware zorgdraagt voor een natuurlijke resonantie. De elektrische stroompjes die op deze wijze worden opgewekt, worden omgezet in elektrische versterking. De eerste condensatormicrofoon was de CMV-3 van Georg Neumann, ontwikkeld in Berlijn in 1928.
Contrapunt - De samenklank van twee of meer zelfstandige melodielijnen, die samen toch een harmonieus geheel vormen.
Consonant - Letterlijk: samenklinkend. Als tonen consonant zijn, klinken ze harmonieus samen. Consonant is het tegengesteld van dissonant.
Contoured body - Engels, het best te vertalen als 'gecontourde klankkast'. Solidbody waarbij een uitsparing is gemaakt voor een betere 'arm ligging', zodat het spelen comfortabeler gaat (zoals het afgevlakte randstuk aan de bovenzijde van een Fender Stratocaster).
Converters - Converters zijn 'omzetters'. Ze worden vaak gebruikt om een digitaal signaal naar een analoog signaal om te zetten of andersom, zogenaamde A/D of D/A converters. Anders gezegd: zulke converters zetten zwakke stroompjes in een audio kabel (analoog) omzetten in enen en nullen (een digitaal signaal).
COSM - Afkorting van Composite Object Sound Modeling. Het is een techniek van de Japanse fabrikant Roland om sounds (van bijvoorbeeld instrumenten) zo natuurlijk als mogelijk digitaal te kunnen nabootsen (modelen) zonder gebruik te maken van gangbare technieken zoals PCM ofwel Pulse Code Modulation. Uitgangspunt bij COSM zijn op harddisk met een microfoon van AKG opgenomen samples. Roland gebruikt de technologie onder meer voor zijn VG-gitaarmodelers en de V-Drums.
CPU - Central Processing Unit, zie: DSP.
Crash - Bekkens van een drumset. Crashes zijn in het algemeen dun en hebben een relatief kleine doorsnede. Met crashes geven drummers vaak tussendoor accenten aan hun ritme. De diameter van de meest gangbare crashes ligt rond de 16 inch. Met name Avedis Zildjian is de crashes in de 1930's op verzoek van Amerikaanse jazzdrummers gaan maken als eerste.
Crescendo - Betekent: luider wordend.
Crooner - Met een crooner wordt in het algemeen een (mannelijke) zanger van (over-)gevoelige langzame popsongs bedoeld, die op intieme wijze worden vertolkt en vaak ietwat sentimenteel van inhoud zijn. Delen van het repertoire worden vaak relatief zacht gezongen, zodat gesteld kan worden dat croonen pas mogelijk werd dankzij de verbeterde microfoontechnieken. Algemeen erkende crooners zijn zangers als Perry Como, Bing Crosby en Frank Sinatra. De hoogtijdagen van de crooners zijn de 1940's en het begin van de 1950's.
Crossfade - Het maken van een crossfade wil zeggen dat de engineer twee audiostukken (muziek) uit verschillende bronnen in elkaar laat overgaan.
Crossover - Crossover is een term uit de audiotechniek. Zo zijn P.A. installaties uitgerust met zogenaamde crossover filters. Daarnaast is het een algemene noemer voor een muziekstijl die opgebouwd is uit duidelijk herkenbare elementen van verschillende hoofdstromingen, een mengvorm van verschillende muziekstijlen binnen één muziekstuk of het repertoire van een bepaalde band of act.
Customising - Het aan de hand van de wensen van een individuele muzikant bouwen of veranderen van een muziekinstrument of aanverwante apparatuur. Vaak gaat het om design, soms om technische specificaties. Het verschijnsel komt vooral veel voor in de wereld der elektrische gitaren. Met name in de 1980's gingen ook de grote bouwers ertoe over customshops te openen om tegemoet te kunnen komen aan individuele wensen.
Customshop - Benaming voor de werkplaats binnen de instrumenten industrie waar overwegend modellen worden gemaakt op directe specificatie van de muzikant. In de loop der jaren gingen veel customshops van grote bouwers ook in beperkte oplages series van hoogwaardige instrumenten vervaardigen. Zo groeide de Fender Customshop in Corona, Californië (geopend 1987) uit tot een behoorlijke fabriek.
Cutaway - De uitsnede in de klankkast of body van een gitaar ter hoogte van de plek waar de hals aan de body is bevestigd. De cutaway maakt het eenvoudiger mogelijk de hogere posities op de hals te bespelen voor een gitarist. Er zijn gitaren met enkele cutaways en gitaren met dubbele cutaways (onder en boven).
CV - Is de afkorting van control voltage. Voordat er midi bestond kon je synthesizers aansturen met stroompjes, een systeem van aansturing dat control voltage wordt genoemd. Het is kort gezegd de aansturing van parameters door het gebruik maken van wisselende voltages.
Cymbaal - Bekken. Vaak wordt in de muziek en onder drummers de Engelse benaming cymbal gebruikt. De officiële Nederlandse spelling is cimbaal.

D

Da Capo - Wil in de muzieknotatie zeggen dat je weer terug moet naar het begin. Betekent letterlijk: van kop af aan.
D/A converter - Letterlijk: D/A omzetter. Een D/A converter zet digitale (audio)data om naar een analoog signaal.
DAT recorder - DAT is de afkorting van digital audio tape en is feitelijk de tape-variant van de cd. De DAT recorder sloeg bij consumenten niet erg aan, maar veel studio's namen hem wel in gebruik, onder meer om master-opnames op vast te leggen voor een cd-productie.
DAW - Afkorting voor Digital Audio Workstation ofwel apparatuur waarmee geluid als digitale data kan worden opgenomen of bewerkt.
dB - Aanduiding van decibel. Zie verder: decibel.
DC
- DC is de afkorting van direct current en staat voor een elektrische waarde, stroom dus, die maar in één richting kan vloeien ofwel gelijkstroom. Je ziet de afkorting wel op radiobuizen in de gitaar- of basversterker staan. De tubes werken namelijk op basis van DC-voltages. Zie ook: AC.
DDL - Afkorting van digital delay line, de mate van vertraging in een digitaal audiocircuit.
Decay - Decay is het laten wegebben ofwel laten uitdoven van een toon. Het wordt ook wel als effect gebruikt bij elektronische en elektrische instrumenten.
Decibel - Eenheid om het volume van geluid aan te geven, vaak afgekort tot dB. Een spreekstem is circa 70 dB. Decibellen worden gemeten op basis van de geluidsstroom per seconde, per vierkante meter.
De-esser - Deesser. Signaalprocessor voor het onderdrukken van sjisch-klanken bij het zingen of uitspreken van S-klanken door een microfoon.
De-fretter - Benaming die vooral wel wordt gebruikt door makers van geluidseffecten voor basgitaristen. In het Nederlands betekent de-fretter een ont-fretter ofwel het is een geluidseffect dat ervoor zorgt dat je met een reguliere basgitaar met een zodanig effect kunt spelen dat hij als een fretloze basgitaar klinkt.
Delay - Geluidseffect, veel gebruikt door elektrisch spelende gitaristen, dat gebaseerd is op vertraagde doorgave van het oorspronkelijk voortgebrachte spel en het elektronisch versterkt weergegeven geluid, feitelijk een vorm van toon- en klankherhaling door middel van vertraging.
Detuning - Engels voor ontstemmen.
DI - Direct In ofwel Direct Injection, wat in het Nederlands kan worden vertaald als directe ofwel rechtstreekse input. De DI-boks is een kastje dat het mogelijk maakt elektrische instrumenten, zoals de gitaar en de basgitaar, rechtstreeks op de mengtafel in te pluggen in de studio of in live-situaties. De DI-boks schakelt de impedantie van de audiosignalen gelijk.
Diatonische toonladder - Zeventonig toonladder die bestaat uit hele en halve tonen. De diatonische toonladder volgde op de eerste toonindeling van paus Gregorius de Grote (de leefde rond het jaar 600), die een toonladder bedacht die enkel uit hele tonen bestond (waaruit de eenstemmige Gregoriaanse zang ontstond). Zie ook: heptatonische toonladder.
DirectX - Speciale software van Microsoft die zorgt dat de hardware zonder het laden van speciale drivers werkt. In theorie een beter systeem, omdat een gebruiker niet de omweg van hardware, drivers en besturingssysteem hoeft te maken. De software stuurt dus direct de hardware aan.
Dissonant - Een samenklank met spanning, vragend om een oplossing. Ook wel: bewust gekozen onzuiverheid van toonharmonie, bijna vals of populair gezegd 'Er nét tegenaan zitten'.
Dobro - Dobro is een merknaam die soortnaam werd voor een bepaald type gitaren, namelijk de zogenaamde resonators. Resonators zijn gitaren met een holle klankkast die geheel of gedeeltelijk van metaal zijn en voorzien zijn van een metalen conus, waardoor ze een groter volume voortbrengen dan normale steelstrings. Dobro is een afkorting van Dopyera Brothers, Poolse landverhuizers in de VS die rond 1930 de eerste resonator ontwikkelden. Bekende merken zijn naast Dobro onder meer National en Original.
Dolby - Methode om de ruis van audio-weergave of -opname te onderdrukken, uitgevonden door Ray Dolby, de Amerikaan die in 1965 een eigen laboratorium in Londen opende. De werking komt erop neer dat tijdens het opname-proces het hoogfrequente gebied wordt vergroot (de hoge frequenties brengen namelijk de meeste ruis met zich mee). Bij de weergave worden de hoge frequenties teruggebracht, waardoor de ruis minder wordt. Dolby werd met name noodzakelijk toen na de 1960's het aantal sporen op recorders drastisch toenam, hetgeen ook meer ruisproductie als neveneffect opleverde.
Dot - Letterlijk vertaald vanuit het Engels: punt. Dots of dotmarkers zijn de punten op het fretboard van een gitaar, die de posities aangeven (ofwel: fretmarkeringen cq fretmarkers in het Engels)..
Dotneck - Letterlijk: punthals. Term uit de gitaarwereld, die overigens niets zegt over de vorm van de hals, maar waarmee een gitaarhals bedoeld wordt die een fretboard heeft met dotmarkers. Het is oorspronkelijk de bijnaam van het Gibson ES-335 model.
Doubleneck - Gitaar met twee halsen, waarbij vaak sprake is een combinatie van een 6-snarige gitaar met een 12-snarige of van de combinatie gitaar-basgitaar. Vooral populair binnen de elektrische gitaarwereld, maar in de eerste helft van de twintigste eeuw waren er ook akoestische dubbelneks gitaren, terwijl de eerste met zekerheid al in de zeventiende eeuw in Parijs is gebouwd. De doubleneck wordt soms ook wel twin-neck genoemd (maar feitelijk zou deze laatste term alleen moeten slaan op doublenecks met twee precies dezelfde halzen onder elkaar).
Dovetail - Zwaluwstaartverbinding, term uit de houtbewerking. De dovetail (joint) is een veelgebruikte constructie om de hals van een akoestische gitaar met de klankkast te verbinden.
Downtuning - Een instrument in toonhoogte neerwaarts stemmen, iets dat onder meer heel populair was bij gitaristen en basgitaristen in de nu-metal van de 1990's en 2000's.
Dreadnought - Term om grote akoestische gitaren met stalen snaren aan te duiden, eerst gemaakt door de Amerikaanse bouwer C.F. Martin in opdracht van muziekdistributeur Oliver Ditson. De naam dreadnought was ontleend aan een Brits slagschip. In 1929 introduceerde Martin het eerste model dat exclusief voor steelstrings was ontworpen, de OM-28. Nadat Ditson werd verkocht (in 1931), ging Martin de dreadnoughts in eigen beheer maken. Hieruit kwamen legendarische gitaren voort als de D-28 (D = Dreadnought), nadien beroemd gemaakt door bluegrass muzikant Bill Monroe
Driver - Een driver is een besturingsprogramma dat bij hardware onderdelen hoort. Een driver zorgt ervoor dat de hardware onder een bepaald besturingssysteem werkt.
Drop out - Studioterm. Een drop out wil zeggen dat het geluidssignaal wegvalt als gevolg van een technisch mankement aan de recorder of de geluids(data)drager.
DSP - Afkorting van Digital Signaal Processing ofwel technologie waarmee digitale audio-informatie bewerkt kan worden via computers en processors (die ook wel wordt ingebouwd in muziekinstrumenten en versterkers). Het gaat om een centrale rekeneenheid die permanent data voor bewerking kan ontvangen. Hierin onderscheidt DSP zich van CPU (Central Processing Unit), dat enkel werkt op basis van vaste algoritmen.
Dubbelrietinstrument - Blaasinstrument waarbij de klanken worden voortgebracht door middel van de trillingen van twee tegen elkaar gelegen rieten. Voorbeelden van dubbelrietinstrumenten zijn de hobo en de fagot.
Dubbelnekker - Zie: doubleneck.
Ducking - Het zachter maken van het ene signaal door het harder worden van het andere. Voorbeeld: over muziek, bijvoorbeeld bij een documentaire, wordt een commentaarstem ingesproken. Als de muziek op de stem wordt 'geduckt', wordt de muziek automatisch zachter gezet als de stem harder wordt. Als er geen stem is wordt de muziek automatisch weer voluit gezet.
Duckwalk - Letterlijk: het eendenloopje. Podiumbeweging die beroemd gemaakt is door rock & roll gitarist Chuck Berry. Met gebogen knieën schoof Berry zijn benen als het ware voor zich uit over de buhne.
Duool - Twee tellen in de tijd van drie.
DVD - Afkorting van Digital Versatile Disk. Informatiedrager met de verschijningsvorm van een compactdisk, de opvolger van de cd-rom.
DX7 - Legendarische keyboard synthesizer van Yamaha, die in 1983 werd gepresenteerd. Tot en met 1987 werden er 160.000 exemplaren verkocht van de DX7. In de bands van vrijwel alle internationale topacts werd de DX7 gedurende lange tijd gebruikt. De DX7 fungeerde op basis van FM-synthese, frequency modulation.
Dynamiek - Toonsterkte. Met het woord dynamiek wordt het verschil tussen het zachtste en het hardste geluid van een muziekstuk of een fragment aangeduid. Heeft iets een grote dynamiek, dan is het verschil groot. Heeft een werk of fragment een geringe dynamiek, dan is dat verschil klein.
Dynamische microfoon - Dynamische microfoons zijn goed bestand tegen hoge geluidsdruk tot wel rond de 150 decibel en daarom uitermate geschikt voor het opnemen en weergeven van bijvoorbeeld het geluid uit gitaar- en basversterkers. Ze werken op basis van een membraan en een stemspoel die binnen een magnetisch kapsel beweegt. Het bereik van een dynamische microfoon ligt door de bank genomen tussen de 50 en 15.000 herz.

E

Editen - Editen (van het Engelse werkwoord to edit) of editing wil niks meer of niks minder zeggen dan dat je een (audio)werk bewerkt. Veel gebruikte term in de recordingwereld, bij keyboards, synthesizers en sequencers en bij computer-sofware.
Effectsend - Een signaal op een mengtafel wordt bij een effectsend, ook wel aux send genoemd, van een kanaal afgetakt om het naar een effect te sturen. Dit wordt gedaan zodat je vanuit meerder kanalen signalen kunt sturen naar een effectapparaat. Zonder effectsends zou voor elke effect op elk kanaal een apart effectapparaat nodig zijn.
Effectreturns - Aparte kanalen, waarop het signaal van een effect terugkomt naar de mengtafel.
8 (Eight) Track - Soort cassettebandje met extra brede tape voor een betere geluidskwaliteit. De 8-track was een Amerikaanse vinding van RCA uit 1965. Deze geluidsdrager was korte tijd in kleine kring populair (met name voor gebruik in de auto) maar legde het uiteindelijk af tegen de compact cassette van Philips.
EL34 - Radiobuis die in 1953 op de markt werd gebracht door de Londense firma Mullard (destijds eigendom van Philips). De EL34 werd vanaf ongeveer 1965 in navolging van Jim Marshall gebruikt door veel Engelse bouwers van gitaarversterkers en bepaalde in belangrijke mate de zogenaamde 'British Sound'.
Electred microfoon - Microfoon die wordt gevoed door een interne batterij, meestal van 3 of 4,5 volt. Electred microfoons tref je vaak aan bij onder andere videocamera’s.
Electric Spanish - Zie: ES.
Element - In het Engels: pickup, ook wel transducer. Het element van een elektrische gitaar vertaalt de trilling van de snaren in elektrische stroompjes, die het op hun beurt als tonale signalen overbrengen naar een versterker. Een element bestaat uit een magneet en een beweegbare spoel met gewonden koperdraad. Gemiddeld heeft een spoel van een elektrische gitaar 6000 tot 8500 'omwindingen' aan koperdraad. In het algemeen geeft een groter aantal windingen een hogere output, maar wel gaat het ten koste van de helderheid van het geluid.
Elementschakelaar - Met een elementschakelaar kan de gitarist of bassist kiezen welk element of welke elementen hij wil gebruiken voor de overbrenging.
Embouchure - Term uit de blaasmuziek. Embouchure is het samenstel van alles (lippenstand, gebruik mondspieren, kaakspieren, speekselvorming, keel en tong) wat komt kijken om een goede blaastechniek te kunnen ontwikkelen.
Endorsers - Muzikant die zich in enige mate verbonden aan een bepaald merk van muziekinstrumenten of aanverwante apparatuur en accessoires. In het algemeen krijgen endorsers uitbetaald in gratis gebruik van instrumenten of apparatuur. Daarnaast krijgen ze specifieke acties die ze voor het merk doen betaald.
Engineer - Ook wel: audio-engineer. In de studio is de engineer de functionaris om allerlei facilitaire randvoorwaarden te scheppen voor het welslagen van een opnamesessie. De engineer oefent meestal geen directe invloed uit op het creatieve proces, maar fungeert in voorkomende gevallen wel als assistent van de producer.
Enhancer - De enhancer is een processor die het oorspronkelijke audiosignaal oppept. Dat gebeurt bijvoorbeeld door de hoge tonen op elektronische wijze extra kracht te geven. Een enhancer wordt ook wel exciter genoemd.
Enkelspoelselement - Zie: singlecoil.
Envelope - Functie die vooral van belang is bij het gebruik van synthesizers en keyboards en waarmee de tonen sterk zijn te beinvloeden.
EOM - Afkorting van End Of Music. Term uit de deejay- en dance-muziek. Het duidt op de elektronische of visuele functie die enkele seconden voor het aflopen van een track aangeeft dat het einde ervan naderbij is.
EQ - Zie: Equalizer.
Equalizer - De equalizer is het apparaat of de functietoets waarmee de toonhoogte kan worden geregeld van geluid, waarmee dus de frequentie van geluidsgolven kan worden veranderd naar omhoog of omlaag.
ES - Afkorting van Electric Spanish ofwel 'elektrische Spaanse gitaren'. Veel gebruikt in de 1930's en 1940's (vooral door Gibson) voor de eerste akoestische steelstrings die middels een element elektrisch werden versterkt. Twee pionierende grootheden van de ES-gitaren waren Charlie Christian (die ook meewerkte aan de ontwikkeling van de elementen) en Muddy Waters. Het eerste beroemde type was de ES-150 van 1936. Het design was gebaseerd op de L-5 die Lloyd Loar in 1924 voor Gibson maakte.
Esdoornhout - Zie: Maple.
Ethernet - Ethernet is een standaard voor het bouwen van een netwerk tussen computers. Met een netwerk kun je files uitwisselen tussen computers, en bijvoorbeeld op de harddisk van andere computers kijken. Dit wordt veel toegepast in studio’s, zodat je als het ware niet de hele tijd disks of andere informatiedragers hoeft te laden.
Evergreen - Letterlijk: altijd groen. Binnen de platenindustrie en de radiowereld van de populaire muziek wordt met een evergreen een song bedoeld dat een soort tijdloze waarde heeft. Het is een poplied dat de tand des tijds ruimschoots heeft doorstaan en als het ware 'altijd zal blijven bloeien'.
Exciter - Zie: enhancer.
Expander - Een expander doet precies het omgekeerde van een compressor. Een expander maakt de totale dynamiek van geluid groter door de zachte signalen nog zachter te maken, en de harde signalen nog krachtiger.

F

Fab Four, the - Ofwel: The Fabulous Four ofwel Het Fameuze Viertal. Hiermee worden John, Paul, George en Ringo bedoeld ofwel The Beatles (1961-1970).
Fade (out) - Letterlijk: vervaging. Een fade (of fade out) maken is het langzaam in volume met knoppen wegdraaien of met faders (schuifknoppen) wegschuiven van een audiosignaal. Een fade (out) is het effect van in volume weg-ebbende muziek waarmee veel opgenomen songs binnen de popmuziek eindigen.
Fader - Schuifregelaar, schuifknop, vooral veel toegepast op mengtafels in studio’s en voor live-versterking.
Fader automatisering - In het Engels: fader-automation. Geautomatiseerde faders wil zeggen dat de schuifknoppen van de mengtafel zijn gekoppeld aan de computer, waardoor faderinstellingen van bepaalde opnames opgeslagen kunnen worden en via de computer deze instellingen weer kunnen worden opgeroepen. Een dergelijke automatisering van schuifknoppen en hun instellingen wordt ook wel gebruikt in de P.A. wereld en voor de instellingen van lichtshows bij evenementen.
Fantoomvoeding - Zie: Phantoomvoeding.
Feedback - Gepiep en overspraak die meestal ontstaat doordat de microfoon uit een speaker het geluid oppakt dat door diezelfde microfoon is overgebracht via een versterker naar diezelfde speaker. Wordt ook wel aangeduid als rondzingen.
Fender - Merknaam van (samen met Gibson Les Pauls) de bekendste elektrische gitaren in de pop en de rock. De naam Fender is afkomstig van Leo Fender, de Amerikaanse radioreparateur die in de 1946 in California begon met het bouwen van versterkers en (later) gitaren. Leo Fender is geestelijk vader van een aantal van de belangrijkste instrumenten in popbands, namelijk de Telecaster (1949), de Precision Bass (1952) en de Stratocaster (1954). Hij was zowel de eerste die succes had met een massieve elektrische gitaar (de Broadcaster, nadien Telecaster) als maker van de eerste succesvolle massieve basgitaar (Precision Bass). Leo Fender verkocht zijn bedrijf in 1965 en hij overleed in 1992.
Fender Rhodes - Zie: Rhodes.
F-holes - De aanduiding f-holes of f-holed wordt vaak gebruikt voor een bepaald type gitaar, meestal archtops, jazzgitaren met een gewelfde klankkast. F-holes duidt op de vorm van de klankgaten, in de vorm van een sierlijk f, ook wel vioolgaten genoemd.
Fill - Een 'opvullende' roffel van een drummer. De term fill (soms ook: fill-in) wordt ook wel gebruikt op keyboards, samplers en drummachines.
Filter - Door middel van filters laat audio zich bewerken. Onder meer bij synthesizers en binnen de pro-audio (in equalizers) vervullen filters een vaak prominente rol. Met behulp van filters kun je bijvoorbeeld bepaalde frequenties in het geluid een andere nadruk geven.
Filtertron - Bekend type gitaar elementen van Gretsch Guitars. Ze namen - net als de humbuckers van Gibson - ruis weg, hetgeen in de naam ligt opgesloten: de elementen filteren de elektronische nevengeluiden weg. De Filtertrons werden voor het eerst toegepast op de Chet Atkins jazzgitaren uit 1954.
Fingerboard - De fingerboard of fretboard of toets is het vaak zwarte houten latje dat bevestigd is op de hals van de (bas)gitaar. In deze fingerboard zijn de frets bevestigd.
Fingerpicken - Manier van gitaarspelen waarbij elke afzonderlijke snaar binnen een akkoord wordt gespeeld door afzonderlijke vingers en dus in deze zin tegengesteld aan 'strummen', het (al of niet met plectrum) spelen van hele akkoorden in één slag.
Finish - De beschermende (en vaak decoratieve) laklaag op muziekinstrumenten, zoals op de klankkast of massieve body van (elektrische) gitaren. De beroemdste typische naam om een bepaald soort finish exclusief voor de gitaarbouw aan te duiden is Sunburst.
Firewire - Een aansluiting die je onder andere vindt op DV camera’s, nieuwere modellen Apple Mac computers, maar ook op controllers en fader-tafels in de studio omgeving. Firewire is in staat veel sneller dan traditionele standaards digitaal dataverkeer uit te wisselen. Als standaard is Firewire feitelijk de opvolger van de USB-poort.
Flageolet - Flageolet spelen op de gitaar wil zeggen dat de snaren met de vinger wel iets gedempt worden, maar de snaar niet helemaal wordt ingedrukt.
Flanger - Veel gebruikt geluidseffect in de popmuziek, werd populair in de tweede helft van de 1960's. Door een vorm van vertraging in de voortbrenging van geluid, ontstaat een ruimtelijk huilerig geluidseffect. De oorspronkelijke vertraging was 2 tot 7 milliseconden. Zie ook: Leslie effect.
Flat poles - Traditioneel zijn de polen in het element van een elektrische gitaar kleine staafjes die, al naar gelang de toonhoogte van een snaar, in lengte uiteenlopen. In 1976 kwamen er zogenaamde flat poles of flate polepieces (platte pooltjes) op de markt die dezelfde uitwerking hadden als de staafvormige polen.
Flattop - Tegengesteld aan archtop - gitaren met een gewelfde klankkast - zijn flattops gitaren met een vlak bovenblad op de klankkast.
Flatpick - Plectrum in het Engels, ook wel kortweg pick genoemd. Gitaristen die bedreven zijn in creatief plectrumspel worden wel 'flatpickers' genoemd.
Flatwound - Met flatwound wordt een bepaald soort snaren voor elektrische gitaren bedoeld. Het gaat om snaren van plat (metaal)draad. In het algemeen geven deze flatwound snaren een korter doorklinkende klank dan ronde metaaldraden (roundwound) en bovendien 'klinken' ze zachter.
Flightcase - Letterlijk: vlucht- ofwel vliegtuigkoffer. De term wordt algemeen gebruikt in de muziek- en theaterwereld om de (vaak houten) behuizing voor het vervoer van muziekinstrumenten en aanverwante attributen aan te duiden. Flightcases staan vaak op wielen en de hoekpunten zijn vaak met metaal afgezet om beschadiging te voorkomen.
Floating bridge - Letterlijk: zwevende brug. Een losse brugconstructie op een gitaar, waarbij de brug als het ware door de druk van de snaren op zijn plaats blijft. Floating bridges komen veelal voor bij gitaren waarbij de snaren zijn bevestigd aan een staartstuk (tailpiece), zoals bij archtop jazzgitaren.
Floortom - De vloertrommel van een drumset. Vaak staat hij op drie pootjes en licht gekanteld in de richting van drummer. De meest gebruikelijke plek van de floortom is naast de snaredrum.
Floyd Rose Vibrato - De naam van gitarist Floyd Rose werd feitelijk een soortnaam voor een bepaald type vibratosysteem op elektrische gitaren. Rose zocht een oplossing voor een probleem bij de bestaande vibratosystemen (van met name Bigsby en Fender), namelijk het probleem dat de snaren ontstemden bij het gebruik van de vibratohendel. De oplossing vond hij in de combinatie van een zogenaamde locking nut bij de kop van de gitaar die de snaren op hun plek hield, gecombineerd met stelschroeven achter de brug van de gitaar. Nadat Floyd Rose dit systeem in de 1980's ontwikkelde, werd het door veel bouwers toegepast.
Flying V - Raketvormige solidbody elektrische gitaar. Het model werd oorspronkelijk aan het einde van de 1950's ontwikkeld door Ted McCarthy van Gibson. Pas vanaf het einde van de 1960's (onder meer door toedoen van Jimi Hendrix) werd het model populair. In de loop van de decennia daarna gingen steeds meer fabrikanten hun eigen varianten van het model Flying V bouwen.
FM Synthese - De afkorting FM staat in dit geval voor frequency modulation of frequentie modulatie. Het is de techniek van geluidssynthese die in Amerika werd ontwikkeld en in de 1980's voor het eerst op grote schaal werd toegepast in de synthesizers en keyboards van Yamaha. Met name dankzij de DX-7 van Yamaha kwamen vele tienduizenden muzikanten met de FM-technologie in aanraking.
FOH - Afkorting van: Front of House (zie daar).
Foldback - Term uit audiotechniek. Letterlijke betekenis: terug ontvouwen. Het wil zeggen dat een geluidssignaal zoals het bij de ingang van de mengtafel 'arriveert' wordt teruggestuurd naar de muzikant die het geluid voortbrengt.
Fortissimo - Afgeleid van 'Forte' ofwel luid. Fortissimo betekent feitelijk musiceren met een zo luid mogelijk volume.
Frequency Modulation - Zie FM Synthese.
Frequentie - Het audiospectrum ofwel geluidsbereik wordt onverdeeld in frequenties en met Hertz ofwel Hz wordt de hoogte van een frequentie aangeduid.
Frequentiebereik - Het verschil tussen de laagste en de hoogste toon geeft aan welk frequentiebereik een bepaald apparaat heeft. Zo kan een willekeurig gekozen microfoon een frequentiebereik hebben van 80 herz tot 20 kiloherz.
Frequentie karakteristiek - De karakteristiek van een speaker of apparaat. Op de grafiek van de frequentiekarakteristiek is te zien welke frequentie versterkt of verzwakt wordt weergegeven.
Frequentie Modulatie - Zie FM Synthese.
Fretboard - Zie: Fingerboard.
Fret buzz - Amerikaanse term, waarvoor geen echt Nederlandse vertaling bestaat. Het zijn de nevengeluiden van de snaren die tegen de frets vibreren tijdens het bespelen van de gitaar.
Fretlose basgitaar - Een basgitaar zonder frets. Bassist Jacco Pastorius geldt als pionier op het gebied van fretloos bas spelen. Hij verwijderde eigenhandig de frets van zijn instrument, later kwamen er in massa gemaakte fretloze basgitaren op de markt.
Fretmarkers - Zie: positiemarkering.
Frets - De metalen dwarsbalkjes cq dwarslatjes die het fretboard op de hals van de (bas)gitaar in vakjes (posities) verdelen. In het algemeen zitten op elektrische (bas)gitaren tussen de 25 en 30 frets en zijn ze verzonken in het fretboard. De afstand tussen twee frets is doorgaans een halve toon. Frets worden in de muziektheorie ook wel 'toonrichels' genoemd.
Front of House - Vaak afgekort tot FOH. Term uit de live audiotechniek. Front of House is de installatie die tegenover het podium is gepositioneerd, vaak in het publiek. Van hieruit regelen de engineers de afstelling van het zaal(of buiten-)geluid en de monitormix voor de muzikanten op het podium.
Frying pan - Letterlijk: braadpan. Vanwege zijn model en bruin-zwarte kleur, kreeg de eerste elektrische gitaar zonder klankkast deze bijnaam. De Frying Pan werd bedacht door de Amerikanen Adolf Rickenbacher, George Beauchamp en Paul Barth. Het was feitelijk een Hawaïaanse lapsteel (schootgitaar), maar omdat hij helemaal gemaakt was van een massieve plank, wordt de Frying Pan beschouwd als een belangrijke schakel in de ontwikkeling naar de solidbody elektrische gitaar. De proefmodellen van de Frying Pan stammen uit 1931.
Fuzz - Geluidseffect dat veel wordt gebruikt door bespelers van de elektrische gitaar. Fuzz is een vorm van overstuurd geluid, er worden vervorming toegevoegd aan het oorspronkelijke signaal. Het bijbehorende effectpedaal wordt meestal een fuzzboks genoemd.
FX - De aanduiding FX wordt vaak door fabrikanten gebruikt bij apparatuur en instrumenten die bepaalde geluiden kunnen simuleren of geluidseffecten teweeg brengen. Feitelijk is FX de fonetische afkorting van het Engelse woord 'Effects', (geluids)effecten dus.

G

Gaffa (Tape) - Van oorsprong Engelse term, die staat voor Gas Fitters Tape. Het is oersterk tape, waarmee zelfs lekken in gasleidingen kunnen worden gedicht. Gaffa wordt ook veel gebruikt in de popmuziek en de overige podiumkunsten, bijvoorbeeld voor het aan de grond vast plakken van draden. Nadeel van Gaffa is dat bij het lostrekken de mantel van elektrische bedrading kan worden beschadigd.
Gageverklaring - Term die gehanteerd wordt door met name de Nederlandse belastingdienst. Op een gageverklaring staat de hoogte van de gage van een artiest vermeld met daarbij een specificatie naar een loondeel en een onkostendeel. Verder staan feitelijk gegevens over de artiesten genoemd, waaronder het sociaal-fiscaal (SOFI) nummer.
Gain - Letterlijk: verhoging, kracht. Het kanaal met de aanduiding 'gain' op een (gitaar)versterker geeft het oorspronkelijk signaal in de voorversterker meer geluidskracht mee, waardoor een zekere mate van oversturing van het geluid ontstaat. Op een mengtafel is de gain(knop) bedoeld om de gevoeligheid waarmee een extern signaal binnenkomt te vergroten (bijvoorbeeld van een op de mengtafel aangesloten microfoon).
Galmveer - Goedkope manier om nagalm voort te brengen, veel toegepast in oude (en vaak goedkopere) gitaar- en orgelversterkers. Het is een slappe veer van metaal die een galmend signaal afgeeft als er geluid doorheen gestuurd wordt.
Gate - Gates worden in studio's en in live geluidstechniek gebruikt. Ze zorgen ervoor dat de audioweergave- of -opnamefunctie uitschakelt als deze beneden een van tevoren ingesteld minimum komt, bijvoorbeeld tijdens een pauze in een song, zodat de bandruis of andere aanwezige jitter niet te horen is als de muziek (of andere audio) stil valt.
Gebalanceerd - Bij professionele apparatuur zijn alle in- en uitgangen voor aansluitingen gebalanceerd. Dit is een manier van aansluiten waarbij storingen die in een kabel kunnen ontstaan worden uitgesloten. Hierdoor is het mogelijk lange kabels te gebruiken zonder dat noemenswaardig kwaliteitsverlies of storingen optreden.
Geluidsbegrenzer - Ook wel limiter genoemd. De geluidsbegrenzer wordt wel gebruikt in zaalbedrijven met een beperkte live-vergunning. Hij kan worden ingesteld op een bepaald aantal decibellen en blokkeert de stroomtoevoer als het volume daarboven komt. Geluidsbegrenzer zijn impopulair bij muzikanten omdat ze de speelvreugde niet verhogen en het effect van plotselinge stroomblokkade negatief uitpakt voor onder meer instrumentversterkers. Er zijn ook andere vormen van geluidsbegrenzing. Geluidsbegrenzers worden bijvoorbeeld ook gebruikt als extra veiligheid voor muzikanten die gebruik maken van in-ear monitoren.
Gibson - Eén van de bekendste merknamen in de muziekindustrie van de twintigste eeuw. Gibson is vooral bekend dankzij baanbrekende jazzgitaren, grote akoestische gitaren en de Les Paul elektrische gitaren. De naam is ontleend aan mandoline bouwer Orville Gibson, die zijn bedrijf echter al aan het begin van de twintigste eeuw overdeed aan een groep investeerders.
Gigbag - Verpakking voor het transport van muziekinstrumenten, meestal gemaakt van een soepel materiaal van kunststof.
Glasmaster - De oorspronkelijke glas-cd met digitale informatie waar vanaf alle cd's in een perserij worden gedupliceerd.
Glimmer Twins, the - De naam waaronder Keith Richards en Mick Jagger samen veel producties voor de Rolling Stones maakten.
Glissando - Het als het ware in toonhoogte glijden van de ene naar de andere noot, waarbij alle tussentonen duidelijk te onderscheiden zijn.
Grondtoon - De grondtoon wordt gevormd door de laagst frequente tonen binnen een harmonie van verschillende tonen, zoals bij het spelen van een akkoord. Het is dus de basisklank binnen onder meer een akkoord.
Groupie - Benaming voor een fan die in de gunst wil komen bij de popmuzikant of popgroep die zij/hij sterk aanhangt. Het begrip stamt uit de 1960's en heeft een sterk seksuele lading. In veel gevallen bieden (de overwegend vrouwelijke) groupies hun seksuele diensten aan bij de betreffende muzikanten. In veel gevallen heeft de groupie een bijna ziekelijke neiging tot aanhankelijkheid jegens de muzikant. Het fenomeen is het meest fraai op muziek gezet door Tony Joe White in de song 'Groupie girl'.
Grunting - Manier van leadzang binnen de metal, waarbij met met een gorgelgeluid wordt gezongen. Grunting werd veel gebruikt in onder meer de metal/hardcore stroming grindcore, die in de 1990's ontstond.
Guide vocal - Letterlijk: gids zangpartij. De guide vocal is een niet-definitieve zangpartij, die de zanger in de studio inzingt om zijn mede-muzikanten te ondersteunen bij het spelen en opnemen van hun instrumentale partij.
Gutstrings - (Gitaar)snaren die gemaakt zijn van dierlijk materiaal, zoals darmen van beesten. Deze snaren waren het meest in gebruik voordat de nylon snaren en steelstrings werden uitgevonden.

H

Halspen - In het Engels: truss-rod. De halspen is een (meestal) verstelbare buis van metaal die in de hals van (bas)gitaren zit. Hij geeft tegenwicht aan de trek van de snaren en voorkomt dat de hals krom trekt. In het Nederlands wordt ook wel de naam trekstang gebruikt als de halspen wordt bedoeld.
Hammered action - Hammered action wil zeggen dat een (elektrische) piano met dynamiek kan worden bespeeld. Net als bij echte hamertjes in een piano, wordt de dynamiek van de aanslag overgebracht in het weergegeven spel. Bij veel (oudere) elektrische piano's is dit niet het geval, omdat bij de actie gebruik wordt gemaakt bij een veermechanisme dat de toetsen als het ware tegenhoudt en terugduwt, waardoor er geen dynamiek in het spel te leggen is. De beste Nederlandse vertaling voor hammered action is: gewogen klavier.
Hammer-on - Techniek van bespelen van bepaalde snaarinstrumenten, vooral veel gebruikt in het gitaarspel. Een aangeslagen noot vloeit over in een andere door de vingertoppen als een hamertje te gebruiken en ermee op een andere positie te slaan terwijl de snaar nog vibreert. Zolang de snaar nog in beweging is, is het mogelijk meervoudige hammer-ons te spelen. Overigens zijn er ook gitaristen die hammer-on spelen op snaren die in ruste zijn, maar deze techniek vergt veel vingerkracht.
Hammond - Merknaam die feitelijk een soortnaam werd om het zogenaamde toonwielorgel mee te duiden. Naamgever is Laurens Hammond (1895-1973), de Amerikaan die in 1933 het toonwielorgel uitvond en hiermee een belangrijke bijdrage leverde aan de popularisering van het orgel als instrument voor in de huiskamer.
Harddisk recorder - Digitaal opname medium met een zogenaamde harddisk als drager van audiodata (of beelddata in de visuele branche).
Harddisk recording - Traditioneel werd muziek in studio's bij opnames analoog vastgelegd op magnetische tape. Met de intrede van de computer in de studio werd het mogelijk muziek vast te leggen op interne of externe harddisks als digitale data. Afgezien van harddisks als onderdeel van een computerterminal, zijn er ook specifieke harddisk recorders, opname apparatuur waarbij een harddisk is ingebouwd en die soms stand alone functioneren of in andere gevallen gekoppeld zijn aan een computer.
Hard-tail - Letterlijk: harde of vaste staart. Het wil zeggen dat snaren vast verankerd zitten in de body van de elektrische gitaar en je ze niet door middel van bijvoorbeeld een tremelo hendel allemaal tegelijk lager (of hoger) kunt stemmen.
Harmonic Bar - De harmonic bar wordt gevormd door twee latten aan de binnenzijde van het bovenblad van een akoestische gitaar. In veel gevallen zit er één onder het klankgat en één boven het klankgat.
Harmonieorkest - Blaasorkest - zowel koper- als houtblazers - dat tevens een aantal slagwerkers telt.
Harmonizer - De harmonizer is een effect dat ervoor zorgt dat de zangstem heel subtiel wordt 'geharmoniseerd'. Vaak krijgt de zang daarbij ook een heel lichte vorm van galm mee. Bij muziekinstrumenten geeft de harmonizer vaak het effect van een toon die heel subtiel iets verbogen is. Het effect is hetzelfde als wat er met pitch-shifting wordt bereikt.
HD - De afkorting HD staat voor 'harddisk' (zie daar). Een tweede betekenis is 'high density' ofwel een datadrager met een hoge dichtheid van informatie.
HD recording - Zie: harddisk recording.
Head - Zie:versterkertop.
Headless - Headless gitaren zijn (bas)gitaren zonder headstock. Ze zien eruit als (bas)gitaren met een afgesneden hals. Beroemd werden met name de headless basgitaren van ontwerper Ned Steinberger.
Headroom - Feitelijk de meerwaarde van een geluidssysteem om geluidspieken te kunnen opvangen. Kent een systeem een maximale belasting van 120 decibel, maar is de piek 145 dB, dan ligt de headroom dus op 25 dB en - als het systeem het aankan - heeft het een headroom van 25 dB. Consequent op een piek zitten kan natuurlijk niet, want dan gaat het systeem ten onder aan overbelasting.
Headstock - In het Nederlands noemen we de headstock de kop van de gitaar. Het is het sluitstuk van de gitaarhals, het deel waaraan de stemmachinieken bevestigt zijn. Veel gitaarbouwers hebben zeer eigen en zeer herkenbare headstocks, zoals het zogenaamde 'opengeslagen boek' van Gibson (ook wel 3-per-side headstock ofwel drie stemmechanieken per zijkant) en de vaak als 'fallus' omschreven kop van Fender (ook wel 6-on-one-side headstock genoemd). In het Engels ook wel 'peghead' genoemd.
Heel - Zie: hiel.
Heptatonische toonladder - Zeventonige toonladder. Zie: diatonische toonladder.
Herringbone - Zie: visgraatmotief.
Hertz - Het aantal luchttrillingen per seconde (= geluid) wordt uitgedrukt in de maat hertz ofwel Hz, bij duizendtallen in kHz ofwel kilohertz. 20 Hz zijn dus 20 trillingen per seconde. De benaming is afgeleid van de Duitse natuurkundige Heinrich Hertz (1857-1894), die in 1888 - in navolging van een theorie uit 1865 van de Brit James Clerk Maxwell - in de praktijk het principe bewees van elektromagnetische golven door de lucht. Het menselijk gehoor heeft een frequentiebereik van minimaal 16 tot maximaal 20.000 hertz. Naarmate mensen ouder worden, loopt met name de hoorbaarheid van hoge tonen terug met vele duizenden hertzen. Goed geschoolde zangstemmen hebben een frequentiebereik van 150 tot 1200 hertz.
HF - Afkorting van hoog frequent.
Hiel - In het Engels: heel. Het deel van de gitaarhals waarop de hogere posities zijn gelegen. De hiel is de halsverbinding naar de body van een gitaar en bijna altijd dikker ten opzichte van de rest van de hals. Het 'heel block' (hielblok) is het onzichtbare deel van de hiel waarmee de hals-body constructie is verstevigd (in het Engels soms ook wel neckblock genoemd).
Hifi - Afkorting van High Fidelity ter aanduiding van geluidsapparatuur met een 'grote klankbetrouwbaarheid'.
Highend - Apparatuur die als highend wordt omschreven, is bedoeld voor de professionele markt.
Hi-hat - Vast onderdeel van een drumset. Het systeem bestaat uit een pedaal annex standaard en twee bekkens (relatief klein in diameter) die met de holling naar elkaar zijn gekeerd en door middel van het voetpedaal tegen elkaar aanslaan. Eigenlijk een nabootsing van het bekkens slaan met de handen zoals je bij marching bands tegenkomt. De hi-hat wordt ook wel de charleston genoemd.
Hillbilly - Hillbilly muziek geldt als een voorloper van de country muziek. Het is een stroming die in het zuidoosten van de VS op gang werd gebracht door Amerikanen van overwegend Britse en Ierse afkomst. Het gaat om dansbare volksmuziek, veelal gemaakt met ondersteuning van goedkope violen (fiddles). Eén van de eerste vertolkers met groot commercieel succes binnen de Verenigde Staten was Johnny Carson in de 1920's.
Hipass filter - Een hipass filter filtert niet de hoogfrequente tonen an sich, maar laat juist de hoge tonen door (high pass = letterlijk 'het hoog mag erlangs') vanaf de frequentie die is ingesteld. Wordt een hipass dus ingesteld op 120 herz, dan laat hij de tonen die onder de 120 herz liggen niet doorgaan. Bij een lowpass filter wordt alles dat boven een bepaalde frequentie uitkomt afgekapt.
Hollowbody - Hollowbody's zijn gitaren met een holle klankkast. In het algemeen wordt de kwalificatie enkel gebruikt voor holle elektro-akoestische gitaren (als tegenstelling met solidesti) en niet voor klassieke akor hosche gitaren.
Hook - De hook (hoek dus) van een song is letterlijk de hoeksteen van een song. Het is een (meestal steeds terugkomend) fragment in de zang (tekst en melodie) maar kan ook gevormd worden door een zich repeterend herkenbare muzikale rif. Feite hok schuilt binnen de pop in dnd hok de kracht van een liedje, vaak is de songtitel (onderdeel van) de hook.
Zie: Hipass fi van.
Hub - Een verdeeldoos voor netwerken. Alle computers worden op de Hub aangesloten, en kunnen via een hub met elkaar communiceren.
Humbuckers - Letterlijk betekent 'to buck the hum' het weren van ruis. Humbuckers zijn gitaarelementen die in 1957 zijn geïntroduceerd door bouwer Gibson. Het zijn dubbelspoels elementen die de ruis sterk onderdrukken. Deze dubbelspoelselementen geven in het algemeen een wat warm-gedempter geluid dan enkelspoelselementen (singlecoils) die meer helder klinken. De term humbuckers werd na Gibson ook door andere gitaarbouwers en elementenmakers gehanteerd.
Hybryde instrumenten - Deze term wordt wel gebruikt voor instrumenten die zowel handmatig als elketronisch cq mechanisch worden aangestuurd. Voorbeelden zijn de pianola en Yamaha's disklavier-serie piano's.
Hypercardioid microphones - De Engelse benaming voor extreem richtingsgevoelige microfoons. Ze pakken enkel het signaal op dat zich in een rechte lijn achter de microfoon bevindt en zijn nauwelijks omgevingsgevoelig.

I

IDE - Afkorting van Imbedded Drive Electronics. Het verdrong destijds SCSI als snelle overdrager van digitale audio-data via de computer.
Impedantie - Deze term wordt vaak gebruikt binnen de audio- en muziekwereld in combinatie met outputs en inputs: ingangsimpedantie, uitgangsimpedantie. Het duidt op de sterkte van de audiosignalen die een bepaald circuit (bijvoorbeeld een mengtafel) verlaten of binnenkomen. Om de uitgangsimpedantie van bijvoorbeeld een elektrische gitaar gelijk te schakelen aan de ingangsimpedantie van een mengtafel, wordt vaak een DI-box gebruikt. Zie ook: DI.
Inactieve kleppen - Zie: kleppen.
Inbetween - Vakjargon dat met name door bespelers van oude Fender Stratocasters goed begrepen zal worden. Deze Strat-modellen waren uitgerust met drie gitaarelementen en een drie standen-schakelaar. Inbetween was de officieuze stand van de schakelaar tussen stand twee en stand drie, dat volgens menig gitarist een aangenaam gitaargeluid voortbracht.
Inch - Engelse maat, omgerekend 25,4 millimeter ofwel 2,54 centimeter. Deze maatvoering is bij veel muziekinstrumenten de standaard. Zo wordt de mensuur bij bassen en gitaren meestal uitgedrukt in inches, hetzelfde geldt voor de diameter van bekkens.
In-ear monitor - In-ear monitoren kunnen dienen ter vervanging van of als aanvulling op de monitoren op het podium, waarop je de aan de mengtafel gemaakte mix kunt horen tijdens het spelen. In-ear monitoren zijn kleine koptelefoontjes in je oren. Ze zijn er kant-en-klaar maar je kunt ze tevens op de vorm van je eigen oorschelp laten aanmeten.
Inlay - Ofwel: inleg. In de gitaarwereld worden hiermee de decoraties bedoeld die zijn 'ingelegd' in het fingerboard van de gitaarhals (en soms ook in de headstock). Beroemd zijn bijvoorbeeld de parelmoeren motieven die C.F. Martin 'inlegde' in de gitaartoets van zijn vroege modellen.
INR - Afkorting voor International Noise Rating. Ietwat verouderde term uit de studiowereld. Hiermee kan de studio eigenaar uitdrukken hoeveel omgevingsruis (hoeveel INR's dus) hij acceptabel acht dat er toegelaten wordt tot zijn akoestische ruimtes.
Instant recall - Instant recall is een functie op mengtafels in studio's. Het is een mechanische of digitale functie waardoor automatisch alle effect-instellingen weer in de positie komen te staan van de laatst bewaarde mix van een opname. Bij total recall moet de engineer nog handelingen verrichten om deze instellingen op zijn mengtafel te krijgen, bij instant recall is deze functie dus als het ware geautomatiseerd. Zie ook: fader-automation.
Interface - De interface is een apparaat of hardware die de communicatie tussen verschillende vormen van instrumentale gear, audio-apparatuur of de computer mogelijk maakt.

J

Jackplug - De jackplug is een veel gebruikte stekker (ofwel connector) binnen de muziek. Het is de meest voorkomende standaard connector voor elektrische gitaren en gitaarversterkers. Er zijn stereo- en mono-jacks. De bijbehorende bedrading wordt in jargon wel aangeduid als 'jacklead'.
Jamsessie - Tijdens een jamsessie (jèmsessie) spelen muzikanten al improviserend met elkaar. Het wil zeggen dat de gespeelde muziek niet van bladmuziek wordt afgelezen of niet van te voren uitputtend is ingestudeerd. Werkwoord: jammen (jèmmen).
Jazz - Jazz is de overkoepelende naam van een Amerikaanse stroming binnen de muziek die eind 19e eeuw vanuit met name New Orleans kwam opzetten, maar waarvoor aanvankelijk termen als ragtime, rag en dixieland werden gebruikt. Het is muziek die sterk leunt op improvisaties van individuele solisten. De benaming jazz zou voor het eerst in 1917 zijn gebruikt. In Chicago, tijdens een optreden van de Original Dixieland Band, toen iemand uit het publiek riep bij een langzaam nummer 'Jazz it up, jazz it up', een kreet daarna populair zou zijn geworden. In 1880 kwam het begrip jazz al eens voor in een liedje.
Jazz Bass - Zie: J-Bass.
Jazzgitaar - Elke gitaar kan vanzelfsprekend gebruikt worden in de jazzmuziek. Van oudsher worden zogenaamde archtop gitaren - (semi)akoestische hollowbody's met f-gaten - vaak als jazzgitaar aangeduid. Dat heeft te maken met het feit dat deze gitaren als eerste op grote schaal van een element werden voorzien in de tijd (1930's) dat de jazzbands floreerden.
J-Bass - Aanduiding van de Jazz Bass (massieve elektrische basgitaar) van Leo Fender en de modellen die van dit ontwerp zijn afgeleid. Zie ook: P-Bass en Precision.
Jewelbox - Het scharnierdoosje van doorzichtig hard plastic waarin compact discs doorgaans verpakt zijn.
Jingles - Korte herkenningsmuziek van bijvoorbeeld populaire radio- en televisieprogramma's, soms ook gebruikt om korte reclame melodietjes mee te aan duiden.
Jitter - Storing in het signaal van digitale apparatuur, van 'nature' in enigerlei mate in elk digitaal apparaat aanwezig.
J-style - J-style is een term uit de wereld der basgitaren. Het kan zowel slaan op de gebruikte elementen als op de vorm van de body en de hals van een basgitaar. J-style wil eigenlijk zeggen: naar voorbeeld van de Jazz Bass van Leo Fender. Zie ook: P-style.

K

Kale snaren - Zie: plain strings.
Kam - Zie: topkam.
Keramische elementen/magneten - Keramische magneten worden veel gebruikt in stemspoelen voor speakerssystemen en bij het maken van elementen voor onder meer elektrische (bas)gitaren. Het gaat hierbij om een magneet die mede bestaat uit een niet-metalen bestanddeel, zoals keramiek. Vaak wordt vanwege de tonale eigenschappen van alnico magneten aan dit soort de voorkeur gegeven boven elementen met keramische magneten.
Keyboard - Keyboard is zowel het toetsenbord van een computer als een elektronisch muziekinstrument met meestal 49, 61 of 76 toetsen. Het keyboard herbergt meestal een breed scala aan klanken (zoals van piano's, orgels, strijkers, blazers en snaarinstrumenten) en ritmes. Omdat een toets doorklinkt zolang hij ingedrukt blijft, behoort het keyboard muzikaal-technisch gesproken tot de familie van de orgels (immers: het geluid van een piano ebt weg als je de toets ingedrukt houdt).
Keys - Engels voor: toetsen. Sommige toetsenisten zeggen wel in vakjargon 'Ik speel (de) keys.'
Kilohertz - Afgekort kHz. Eén kilohertz is duizend hertz (Hz). Zie verder: Hertz.
King, the - Bijnaam van de Amerikaanse rock & roll zanger Elvis Presley (1935-1977).
King of Pop, the - Bijnaam van de Amerikaanse popzanger Michael Jackson.
Kit - Engels. Kit is de populaire benaming voor een drumstel. Ook wel: drumkit.
Klankgat - Bij gitaren: het ronde gat onder de snaren in het bovenblad van de klankkast dat ervoor zorgt dat de snaarresonantie vanuit de klankkast hoorbaar is. Er zijn ook andere vormen van klankgaten denkbaar, zoals de dwarsgeplaatste ovalen opening van Mario Maccaferri en de f-vormige klankgaten (sleuven) op jazzgitaren, violen en contrabassen.
Klankkast - Dat deel van een akoestisch snaarinstrument dat de luchttrillingen hoorbaar maakt. In het algemeen bestaat een klankkast uit zijbladen, een boven- en onderblad en een bracing (inwendige verstevigingsconstructie). In sommige gevallen worden klankkasten gegoten in kunststof mallen en er zijn ook heel enkele gitaren waarvan een deel van de klankkast uit één stuk hout gesneden is, bijvoorbeeld het bovenblad en de zijbladen.
Klankkast element - Element bij elektro-akoestische gitaren dat bevestigd is in de buurt van het klankgat, dadelijk onder de snaren aan de binnenzijde van de klankkast.
Klavier - Het toetsenbord van de piano, het keyboard, een synthesizer of een orgel.
Kleppen - Beweegbare afsluiters voor toongaten van blaasinstrumenten, zoals fluiten en saxofoons. Actieve kleppen zijn kleppen die open staan als er niet gespeeld wordt, inactieve kleppen zijn gesloten als er niet wordt gespeeld.
Kop - Zie headstock.
Kopstem - Een aanduiding die doorgaans wordt gebruikt om het soort zang bij mannelijke zangers in het hoge register te duiden, de falsetstem.
Kornet - Koperblaasinstrument, binnen de moderne muziek met name zeer populair binnen de jazzmuziek in de 1930's en 1940's.

L

Lapsteel - Ofwel lapsteel guitar. Het laat zich het best vertalen als schootgitaar. Het gaat om een Hawaïaanse manier van gitaarspelen, waarbij het instrument als het ware op schoot ligt. Rond 1910 maakte de lapsteel muziek de sprong naar het vasteland van de VS. De lapsteel speelde een belangrijke rol in het ontstaan van de eerste elektrische solidbody gitaren, zoals de Frying Pan en de Broadcaster van Leo Fender.
Laser - Afkorting van: Light Amplification by Stimulated Emission of Radiation. Overbrengingstechniek en snijtechniek die onder meer wordt gebruikt bij het afspelen van geluidscd's.
LCD - Afkorting van Liquid Crystal Display. Het zijn de displays die op veel audio-apparatuur en digitale instrumenten voorkomen en waarvan informatie kan worden afgelezen of waarop zelfs beelden kunnen worden vertoond.
LE - Veel gebruikte afkorting in de muziek- en audio-industrie. LE is een afkorting van Low End (soms ook wel vertaald als Light Edition trouwens). Het gaat in vrijwel alle gevallen om versimpelde versies van software en apparatuur, waarvan ook een professionele versie (HE of High End) op de markt is. De LE versies zijn met name gericht op semi-profs en niet-profs.
Leadgitaar - Iemand die 'leadgitaar' speelt binnen een groep, speelt de melodielijn op de gitaar, binnen popbands vaak ondersteund door akkoordenspel op de ritmegitaar.
LED - LED is de afkorting van Light Emitting Diode. Het zijn kleine, vaak ronde en soms rechthoekige en meestal rode lampjes die goed afleesbaar zijn in het donker en derhalve vaak worden gebruikt op muzikaal instrumentarium en audi-apparatuur. Via LED's worden soms ook woorden en getallen op displays gevormd. Door muzikanten vaak liefkozend LED'jes genoemd.
Leslie effect - Een muzikaal-elektronisch effect dat veel wordt nagebootst, maar oorspronkelijk teweeg wordt gebracht door roterende speakers te plaatsen voor de originele geluidsbron. Een Amerikaanse bespeler (die Don Leslie heette en overleed in 2004) van het Hammond toonwielorgel bedacht het effect in de 1930's en paste het toe bij zijn Hammond-orgel. Feitelijk is het een merknaam die een soortnaam werd voor een zwevend-zangerig geluidseffect. Het Leslie effect wordt ook wel aangeduid als flanger.
Les Paul - Les Paul is de naam van een gitarist die met zijn ex-vrouw Mary Ford een duo vormde en in de 1950's in de VS verschillende hits scoorde. Les Paul (geboren in 1915) werkte in de vroege 1940's in de werkplaats van gitaarbouwer Epiphone aan zijn zogenaamde log-guitar, een elektrische gitaar van een massief blok hout. Toen hij zich met zijn vinding bij gitaarbouwer Gibson meldde, werd hem de deur gewezen. Pas nadat Leo Fender de eerste solidbody elektrische gitaar op de markt bracht, nam Gibson opnieuw contact met Les Paul op. In 1952 verscheen het eerste model Les Paul onder het Gibson-merk op de markt. Met de Stratocaster van Fender, werd de Les Paul vervolgens het beroemdste en meest nagebootste model onder de elektrische gitaren.
LFO - Afkorting van Low Frequency Oscillator, onderdeel van een synthesizer. In tegenstelling tot een normale oscillator, die bedoeld is om geluid voor te brengen, wordt de puls van deze oscillator gebruikt om een andere parameter van de synthesizer te beïnvloeden binnen een frequentiebereik van 0,1 tot 50 herz.
Licentie deal - Een licentie deal of een licentie overeenkomst is een contract tussen artiest en platenmaatschappij waarbij de artiest zelf zorgdraagt voor zijn studio-opnames en de bijbehorende masterband slechts in licentie geeft aan de platenmaatschappij zodat die het werk kan exploiteren. De masterband blijft het eigendom van de artiest, zulks integenstelling tot een zogenaamde masterdeal.
Lick - Korte herkenbare toonklank van een elektrische gitaar binnen de rockmuziek. Een lick is niet zelden een onderdeel van een riff of een aanloop tot een riff, dan wel een korte typerende aanslag die regelmatig terugkeert in een couplet.
Lift - De lift zit tussen het couplet en het refrein. Het is een muziekfragment van vaak maar een paar maten, een soort figuurlijke, maar meestal opzwepende opmaat tot het uiteindelijke refrein. Een voorbeeld van een duidelijke en sterke lift is te vinden in '(You make me feel like) A Natural Woman', de soulklassieker van Aretha Franklin.
Limited Edition - Limited Edition geeft aan dat een bepaald instrument in beperkte oplage wordt gemaakt. Vaak gebeurt dit ter gelegenheid van een bijzondere gelegenheid (zoals een jubileum) of om een bepaalde muzikant te eren.
Limiter - Ofwel: begrenzer. Binnen de audiotechniek is een limiter een compressor met een zeer snelle reactietijd. Limiters schakelen de signaaltoevoer uit bij overbelasting ter voorkoming van het doorbranden van de drivers. Limiters worden ook wel gebruikt om het aantal decibellen te begrenzen.
Line array - Line array is een P.A. systeem dat rond 2000 opgang begon te maken. Het bestaat uit luidsprekers die verticaal boven elkaar zijn geplaatst (vaak in een licht bollende curve). Hoewel deskundigen van mening verschillen over het gunstige effect van de verschillende line array systemen, is de achterliggende gedachte dat door deze opstelling en het op elkaar afstemmen en op elkaar in laten spelen van geluidsgolven, het voortgebrachte geluid zich beter en geleidelijker over een ruimte zou moeten verspreiden.
Locking nut systeem - Zie: Floyd Rose.
Locking Tuner - Stemmechanieken waarbij de snaren min of meer worden vastgezet, zodat ze minder snel 'weglopen' en dus minder snel ontstemd raken.
Loonpersing - In opdracht van particuliere partijen (zoals eigen beheer bandjes) door een gespecialiseerd bedrijf verzorgde persing van cd's of grammofoonplaten.
Loop - Spreek uit: loep. Een loop wordt meestal gevormd door een fragment uit een oude hitsong dat gesampled wordt en ten behoeve van een nieuwe song steeds wordt herhaald, maar kan ook zelf gemaakt worden, meestal door gebruik te maken van digitale sampling apparatuur en sequencers.
Low End - Zie: LE.
Lucille - Bijnaam van de Gibson gitaren die bluesmuzikant BB King gedurende vele tientallen jaren gebruikte. In 1982 sloot Gibson voor het eerst een overeenkomst met BB King, die leidde tot de serieproductie van een thinline semi-hollow gitaar met dubbele cutaway, een model dat vanzelfsprekend de naam Lucille meekreeg. Dat BB King zijn gitaren tooide met de naam Lucille, heeft te maken met een gebeurtenis die hem in de jaren 1940 overkwam. BB King werd op toernee overvallen door brand terwijl hij sliep. Nadat hij het gebouw was ontvlucht, ging hij het brandende huis opnieuw binnen om zijn gitaar uit de vlammenzee te redden. De brand was ontstaan na een ruzie tussen twee mannen, die vochten om een vrouw die Lucille heette, een vrouw die BB King nooit ontmoette overigens. BB King en zijn gitaar werden gered, anderen vonden bij deze brand de dood.
Luthier - Bouwer (maar ook wel reparateur of restaurateur) van snaarinstrumenten, zoals violen en akoestische gitaren. Het woord stamt af van 'lute' ofwel luit, het oudst bekende snaarinstrument.

M

Mac - Computer die door Apple is gemaakt. Apple maakt zowel de hardware (de computer) als de software (het besturingssysteem OS). Dat levert een redelijk stabiel werkende computer op, die vooral erg populair is bij grafici, musici en mensen die met video werken.
Maca - Koosnaam van Paul McCartney, bassist, zanger, songwriter en met John Lennon de voorman van The Beatles.
Machineheads - Engels voor: stemmechanieken.
Mahony - Ofwel: mahonie. Mahoniehout wordt veel gebruikt in de gitaarbouw, vooral voor het maken van het achterblad en de zijbladen van de klankkast.
Majeur - Open en neutraal-positief klinken klank, toonhoogte of akkoord. Tegengesteld aan mineur.
Major - Vakjargon voor een multinationaal opererende platenmaatschappij. In het algemeen worden met majors de Grote Vijf bedoeld: Sony Music, Warner Music, EMI, Universal en BMG.
Man in Black, the - Bijnaam van de Amerikaanse countryzanger Johnny Cash (1932-2003), die een zwarte zware stem had en ook altijd in het zwart gekleed ging.
Maple - Esdoorn. Esdoornhout wordt veel gebruikt bij de bouw van onder meer akoestische gitaren. Daarnaast is maple (met birch ofwel berkenhout) een populaire houtsoort bij de bouwers van de iets duurdere drumkits.
Maracas - Percussief instrument. Paar bollen van hout (of kunststof) die bevestigd zijn op een handvat. De bollen zijn in het algemeen gevuld met pitjes of kleine steentjes en door ermee te schudden, kunnen er ritmische klanken mee worden gemaakt.
Marimba - Instrument dat doet denken aan de xylofoon (zie ook onder: xylofoon) maar groter is en een lagere klank heeft. De marimba heeft bovendien een meer zacht geluid dan de xylofoon.
Masterband - Of: master. Geluidsdrager waarop een muziekstuk staat nadat het helemaal is afgemixt (en vaak zelfs al is gemasterd). Vanaf deze master(band) vindt de duplicatie-persing plaats (op cd's, vinyl of anderszins).
Masterdeal - Algemeen gehanteerde term voor een contractvorm in de platenindustrie. Het wil zeggen dat de platenmaatschappij (voor een reeks van jaren of eeuwigdurend) de master(band) in zijn bezit houdt en niet de artiest. Indien de artiest de zeggenschap en het bezit over de master(band) wil houden, is in de meeste gevallen sprake van een licentiedeal of licentiecontract, waarbij de master in licentie aan de platenmaatschappij wordt afgegeven voor eenmalig gebruik.
Mastering - Mastering is het nabewerken dat gebeurt nadat je opnames hebt afgemixt in de studio. De definitieve mix van de muziek ondergaat via onder meer equalizers en compressoren een laatste behandeling om het totale geluidsbeeld beter tot zijn recht te laten komen en beter af te stemmen op het geluid dat doorgaans gebruikelijk is voor geluidsdragers.
Masterkeyboard - Een doorgaans aanslaggevoelig keyboard met minimaal 61 toetsen. Het is een keyboard dat primair bedoeld is om andere apparaten aan te sturen, zoals samplers, sequencers en soundmachines.
Master Tuning - Functie op digitale instrumenten zoals samplers en keyboards. Met deze functieknop kun je de toonhoogte van het gehele spel veranderen naar de gewenste hoogte.
Mb - Afkorting van: megabyte. Maateenheid voor digitale data. Eén megabyte is 1024 kilobyte ofwel 1048576 bytes.
Megahertz - Meeteenheid voor geluidsfrequenties. Megahertz (MHz) is 1.000.000 herz (Hz) ofwel 1000 KHz (kilohertz).
Mellotron - Brits toetsinstrument dat in 1963 voor het eerst op de markt verscheen. De Mellotron was een soort voorloper van latere sample-apparatuur. (Samples van) Geluiden konden op tape worden vastgelegd en dan in verschillende toonhoogten worden weergegeven. Onder meer omdat de Mellotron een sterk vertraagde weergave kende, bracht het instrument zweverige klanken voort die goed pasten binnen de zogenaamde psychadelische stroming in de popmuziek van de tweede helft van de 1960's. De Mellotron was op platen van veel bekende acts te horen. Een bekend voorbeeld is de fluit in het intro van 'Stairway to Heaven' van Led Zeppelin, gemaakt met een Mellotron-sample, maar ook komt de Mellotron prominent voor op onder meer 'Nights in White Satin' van de Moody Blues.
Mensuur - Mensuur is een veelgebruikte term in met name de wereld van de (bas)gitaren. Het is de snaarlengte, gemeten van de topkam tot het brugzadel, vaak aangegeven in inches. Zie ook: scale length.
Metal - Letterlijk: metaal. Verzamelnaam van genre dat voortkwam uit de hardrock en qua dominante sound nog harder is dan hardrock. Als één van de eerste metalbands geldt Black Sabbath. In de 1990's werd nu-metal populair onder een groot publiek.
Metronoom - Variabel instelbaar ritmegids apparaat. De metronoom is een uitvinding van Johann Nepomuk Mälzel (1772-1838).
M.I. - M.I. is de Engelstalige afkorting van music industry of music industries. M.I. wordt gebruikt voor zowel de fonografische industrie (exploitatie geluidsdragers) als de muziekinstrumenten industrie.
Midi - Afkorting van Musical Instruments Digital Interface. In 1984 vooral op initiatief van Rolands topman Ikutaro Kakehashi in het leven geroepen standaard om digitaal instrumentarium van verschillende merken goed met elkaar te kunnen laten communiceren. Aansluitingen vind je op vrijwel elke synthesizer en elk effectapparaat.
Midi thru - Benaming van de midi-aansluiting via welke midi-data naar een derde apparaat of instrument kunnen worden doorgezonden.
Midi to cv convertor - Een convertor (ofwel ‘omzetter’) die midi-data in cv (controled voltage) omzet, zodat het mogelijk wordt vanuit de computer oudere synthesizers aan te sturen.
Midi-gitaar - Gitaar die de tonen die op de gitaar gespeeld worden omzet naar midi-data, waardoor de gitaar op synthesizers en samplers is aan te sluiten.
Midfield monitor - Iets grotere speakers dan doorsnee die in studio’s worden gebruikt. Ze staan meestal op ongeveer anderhalve meter van het gehoor en zijn eigelijk alleen toepasbaar in controleruimten die akoestisch verantwoord zijn gebouwd.
Mineur - Droefstemmend klinken klank, toonhoogte of akkoord. Tegengestelde van majeur.
Minimal music - Muzieksoort met karakteristieke meditatieve musiceerhouding, een genre dat gekenmerkt wordt door minimale muzikale veranderingen binnen een stroom van klank.
Minimoog - De eerste commercieel op grote schaal succesvolle synthesizer, uitgevonden door de Amerikaan Robert (Bob) Moog (1934-2005). In 1963 ontwierp Moog zijn eerste de Moog Modular voltage-controlled synthesizer op verzoek van de componist Herbert Deutsch. In 1964 kon hij een commerciële versie van het instrument op de markt brengen, gepresenteerd tijdens AES audiovakbeurs. Hij werd in 1970 gevolgd door de draagbare Minimoog. De Minimoog was feitelijk de eerste allround bruikbare synthesizer en vooral dit instrument werd door vele duizenden muzikanten gretig omarmd, vooral in de progressieve rockmuziek waar hij gebruikers kende als Pink Floyd, Yes en Manfred Mann. De Beatles gebruikten een Moog synth op hun album ‘Abbey Road’ uit 1969 en het instrument voerde bovendien de boventoon in de beroemde film ‘A Clockwork Orange’ uit 1971. Moog dankte zijn faam vooral aan toetsenist Walter Carlos (die zich later Wendy Carlos zou gaan noemen). Carlos verkende op zijn hitalbum ‘Switched-On Bach’(1968) de vele mogelijkheden van Moogs synthesizer en baarde opzien door ‘een heel orkest’ uit het instrument tevoorschijn te toveren. Moogs naam was hiermee voorgoed gevestigd. De oorspronkelijke Minimoog bleef tot 1982 in productie en er werden meer dan 13.000 exemplaren verkocht, waarmee het de populairste synth tot dan toe was. De Minimoog werd bovendien volop door concurrerende bedrijven als inspiratie gebruikt.
Modelling - Ook wel: physical modelling. Het beste laat zich de term als volgt omschrijven: het met behulp van computertechniek op digitale wijze nabootsen van instrumenten en geluidskarakteristieken. In de tweede helft van de 1990's kwam (physical) modelling sterk opzetten. Er kwamen synthesizers op de markt met mogelijkheden om bepaalde geluiden of instrumenten te 'modeleren'. Ook kwamen er bijvoorbeeld modelling-versterkers waarmee gitaristen en bassisten de keuze kregen om verschillende versterkers (van andere bouwers en uit andere tijden) als instelling te kiezen of zelfs om ze te combineren. Het werd ook mogelijk via de modelling techniek speakers van verschillende merken en typen te simuleren. Ook de typerende eigenschappen van bepaalde microfoons kunnen via modelling worden gesimuleerd.
Modulaire synthesizer - Een modulaire synthesizer stelt de gebruiker in staat zelf samengestelde geluiden op te slaan en te reproduceren ofwel voor hergebruik op te roepen uit het geluidsgeheugen. Een modulaire synth is feitelijk de tegenhanger van hardwired of compacte synthesizers, waarbij je het geluid feitelijk niet zelf kunt wijzigen zonder met een soldeerbout iets aan de hardware te veranderen. Moderne modulaire synths laten zich beïnvloeden via digitale modules. Traditionele modulaire synths bieden de mogelijkheid van actieve beïnvloeding door kabels en pluggen (patch cords) op verschillende wijzen te verbinden met het keyboard.
Modulatie - Modulatie heeft twee betekenissen. Binnen midi betekent modulatie het het moduleren (veranderen) van een parameter, door bijvoorbeeld een filterstand via midi te veranderen met een modulatiewiel. In de muziektheorie houdt modulatie in dat binnen een muziekstuk van de ene naar de andere toonsoort wordt overgegaan. Het effect dat modulatie heeft op een keyboard laat zich min of meer vergelijken met het effect van een vibrato- of tremelo-hendel op een elektrische gitaar.
Modulatiewiel - Een schakelaar of wieltje dat vaak op midi-keyboards te vinden is. Met het modulatiewiel stuur je midi controllers uit om parameters van een ander apparaat te beïnvloeden.
Monitor - Monitoren zijn de speakerkasten die op het podium staan opgesteld in de geluidsrichting van de muzikanten. Zij horen op de monitoren hun eigen partijen, zodat ze goed kunnen samenspelen. Tegenwoordig bestaan er ook zogenaamde in-ear monitors, kleine hoofdtelefoontjes waarop de muzikanten tijdens optredens de geluidsmix horen. In de studio zijn monitoren de speakers waarmee de engineer achter de mengtafel de opnames kan afluisteren. Er wordt hierbij naar gestreefd speakers te gebruiken die een zo neutraal als mogelijke klankkleur hebben van zichzelf. Monitoren die dichtbij de oren van de afluisteraar zijn geplaatst in de studio, worden nearfields of nearfield monitoren genoemd.
Monofoon - Eenstemmig. Deze term wordt zowel in de muziektheorie, als bij synthesizers gebruikt. Op een monofone synth (sax, keyboard) kan niet meer dan één stem ofwel toon tegelijkertijd worden gespeeld, iets wat vrij gebruikelijk is bij synthesizers tot diep in de 1970’s. In de tweede helft van de 1970's kwamen polyfone synths op de markt van Tom Oberheim, Bob Moog en ARP en uiteindelijk (in 1978) de meest baanbrekende, de Prophet-5 van Sequential Circuits.
Moog synthesizer - Zie: Minimoog.
Momentschakelaar - Schakelaar die niet aan/uit gaat als andere schakelaars, maar alleen op ‘aan’ gaat op het moment dat er een (voet)pedaal wordt ingetrapt. Wordt het pedaal nogmaals ingedrukt, dan is de schakeling weer ongedaan gemaakt.
Moving coil - De beweegbare stemspoel, zoals deze in dynamische mircrofoons zit. De stemspoel (ofwel moving coil in het Engels) wordt door middel van een membraam door toedoen van geluidstrillingen in beweging gezet binnen een magnetisch kapsel. Hierdoor ontstaat een veld van elektrische stromen en is akoestische energie als het ware omgezet in elektrische energie (het zogenaamde proces van transductie), noodzakelijk om de trillingen over te kunnen brengen en nadien te kunnen uitversterken.
Multikabel - Kabel waar meerdere kabels doorheen lopen. Bij een P.A. wordt bijvoorbeeld een multikabel van het podium naar de mengtafel gelegd, waarbij in de multikabel soms tot 24 of 32 kabels lopen voor de verschillende signalen.
Multitimbraal - Als een instrument multitimbraal (meervoudig klinkend) is, wil dit zeggen dat het instrument in staat is meer klanken tegelijkertijd voort te brengen. De term wordt veel gebruikt in de wereld van de keyboards en synthesizers. Deze elektronische instrumenten zijn immers in staat meer klanken tegelijk te produceren (zoals van de kunstmatig opgewekte geluiden van piano's, strijkers en fluiten), bovendien kunnen ze zowel de begeleiding, de ritmes als de melodielijn tezelfdertijd voortbrengen.
Multitracker - Meersporen recorder.
Musik Messe - 's Werelds grootste vakbeurs voor muzikaal instrumentarium, die elk jaar in maart wordt gehouden in de Franfurt Messe in de Duitse stad Frankfurt.
Musique Concréte - Muziek gebaseerd op gesampelde geluiden, tegenwoordig meestal via digitale sampling gemaakt, vroeger werd gebruik gemaakt van bandrecorders en het knippen en kopiëren van stukjes geluid op tape.

N

Nagalm - Nagalm is de natuurlijke echo van een bepaalde ruimte. In een tijd dat de techniek om galm na te bootsen nog niet ruim voor handen was, beschikten studio’s over zogenaamde galmkamers om muziek van een natuurlijk galm te kunnen voorzien. Het Engelse woord voor nagalm wordt veel gebruikt in de muziekwereld: reverb.
NAMM - Afkorting van National Association of Musical Merchants. De voorloper van de NAMM was een Amerikaanse bond van pianohandelaars, opgericht in 1901. Deze organisatie ontwikkelde zich tot een nationale belangenclub voor de muziekindustrie en later zelfs een internationale organisatie met circa 7700 leden wereldwijd. De NAMM noemt zich tegenwoordig dan ook The International Music Products Association. De belangrijkste evenementen van de NAMM zijn de vakbeurzen Winter NAMM in Anaheim bij Los Angeles (januari) en de Summer NAMM in Nashville (juli).
Nearfield monitor - Kleine speakers die in studio’s worden gebruikt voor het afluisteren van de mix. Nearfield monitors worden zo dichtbij het gehoor geplaatst (vaak op de brug van de mengtafel of er dadelijk achter op standaards) dat de akoestiek van de ruimte waarin gewerkt wordt weinig of geen invloed kan hebben op hetgeen er te horen is. Nearfield monitors komen kwalitatief in feite overeen met hifi installaties van de consument, zodat goed te horen is hoe het uiteindelijke 'radio-resultaat' van een mix klinkt. Nearfield is oorspronkelijk een merknaam van een firma uit California, USA, maar verwerd tot een soortnaam voor een bepaald type monitors.
Neck joint - Engels. Bij gitaren de uitsparing waar de gitaarhals en de body van de gitaar samenkomen.
Neck-through body - Letterlijk: hals door lichaam. Neck-through body is een constructie waarbij de hals van een (bas)gitaar helemaal doorloopt tot aan de staart van het instrument, tot de onderkant van de body dus. In het algemeen zijn er meer basgitaren volgens deze constructie gemaakt dan elektrische gitaren.
Nederbeat - Zie Nederpop.
Nederpop - Benaming die niet zozeer een stroming binnen de Nederlandse populaire muziek aangeeft, maar een soort paraplu-naam was voor Engelstalige pop en rock van verschillende genres uit Nederland. Het was een term die met name in de 1970's opgeld deed om deze vormen van poprock te onderscheiden van Nederlandse amusementsmuziek zoals meezingers en levensliederen in de Nederlandse taal. Naarmate het aanbod aan Nederlandse poprockmuziek breder werd, raakte de term steeds meer in onbruik. In de 1980's verscheen nog een Nederpop Encyclopedie. Een term die aan Nederpop vooraf ging was Nederbeat als koepelnaam voor de stroom aan Nederlandse beatbands die vanaf circa 1963 kwam opzetten.
Nocaster - Aan het einde van de 1940's kwam de Amerikaanse radioreperateur Leo Fender met zijn legendarisch massieve elektrische gitaar Broadcaster. Omdat Gretsch Drums een drumstel had dat de naam Broadkaster droeg, moest Fender de naam schrappen. Uiteindelijk werd de definitieve naam van de gitaar Telecaster. In het tijdperk tussen Broadcaster en Telecaster vonden de gitaren van Fender echter naamloos hun weg naar de afnemers. Deze (zeer zeldzame en gewilde) modellen dragen de bijnaam Nocasters.
Noisegate - Met een noisegate kan de gebruiker ervoor kiezen een signaal af te kappen als dit op een bepaald kanaal onder een bepaalde sterkte komt. Wordt vaak gebruikt om ongewenste bijgeluiden en ruis uit opnames te elimineren.
Noise Reduction - Methode om achtergrondruis te elimineren/terug te dringen tijdens het opnameproces in de studio. Hoge frequenties in het klankbeeld krijgen hierbij een oppepper, terwijl ze bij de weergave juist worden teruggebracht. Ook Dolby is gebaseerd op deze methode.
Notchfilter - Een notchfilter stelt de gebruiker in staat bepaalde ongewenste frequenties in audio te elimineren met instandhouding van de frequentiegebieden die om deze ongewenst geachte frequenties heen liggen. Notchfilters worden veel gebruikt om rondzingen tegen te gaan, onder meer op versterkers voor elektro-akoestische gitaren. In dit geval worden vooral vaak de lage frequenties van het middengebied 'genotcht'.
Nut - Zie: topkam.
Nut slots - Engelse term om de uitsparingen voor snaargeleiding in de topkam te duiden.
NVPI - Afkorting van Nederlandse Vereniging van Producenten en Importeurs van beeld- en geluidsdragers. Het is de Nederlandse brancheorganisatie van de fonografische en aanverwante industrie.

O

Octaaf - Afgebakend frequentiegebied, gehanteerd in het westerse systeem van muzieknotatie. Een rij van twaalf witte en zwarte keys op een piano vormen bijvoorbeeld samen één octaaf, zoals dat in het algemeen ook het geval is met twaalf frets op een snaarinstrument.
Octaaffilter - Filter dat wordt gebruikt in de professionele audiowereld om bepaalde frequenties beter tot hun recht te laten komen of juist weg te filteren.
Octaafverdeler - Elektronisch hulpmiddel voor het naar verschillende octaven omzetten van een bepaald signaal. De octaafverdeler is in staat om zowel lagere als hogere octaven van een bepaald signaal te geven en wordt wel gebruikt door gitaristen en sommige blazers. De octaafverdeler wordt ook wel octaver genoemd.
Octaver - Zie octaafverdeler.
Ohm - Meeteenheid voor het weergeven van elektronische weerstand, vernoemd naar Georg Simon Ohm (1789-1854). Eén ohm is één volt/ampère en wordt uitgedrukt met het Griekse omega-teken.
Omni - Omni heeft verschillende betekenissen. Is er sprake van richtingskarakteristiek van microfoons, dan is omni een ander woord voor rondom-gevoeligheid (omnidirectional microphones). In midi betekent omni dat een apparaat op alle 16 midi-kanalen werkt.
Omwonden snaren - Zie: wound strings.
Open stemming - Wijze van (gitaar)stemmen die afwijkt van de standaard EADGBE-stemming. Bij een open stemming, stem je de gitaar in een bestaand akkoord, bijvoorbeeld de G. De open stemming kan dan in dit geval DGDGBD zijn. Een muziekgenre waarbij oorspronkelijk vrijwel enkel van open stemmingen gebruik werd gemaakt, is de Hawaïaanse slack key gitaarstroming. Ook wordt de open stemming (open tuning) veel gebruikt door slide spelers in de countrymuziek.
Operating system - Engels voor besturingssysteem (van een computer of andere gear).
Opmaat - Een stuk muziek of zang dat instart aan het begin van een muzikaal werkstuk nog voor het begin van een volledige maat, eigenlijk een soort opstapje naar de eerste volle maat toe. Strikt genomen heeft een opmaat ten opzichte van een gewone maat altijd één of twee tellen te weinig.
Opslag - De tweede of de laatste tel in een maat.
OS - Afkorting voor operating system ofwel besturingssysteem.
Oscillator - Een electronische toongenerator. De oscillator is meestal de basis van een klank, zeker bij analoge synthesizers. Bij nieuwere synthesizers is de basis van een klank vaak een sample. Een oscillator produceert door middel van tikken hoge tonen en het effect is vergelijkbaar met een pruttelende brommer die je meer gas kunt geven. Muzikaal werken oscillatoren vaak in samenspel met filters. Door er filters overheen te leggen, kun je in hoogte gaan variëren door middel van bijvoorbeeld pitching, hetgeen in de dance muziek veel gebeurt.
Ostinato - Een muzikaal patroon dat bij voortduring herhaald wordt en dient als een soort ondergrond voor de rest van de muzikale partijen of zangpartijen. Binnen de popmuziek bestaat een ostinato vaak uit een riff (bijvoorbeeld met gitaar).
Overdrive - Effectapparaat dat – net als een distortion - het geluid van een overstuurde versterker kan nabootsen, wordt veel gebruikt door met name bespelers van de elektrische gitaar.
Overdubben - Het toevoegen van nieuw geluid aan een eerder gemaakte opname door het op te nemen op een nog vrij spoor dat parallel loopt aan reeds opgenomen sporen. Het toevoegen van nieuwe lagen audio aan een reeds opgenomen basis.
Overheadmicrofoon - Microfoon die niet vlak voor een instrumentversterker staat opgesteld, maar er verder vandaan, en die dus het betreffende instrument indirecter versterkt en met meer omgevingsgeluid. Overheadmicrofoons worden vooral veel gebruikt om drumbekkens live te versterken en in de studio op te nemen. Ze worden echter ook toegepast bij bijvoorbeeld de opnames of weergave van koorzang.
Overspraak - Het hoorbaar worden van een instrument via de microfoon van een ander instrument of de zangmicrofoon.
Oversturing - Zie overdrive.

P

P-90 - Populair gitaarelement van de Gibson company. Het gaat om enkelspoels elementen die Gibson in het begin voor zijn elektrische gitaren gebruikte. Ze werden later in de twintigste eeuw opnieuw populair onder gitaristen die de typerende oude sound van Gibson wilden voortbrengen. Bijnaam: Soapbar ofwel Zeepbakje
PA - Afkorting van Public Adress. De PA installatie is het geheel van speakers, kabels en aanverwante apparatuur (zoals de mengtafel) waarmee een podiumact zijn geluid in de zaal versterkt. Om het eigen geluid op het podium te horen, heeft de act de beschikking over monitoren (monitor boxen).
PAF - Afkorting van Patent Applied For ofwel Patent Voor Aangevraagd. Een sticker met deze afkorting zat op de eerste series humbucker elementen van Gibsons elektrische gitaren, in 1955 ontwikkeld door Seth Lover. Pas in 1959 werd het patent daadwerkelijk verleend. De PAF afkorting ging een eigen leven leiden en werd een begrip in de gitaarwereld.
Pad - Pad kan drie betekenissen hebben; op mengtafels en voorversterkers is een pad een schakeling die een signaal verzwakt. Een andere betekenis van het woord pad kom je op sample-cd's tegen; een pad is een warm akkoord aan sounds, bijvoorbeeld strings of een sample van een Fender Rhodes. Tenslotte wordt pad ook wel gebruikt als een touchpad wordt bedoeld, zie daar.
Panning - Het proces waarmee de audio engineer of technicus in de (mastering)studio bepaalt op welke plek in het totale geluidsbeeld een bepaald geluidssignaal komt.
Panorama - De plek van een bepaald instrument in het totale geluidsbeeld van een opname of een live-situatie.
Paralelle loop - Effectloop waarbij het signaal wordt gesplitst voordat het naar het effect gaat, waardoor je naast het effectsignaal ook het directe signaal kunt horen. Dit wordt gedaan om een beter direct geluid te houden.
Parameter - Vroeger zaten er knoppen op de synthesizer. Toen beschreef je de stand van een knop om een sound precies te omschrijven. Bij veel synthesizers heb je echter een schermpje, waarop je met toetsen of een draaiwiel verschillende functies kunt oproepen, waarvoor vroeger een knop op het frontpaneel zat. Die functies heten parameters, als het ware dus de standen van de verschillende knopsoorten van een apparaat.
Parallelle poort - Aansluiting op computers waaraan externe apparatuur kan worden aangesloten. Vaak worden er externe modems op aangesloten, en er zijn ook midi interfaces voor de parallelle poort.
Parametrische EQ - Een parametrische equalizer heeft per frequentieband drie functies: frequentie, cut/boost en Q. Met frequentie wordt de centrumfrequentie ingesteld waar omheen de equalizer werkt. Met cut/boost wordt bepaald hoeveel van de frequentie wordt versterkt of verzwakt. Met Q wordt de breedte van de band ingesteld; je kunt een parametrische eq op een heel klein gebied laten werken om een problematische frequentie weg te halen bijvoorbeeld, of hem heel breed te zetten om het hele gebied van lage tonen mid te boosten.
Patchbay - Letterlijk betekent patchbay of patchboard: prikbord of schakelbord. Binnen de audiowereld is de patchbay een schakelbord waar de kabelverbindingen van verschillende apparatuur samenkomen, zodat ze met elkaar kunnen communiceren en samenwerken. Afgezien van fysieke patchbays, wordt de benaming ook gehanteerd voor digitale versies van dergelijke schakelborden.
P-Bass - Zie Precision.
PCM - PCM is de afkorting van Pulse Code Modulation. Het is een sampling techniek, waarbij data (zoals audio) via kleine elektronische pulzen (als het ware supersnel genomen fotootjes) wordt vastgelegd en de data vervolgens weer kan worden weergegeven als audio.
PCM CIA - Een aansluitingsstandaard die je voornamelijk vindt op laptops, maar soms ook op synthesizers.
Peaking EQ - Equalizer die werkt op een specifiek frequentiegebied.
Peghead - Zie: headstock.
Pentatonische toonladder - Vijftonige toonladder, corresponderend met de vijf opeenvolgende zwarte toetsen op de piano. De pentatonische toonladder wordt gebruikt in veel poprock muziek.
Phantoomvoeding - Sommige microfoons, zoals condensator microfoons, hebben stroom nodig. Die stroom krijgen ze doordat er stroom wordt gezet op een van de drie pinnen van de microfoon kabel. Standaard staat daar 48 volt op. Het is dus niet handig om met de phantoom voeding aan kabels in- en uit te pluggen, want op het audiogedeelte van de kabel lopen slechts enkele honderden milli-volts. Zet daar 48 volt op en je kunt redelijk zeker zijn van schade aan je apparatuur. Phantoomvoeding wordt ook wel zwevende voeding genoemd.
Phaser - Populair geluidseffect onder vooral gitaristen en toetsenisten. Het wordt teweeg gebracht door zogenaamde faseverschillen in het elektronische circuit. Het effect dat teweeg wordt gebracht is een lichte verschuiving in de voortbrengsnelheid van het geluid.
Physical modelling - Zie: modelling.
Piano - Ofwel: Piano Forte. Hoewel de piano voorlopers kent, werd de eerste echte piano in 1709 gebouwd door Bartolomeo Christofori (1655-1731)ij i de Italiaanse stad Padua. Hte pntroduceerde als eerste een techniek waarbij hamertjes de snaren aansloegen bij het bespelen, zodat er dynamiek in het spel kon worden gelegd. De oorspronkelijke naam piano forte betekent dan ook 'zacht luid'. Een akoestische piano heeft doorgaans 85 tot 88 toetsen, een digitale piano meestal 76 of 88.
Piezo element - Het piezo (soms piëzo) element wordt veel gebruikt voor de versterking van hollowbody jazz gitaren en elektro-akoestische gitaren. Het is een plat staafelement dat zowel gebruikt wordt bij steelstrings als bij gitaren met nylon snaren.
Pickguard - Zie: slagplaat.
Pickup - Engelse aanduiding voor een element, bijvoorbeeld van een elektrische gitaar of basgitaar.
Piezo element - (Gitaar)element met kleine kristallen die elektrische stroompjes teweeg brengen bij beweging (van bijvoorbeeld de snaren, maar ook de klankkast).
Pitchbend - Of: pitchbender. Een schakeling, vaak door middel van een knop, een hendel of een draaiwiel, die de gebruiker in staat stelt de frequentie van een toon te verbuigen, volgens een glijdende schaal en dus niet trapsgewijs. Pitchbends zijn een vast onderdeel op vrijwel alle synthesizers. Een goed Nederlands woord voor pitchbends zou zijn: toonhoogteverbuiger. Pitchbenders zitten van oudsher ook op draaitafels voor het afspelen van grammofoonplaten van vinyl. De draaisnelheid kan er doorgaans 5 tot 10 procent mee veranderd worden. Deejays en turntablers maken volop gebruik van deze mogelijkheid op draaitafels.
Pizzicato - Getokkeld, in het algemeen van toepassing bij snaarinstrumenten als met de vingers getokkeld of geplukt wordt. De Italiaanse violist Biagio Marini (1597-1655) was de eerste die pizzicato op de viool speelde ofwel aan de snaren plukte. Maar er zijn ook andere voorbeelden: bij pizzicato tokkelen de strijkers in plaats van dat ze strijken. Term tref je ook aan als preset bij veel synthesizers.
Plain strings - Snaren (van de gitaar) die niet zijn omwonden ofwel de drie kale, hoogtonige snaren op de gitaar.
Plantilla - Term uit de klassieke gitaarbouw, waarmee de contour van een klankkast wordt bedoeld.
Plopfilter - Een plopfilter is een (meestal van zachte kunststof gemaakt) kapje dat over het kapsel van een microfoon wordt geschoven als de microfoon bepaalde klanken (met name P's en B's) te hard, en met een lichte 'plopknal', doorgeeft naar de versterker.
Plug & play - Het idee achter plug& play is dat je nieuwe onderdelen van een PC zonder ingewikkeld voorwerk kunt aansluiten. Ook bij andere apparatuur kom je deze kwalificatie tegen, die letterlijk betekent dat je de stekker of verbinding maakt en het betreffende apparaat klaar is voor gebruik.
Plug-in - Plug-ins zijn software programma's die naadloos kunnen integreren met primaire programmatuur of hardware. Het kan bijvoorbeeld gaan om virtuele geluidseffecten of virtuele instrumenten die direct gehangen kunnen worden (ingeplugd) aan een basisprogramma voor audiobewerking.
Polyfoon - Meerstemmigheid. Het wil feitelijk zeggen dat verschillende instrumenten (of zangstemmen) onafhankelijk van elkaar eigen partijen voortbrengen, maar dat dit toch resulteert in een harmonieus geheel (zoals vrijwel alle popsongs dus). Toen de elektronische muziekinstrumenten hun intrede deden, kon een instrument ook polyfoon zijn. Tot 1978 waren bijvoorbeeld alle elektronische synths nog monofoon, hetgeen wil zeggen dat maar één noot tegelijk kon worden gespeeld en de andere toetsen dus geen sjoege gaven op het moment van het spelen van die ene toon. Met de komst van Prophet-5 synth van Sequential Circuits in 1978 deden de polyfone synths op grotere schaal hun intrede, synths die meerstemmig waren en waarop je dus meer noten/toonhoogten tegelijk kon spelen. Enkele simpeler meerstemmige synths van Oberheim, Moog en ARP gingen vooraf aan de Prophet-5.
Polyritmiek - Het tegelijkertijd door elkaar heen spelen van ritmes.
Polytonaal - Het op hetzelfde moment samengaan van twee verschillende toonsoorten.
Portamento - Een functie die ervoor zorgt dat als je van de ene noot naar de andere noot gaat, de toonhoogte niet in één keer naar de volgende noot gaat, maar er als het ware naartoe glijdt. Zie ook glissando.
Positiemarkering - Het in het algemeen (soms dubbele) ronde markeringsteken op de hals van een (bas)gitaar, waardoor de bespeler snel kan herkennen welke positie op de hals hij bespeelt. Gebruikelijk is dat op de hals van een gitaar er sprake is van positiemarkeringen bij de derde, vijfde, zevende, negende en twaalfde fret. Positiemarkeringen worden soms ook gebruikt om de gitaren te verfraaien. In het Engels: fretmarker.
Power compression - Power compression is het proces van (over)verhitting van de spreekspoel in de speakers tijdens het gebruik. Power compression heeft een verminderde werking tot gevolg en kan in het uiterste geval leiden tot onherstelbare schade.
PPD - Afkorting van Published Price to Dealer. Het is de inkoopprijs van een product dat door een detailhandelaar bij de groothandel wordt ingekocht. Deze PPD is de prijs waarop veel platenmaatschappijen hun berekeningsgrondslagen met artiesten en muziekuitgeverijen baseren.
PPQ - Engelse afkorting voor 'pulse per quarter note' ofwel het aantal pulzen per kwart noot. Het zegt iets over de resolutie waarmee audiosignalen als data worden vastgelegd.
Preamp - Zie: voorversterker.
Pre-CBS - Term die wordt gebruikt door verzamelaars van elektrische gitaren. Hiermee worden de Fender gitaren bedoeld die gebouwd zijn voordat Leo Fender zijn bedrijf in 1965 verkocht aan het muziekconcern CBS. Veel deskundigen beweren dat de Fender-gitaren van na 1965 van een mindere kwaliteit waren.
Precision - Massieve basgitaar waarmee Leo Fender in 1952 het gezicht van de popmuziek voorgoed veranderde. Na de Precision gingen ook andere bouwers massieve elektrische basgitaren maken en ze zouden het beeld en het geluid van de popband mede gaan bepalen. In veel groepen nam de basgitaar de functie over van de contrabas. De Precision en klonen van deze bas worden ook wel de P-Bass modellen genoemd. Zie ook: J-Bass.
Prefader/postfader - Als je een effectsend prefader zet, betekent dit dat het signaal van het betreffende kanaal wordt afgetakt, onafhankelijk van de faderstand. Het gevolg is dat als je de fader dichtzet, je nog wel effect hoort. Als je de effect postfader zet, wordt de effectsend beïnvloed door de faderstand. Als je een kanaal zachter zet, zal in dit geval ook de hoeveelheid effect verminderen; de mate van effect is dus in zo'n geval gekoppeld aan het volume.
Preset - Presets zijn geheugenplaatsen in met name keyboards, synthesizers en effectmodules (pedalen, rackmodules en andere) waarbij in de meeste gevallen sprake is van zogenaamde factory-presets, geheugenplaatsen die in de fabriek zijn ingevuld met geluiden (van bepaalde instrumentsamples) of geluidseffecten. Vaak is daarnaast sprake van user-presets, geheugenplaatsen die door de gebruiker zelf zijn in te vullen. Preset (letterlijk: pré zet) betekent vertaald: van tevoren ingesteld.
Processor - Het hart van de computer. De processorchip berekent alle gegevens.
Producer - Binnen de muziekindustrie hebben producers de productionele leiding over een opnameproject (dat vaak resulteert in het releasen van een geluidsdrager). Vaak komen producers voort uit de studiowereld (en waren ze eerst engineer). Producers drukken vaak een groot stempel op het uiteindelijke klankbeeld van een opname, maar houden zich ook niet zelden bezig met het scheppen van randvoorwaarden om de muzikanten in staat te stellen een goede prestatie te leveren (hotelboekingen, het regelen van reis en verblijf). Producers delen vaak mee in de royalties. Er zijn ook producers die zelf complete producties afleveren - dus inclusief de compositie - en vooral in de dancewereld (dj/producer) komt dit veel voor.
P-style - P-style is een term uit de wereld der basgitaren. Het kan zowel slaan op de gebruikte elementen als op de vorm van de body en de hals van een basgitaar. P-style wil eigenlijk zeggen: naar voorbeeld van de Precision Bass van Leo Fender. Zie ook: J-style.
Pull-off - Aanduiding van een bepaalde speltechniek voor met name gitaristen, die feitelijk min of meer tegengesteld is aan de hammer-on techniek (zie ook bij: hammer-on). Je kiest voor een bepaalde vingerzetting op de snaren en slaat vervolgens de snaren aan, waarna je de hoogst op het fretboard gepositioneerde vinger weghaalt, zodat de bewuste toon overvloeit een andere toon. Het is mogelijk meervoudige pull-offs te spelen.

Q

Q-factor - Q-factor of Q is een parameter die je op elke parametrische eq tegenkomt en waarmee je instelt hoe breed de frequentieband moet zijn waarbinnen de equalizer werkt.
Quadrupla - Muziek die gecomponeerd is voor vier zangstemmen. De theorie die aan de basis ligt van de quadrupla stamt uit het begin van de dertiende eeuw.
Quilted - Quilted is een term die vaak gebruikt wordt in combinatie met een toonhout soort. Zo tref je vaak het begrip quilted maple aan. Quilted betekent letterlijk vertaald 'gewatteerd'. Het wil zeggen dat de finishlaag van een instrument niet egaal gekleurd is, maar een beetje 'wolkerig'.

R

Rack - Letterlijk vertaald is een rack natuurlijk gewoon een rek. Maar binnen de werelden van de live-audio en de opnametechniek, wordt één rack (rek) in het bijzonder bedoeld. Het gaat namelijk om zogenaamde racks van de standaardbreedte 19-inch, een maatvoering waarop vrijwel alle effect- en geluidsprocessors (maar ook rackversies van synthesizers en mixers) worden afgestemd, zodat ze samen gezellig in de racks kunnen worden gemonteerd.
RAM - Afkorting van Random Access Memory. Het is het geheugen dat door de computer wordt gebruikt om tijdelijke informatie op te slaan. De computer slaat er programma's in op die op dat moment worden gebruikt evenals de 'openstaande' bestanden. RAM wordt ook wel intern geheugen genoemd. De standaard is EDO (Extended Data Out) RAM, een sneller soort geheugen dan gewoon RAM. De RAM met de grootste capaciteit is SDRAM. Dit soort heeft als het ware korter nodig om 'na te denken' waardoor de gehele computer sneller (en duurder) wordt.
Rap - Het woord 'rap' kende in de loop der jaren verschillende betekenissen. Letterlijk betekent 'to rap' slaan en kloppen. In de jaren 1910 was een rapper in de USA een informant van de politie. Vanaf de 1950’s maakt de term opgang als synoniem van 'ritmisch spreken' ofwel reclameren zoals zwarte dominees, politici en sommige deejays op de radio deden. In de tweede helft van de 1980’s raakten de begrippen 'rap' en 'rapper' helemaal ingeburgerd in hun muzikale betekenis en werd 'rappen' synoniem met het ritmisch declameren van rijmende teksten, waarbij het metrum lang niet altijd klopt. Aartsvaders van de muzikale rap waren onder anderen George Clinton, de Fatback Band en de Sugarhill Gang medio 1970's. 'Rapper's Delight' van de Sugarhill Gang was de eerste internationale raphit in 1979. Begin 1980's gingen ook de eerste blanke popmuzikanten (Blondie, The Clash) rap gebruiken op hun platen.
Red Special - Bijnaam van de gitaar die het geluid van de symfonische rockband Queen in hoge mate bepaalde (onder meer prominent te horen op hun evergreen 'Bohemian Rhapsody'). De Red Special is een geheel eigen ontwerp en eigen bouwsel uit de 1960's van Queen-gitarist Brian May en zijn vader. Onder meer Guild en Burns bouwden de Red Special in serie, terwijl de gitaar een prominente rol speelde in de Queen-musical 'We Will Rock You'.
Release - In de platenindustrie: het verschijnen van een album, single of andere geluids- of beeldrager. In de audiowereld: met de zogenaamde release-knop kun je instellen hoe lang een bepaalde functie (bijvoorbeeld compressie van geluid) van kracht moet blijven bij een signaal waarop het van toepassing is gebracht.
Release Velocity - Functie op meer uitgebreide keyboards. Het is een functie waarmee je een geluid langzaam kunt laten uitsterven door een toets langzaam omhoog te laten komen. Of snel te laten uitsterven door de toets snel omhoog te laten komen dus.
Repartitie - Officiële term die met name in de auteursrechterlijke wereld door organisaties als Buma-Stemra en Sena wordt gebruikt. Repartitie duidt op de uitbetaling aan rechthebbenden van door dit soort organisaties geïnde gelden.
Residential deejay - In het Nederlands ook wel huisdeejay genoemd. Het wil zeggen dat een deejay op een min of meer vaste basis verbonden aan is en draait in een bepaalde club of discotheek. Het sluit overigens niet uit dat er ook andere deejays draaien en dat de betreffende deejay zelf ook elders draait.
Residential studio - Een residential studio ofwel verblijfsstudio is een opname-voorziening waaraan verblijfsruimten gekoppeld zijn en waar de artiesten die komen opnemen tevens kunnen overnachten.
Resolutie - De precisie van een signaal. Bij video wordt met resolutie het aantal pixels per inch op een beeldscherm bedoeld, bij audio gaat het om de sampling frequentie en bitrate. Hoe hoger de resolutie, hoe beter de kwaliteit van reporductie en weergave.
Resonansvel - Het vel waarmee de onderzijde van drumketels is bespannen. Het vel aan de onder of achterkant van trommels wordt in het Nederlands ook wel gewoon ondervel genoemd.
Reverb - Geluidseffect dat aanvankelijk vooral populair was onder gitaristen, maar later ook onder andere instrumentalisten, zoals toetsenisten. Reverb is een vorm van (na)galm die oorspronkelijk met een springveer (spring reverb) tot stand werd gebracht (maar later digitaal werd nagebootst). Feitelijk wordt de natuurlijke galm van een grote ruimte (hal, kerk) nagebootst. Beroemd zijn de met reverb uitgeruste versterkers die Leo Fender in de 1950's als eerste op de markt bracht.
Rhodes - De Rhodes piano geldt als één van de beroemdste elektrische stagepiano's die ooit is gemaakt. Hij wordt vaak in één adem genoeg met zijn vergelijkbare maatje Wurlitzer 200A. Beide beschikten een hamermechanisme waardoor dynamiek in het spel kon worden gelegd, iets dat voor veel elektrische piano's in de 1960's en 1970's niet gold.
Richtingskarakteristiek - Er zijn microfoons waarbij je de richtingskarakteristiek kunt veranderen. In zo'n geval is het mogelijk er bijvoorbeeld voor te kiezen of de microfoonkop rondomgevoelig is, dan wel gevoelig in een bepaalde richting.
Ride - Bepaald type (drum)bekken. Dit bekken (in het Engels ride cymbal) heeft een heldere, lang aanhoudende klank. De ride is wat dikker dan de meeste bekkens van het drumstel. Gemiddeld heeft de ride een diameter van 20 inch of zelfs enkele inches meer. Het was met name Avedis Zildjian, gevestigd nabij Boston USA, die in de 1930's op verzoek van jazzdrummers dit bekken volop ging produceren.
Rietinstrument - Blaasinstrumenten waarbij de klanken (luchttrillingen) worden voortgebracht via riet. Te denken valt aan onder meer de klarinet, de mondharmonica, de saxofoon en het harmonium. Er zijn ook zogenaamde dubbelriet instrumenten.
Riff - Een korte melodie die steeeds herhaald wordt. Riff wordt vaak gebruikt om een zich steeds herhalend en herkenbaar gitaarloopje aan te duiden (gitaarriff). De Brit Rooky Ricksby schreef in 2002 een boek over gitaarriffs. Hij kwam na onderzoek tot de conclusie dat gitaarriffs zijn in te delen in dertig verschillende soorten, onder te brengen in drie hoofdgroepen.
RIMS - Afkorting van Resonance Isolation Mounting System. RIMS in een vinding uit 1979 van de Amerikaanse firma GPI. RIMS is een ring die ontwikkeld is met de bedoeling de resonantie en andere ongewilde bijgeluiden van drumtrommels terug te dringen.
Rimshot - Term uit de drumwereld. Manier van aanslaan met de drumstok waarbij de zijkant van de stok de rand van de snaredrum raakt, terwijl de top van de stok het snaredrumvel toucheert.
Ritmegitaar - Een muzikant die rimtegitaar speelt (binnen een groep) is verantwoordelijk voor het begeleidende en ritmische akkoordenspel.
Ritmetandem - Term die wel wordt gehanteerd voor de ritmesectie van een standaard-popband, gevormd door de drummer en de bassist.
RMS - Term uit de audiowereld die staat voor Root Mean Square.
Roadie - Naam die is ontleend aan het Engelse woord 'road' ofwel weg. De roadie toert als sjouwer en manusje-van-alles met rockbands en popacts, het zijn de werkers achter de schermen van de popmuziek. De term kwam op in de jaren 1960. De roadie is veel bezongen in popsongs, onder meer in 1977 in de song The Load Out/Stay maar ook in andere songs op Jackson Browne's album 'Running On Empty'.
Rock & roll - Ook wel: rock'n'roll. Term voor populaire muziek, overwegend een blanke variant op door overwegend zwarte muzikanten gemaakte rhythm & blues. De termen rock en roll werden in 1922 voor het eerst samen in een songtitel gebruikt: 'My baby rocks me (with one steady roll)' van blueszangeres Trixie Smith. Vooral vanaf het midden van de 1940's werd de term rocking veel in R&B songs gebruikt. Rond 1953 komt de aanduiding in gebruik voor de stroming waarvan Elvis Presley de belangrijkste vertolker werd. De blanke deejay Alan Freed had een belangrijk aandeel in het in zwang brengen van het begrip rock & roll, dat naast R&B ook invloeden uit de countrymuziek en de gospelmuziek onderging.
Rosette - Rosette is de benaming van de decoratieve afwerking van de bovenbladrand rond het klankgat van (meestal) klassieke gitaren. In veel gevallen is er sprake van een afwerking in mozaiekvorm, soms met inleg van abalone of ander materiaal.
Rosewood - Letterlijk: rozenhout. In de gitaarbouw gebruikt om palissanderhout aan te duiden, een hardhoutsoort die veel wordt gebruikt voor met name de hals en de toets van gitaren, maar ook voor het achterblad en de zijbladen van de klankkast. Met name vanaf de 1920's werden heel veel akoestische gitaren gemaakt van Brazilian Rosewood. Omdat dit hout schaarser werd, werd het gebruik aan het einde van de twintigste eeuw steeds beperkter of was het steeds vaker afkomstig uit onder meer Indische wouden.
Roundwound - Met roundwound wordt een bepaald soort snaren voor elektrische gitaren bedoeld. Het gaat om snaren van rond (metaal)draad. In het algemeen geven deze roundwound snaren een meer heldere klank dan platte metaaldraden (flatwound).
RPM - Afkorting van Rotations Per Minute, het aantal rotaties per minuut dus. Afkorting die wel wordt gebruikt bij de aanduiding van bepaalde typen draaitafels voor grammofoonplaten van vinyl. De bekendste RPM's zijn 33 1/3 (meestal voor langspeelplaten) en 45 RPM (singles en maxi-singles).
Rubber Lips - Bijnaam van Mick Jagger, zanger van de Britse band Rolling Stones, een bijnaam die hij dankt aan zijn brede lippen, die met een uitgestoken tong het handelsmerk werden van de rockband.

S

SACD - Afkorting van Super Audio CD, een cd-format met een beduidend hogere audioresolutie dan de gangbare cd's. SACD is een ontwikkeling van Sony.
Saddle - Zie: zadel.
Saltato - Term uit de wereld van de strijkinstrumenten. Saltato wil zeggen dat de bespeler van een strijkinstrument zijn strijkstok over de snaren laat springen.
Sample - Letterlijk: voorbeeldmonster. In de muziektechniek zijn samples stukje audio die op chips (superkleine transistoren) zijn vastgelegd als data. De samples worden door specialistische apparatuur (samplers) of muziekinstrumenten waarin samplers zijn verwerkt weer vertaald naar audio en kunnen (bijvoorbeeld via toetsen of touchpads) als harmonische tonen uitgestuurd worden.
Sampler - Algemene aanduiding voor apparatuur waarmee audiosamples kunnen worden vastgelegd en gereproduceerd.
Sampling - Het systeem waarbij digitaal geluids- of muziekfragmenten worden vastgelegd om ze vervolgens te hergebruiken voor nieuw werk.
Saxofoon - Ook wel afgekort tot sax. Het blaasinstrument is vernoemd naar de naamgever Adolphe Sax, de Belg die het in 1839 ontwikkelde. De meest voorkomende typen zijn de altsax en de tenorsax (lagere tonen). Voorts zijn er nog: de baritonsax en de bassax (beide laag) en de sopraansax en de sopraninosax (hoge tonen). De belangrijkste elementen waaruit een saxofoon is opgebouwd zijn: een mondstuk met riet, kleppen en een gebogen body van metaal (vaak messing, een legering van zink en koper) die uitloopt in een soort kelkbeker. De sax is een belangrijk solo-instrument in de jazz en de pop. Vanaf de 1930's deed hij zijn intrede in de jazzmuziek in Amerika. Vanwege zijn klankkleur wordt de sax geschaard onder de houtblazers.
Scale length - De scale length van gitaren en basgitaren wordt meestal uitgedrukt in inches. Het betreft de afstand tussen het brugzadel en de topkam ofwel de totale lengte waarover de snaren vrij kunnen vibreren, in het Nederlands de mensuur genoemd (zie ook bij mensuur). De scale length van steelstring gitaren ligt doorgaans tussen de 24 en 26 inches.
Scatt - Manier van zingen binnen de jazz, waarbij met de stem als het ware het ritme, de melodie en de dynamiek van een (blaas)instrument worden nagebootst. De scatt ontstond nadat Louis Armstrong in 1926 zijn song 'Heebie Jeebies' opgenomen had. Een belangrijke vertolkster van de scatt was zangeres Ella Fitzgerald.
Scratching - Techniek waarvan deejays en turntablers binnen de rap en hiphop zich bedienen. Met de vingers worden grammofoonplaten van vinyl ritmisch heen en weer bewogen op de draaitafel zodat een krassend geluid ontstaat van de pickup naald in de groeven. Eind 1970's werd deze techniek in New York voor het eerst op wat grotere schaal toegepast. Grandmaster Flash geldt als één van de voorlopers op dit gebied. Tegenwoordig kan scratchen ook via digitale apparatuur tot stand worden gebracht, dus zonder platen van vinyl, pickupnaald en draaitafel.
Scratchplate - In Engeland gebruikte term voor de pickguard ofwel slagplaat van een gitaar.
SCSI - Afkorting van Small Computer Systems Interface. Een (destijds) snel overdrachtsysteem voor digitale geluidsdata.
SDMI - Een door enkele platenmaatschappijen gelanceerde standaard voor digitale muziekcompressie. SDMI-files zijn niet probleemloos te kopiëren of via email te verzenden.
Selector switch - Letterlijk: selecteer knop. Vaak gebruikt in combinatie met de elementkeuzeschakelaar op een elektrische gitaar ofwel pickup selector switch.
Semi-acoustic - Zie: semi-akoestische gitaar.
Semi-akoestische gitaar - Mengvorm tussen een solidbody elektrische gitaar en een hollowbody. Bij een semi-akoestische gitaar is er sprake van een massief middenblok in de klankkast die verder hol is. Het bovendien om gitaren met een ondiepe klankkast (thinline).
Semi-hollowbody - Elektrische gitaarmodellen die een soort synthese zijn tussen solidbody's en archtops. Het gaat om gitaren met een deels holle klankkast (vaak wel voorzien van een massieve blok hout in de body), f-gaten als klankgaten en een minder diepe klankkast (ze worden dan ook wel thinlines genoemd). Gibson introduceerde de eerste semi-hollowbody's in 1958, vier jaar na zijn eerste Les Paul solidbody's. Het model is afgeleid van Gibsons ES-archtops. Het was een soort opstapje naar elektrische solidbody's voor oudere gitaristen die waren opgegroeid met de ES-series van elektrische hollowbody's.
Sequencer - Een sequencer doet denken aan een recorder. Op de sequencer kunnen tonen, impulsen en geluiden worden vastgelegd, die zich vervolgens bijvoorbeeld via een keyboard-synthesizer in de gekozen toonhoogten laten bespelen. Voorheen waren er analoge sequencers, tegenwoordig zijn ze bijna alle digitaal.
Serenade - Muzikale hulde, gebracht in de avond. Talloos zijn de afbeeldingen en voorstellingen van meest mannelijke muzikanten die onder een geopend raam een serenade aan een aanbeden vrouw brengen.
Serieele loop - Effectloop waarbij het hele signaal door het effect loopt, dus het droge signaal én het effect signaal. Het voordeel is dat de keuze kan worden gemaakt voor 100 procents effecten, nadelig is verlies van het direct-signaal.
Set-neck - Hals van een gitaar of basgitaar die gelijmd bevestigd is aan de body van het instrument. Zie ook: bolt-neck.
Sextool - Ritmische maatvoering, waarbij een noot in zes gelijke partjes is verdeeld.
Sheet music - Engels voor bladmuziek.
Shelving EQ - Het proces waarbij alle frequenties boven of onder een bepaalde frequentie worden versterkt of verzwakt. Voorbeelden van shelving eq’s zijn lowpass filters en hipass filters.
Shout-out - Term uit de hiphop- en rapwereld. Shout-outs zijn een soort begroeting van rappers aan hun publiek.
Showcase - Showcases zijn optredens waarmee nieuwe acts en bands zich in de kijker proberen te spelen bij vertegenwoordigers uit de muziekindustrie (zoals boekers, managers, producers en A&R managers). Vaak moeten de bands en acts gratis spelen en soms zelfs hun eigen onkosten betalen. Veel showcases zijn onderdeel van seminars voor popprofessionals. Nationaal is binnen de popmuziek Noorderslag/Eurosonic (Groningen) het bekendste showcase festival, internationaal zijn vooral de Popkomm (Keulen, Duitsland), SXSW (Austin, USA) en de Midem (Cannes, Frankrijk) van groot belang. Hoewel er meestal wel plek is voor acts zonder platencontract, hebben bij veel showcase festivals platenmaatschappijen een vinger in de pap van de programmering.
Side stick - Term uit de drumwereld. Met de zijkant van de drumstok alleen de rand van een drumketel aanslaan (vaak de snaredrum).
Single - Ronde geluidsdrager (7 inch ofwel 17 centimeter) van vinyl voor één popsong per zijde. De eerste singles verschenen in 1948. Mede door de single ontstond de jukebox-cultuur, maar steeg ook de hitcultuur tot grotere hoogten. De single bleef volop in gebruik tot de intrede van de cd aan het einde van de 1980's.
Singlecoil - Elementen, bijvoorbeeld voor de elektrische gitaar, met één spoel. Ook wel enkelspoelselement genoemd op z'n Nederlands. In het algemeen geeft een singlecoil een geluid af dat helderder is dan dubbelspoelselementen zoals humbuckers.
Sitka spruce - Zie: Spruce.
Skiffle - Britse muziekstroming die gedurende de periode tussen de rock & roll en de opkomst van de beatmuziek populair was. De hoogtijdagen van de skiffle was de periode 1956-1959. Een bekende vertolker van Lonnie Donegan, deels werden zelf gemaakte instrumente gebruikt, maar ook speelgoedfluitjes en dergelijke.
Slagplaat - De slagplaat is een bescherming voor de laklaag van de klankkast van de (bas)gitaar of de finish van de massieve body van een elektrische (bas)gitaar. De slagplaat is doorgaans van kunststof en soms metaal en zit rechtsonder op de body, meestal (deels) doorlopend onder de snaren. Soms zijn slagplaten licht verhoogd boven de body aangebracht door middel van schroeven (raised pickguard, op z'n Engels). In Engeland wordt de slagplaat meestal scratchplate genoemd, in Amerika is de aanduiding pickguard in gebruik.
Slack key guitar - De typisch Hawaïaanse manier van gitaar spelen, een combinatie van fingerpicking en slide, vaak gespeeld op een schootgitaar (lapsteel). Deze manier van spelen zou teruggaan tot de 1830's, toen de Spanjaarden de gitaar op Hawaï introduceerden. Op Hawaï wordt deze muziek ki ho'alu genoemd.
Slide - Een voorwerp - meestal cylinder vormig - dat de bespeler over de snaren van een gewone gitaar of een horizontale gitaar laat glijden, zodat zangerig-jankerige tonen ontstaan. Slides zijn er in vele materialen, maten en soorten, maar het meest komt de metalen bottlenecks voor, een vingerpijpje van glad zilverkleurig metaal. Slide is niet alleen het voorwerp waarmee slide-gitaar wordt gespeeld, maar ook de techniek zelf wordt wel slide genoemd. Overigens kan deze techniek ook gewoon worden gehanteerd door met een vinger over hals te glijden (doe je dit langzaam en hoor je duidelijk de tussentonen, dan is er sprake van glissando). Niet alleen gitaristen maken gebruik van de slidetechniek, ook andere bespelers van sommige snaarinstrumenten doen het.
Slotted headstock - Gitaarkop waarin twee langwerpige uitsparingen zitten voor de snaargeleiding naar de stemmechanieken. Hoewel dit soort headstocks ook wel voorkomt bij steelstrings, is hij in het algemeen voorbehouden aan klassieke cq Spaanse gitaren met nylon snaren.
SMPTE - Synchronisatie standaard die veel wordt toegepast bij film en bij bandrecorders. SMPTE is een signaal (tijdcode) dat 25 of 30 keer, afhankelijk van de instellingen, per seconde een pulsje geeft, waardoor bijvoorbeeld een videorecorder aan een bandrecorder synchroon kan lopen. De onderverdeling geschiedt in uren, minuten, secondes en frames, waarbij één frame de duur heeft van één beeld in film, video en tv. De afkorting SMPTE staat voor: Society of Motion Pictures and Television Engineers, een overkoepelende beroepsorganisatie voor deze disciplines.
Soapbar - Betaald type gitaarelement dat een beetje doet denken aan de vorm van een zeepbakje. Algemene bijnaam voor het enkelspoels P90 element van Gibson
Solidbody - Letterlijk: massief lichaam. Een gitaar met een massieve 'klankkast', zoals de meeste elektrische gitaren. De eerste solidbody's werden aan het einde van de 1940's gemaakt (1947-1949) door de Amerikaanse bouwers Leo Fender en Paul Bigsby.
Solo - Passage in een muziekstuk die door één muzikant of zanger wordt vertolkt, dan wel ten opzichte van de overige bezetting prominent naar voren wordt gebracht.
Sonate - Muziekstuk waarin niet gezongen wordt. Sonate is afgeleid van het woord 'sonata' ofwel 'klinken'.
Sopraansax - Zie: saxofoon.
Soundbank - Groep van geluiden die bij elkaar zijn ingedeeld op bijvoorbeeld een keyboard of synthesizer.
Soundboard - Engelse term waarmee het bovenblad ofwel de top van een akoestische gitaar wordt bedoeld.
Soundcheck - De afstellingen van het geluid en de geluidsmix voorafgaand aan een optreden. Het is in feite een geluidsproef, waarbij de lijnen worden getest en de geluidsbalans voor zowel de zaal als het podium worden ingesteld. Ook het werkwoord soundchecken wordt wel gebruikt.
Spatula - Ook wel spatula key genoemd. Spatula keys zijn de min of meer bollende toetsen op een saxofoon.
Soapbar - Zie: P-90.
Solfège - Onderricht in toonvastheid. De basis van deze manier van opleiden werd al in de elfde eeuw gelegd door een Toscaanse monnik.
Soundhole pickup - Zie klankkast element.
S/P-DIF - Afkorting van Sony/Philips Digital Interface Format. Een standaard voor kabelaansluitingen op audio en video apparatuur, zoals DAT-recorders en cd-spelers.
Speaker simulatie - Onderdeel van effectapparaten, al dan niet ingebouwd bij versterkers of zelfs gitaren (zoals de Variax Series van Line 6). Hiermee kan het geluid van verschillende typen speakers nagebootst worden die door een microfoon zijn opgenomen.
SPL - Afkorting van Sound Pressure Level. SPL's geven de efficiency en maximale geluidsbelasting van onder meer PA-systemen aan, maar zeggen an sich feitelijk te weinig om een volledig oordeel op te baseren.
Splash - Splashes zijn kleine en vaak flinterdunne bekkens, die door drummers overwegend worden gebruikt om korte accenten te geven.
Split Pickup - Humbucker element voor elektrische gitaar dat zodanig gewonden is, dat hij kan worden gesplitst in twee enkelspoels elementen.
Spruce - Sparrenhout, houtsoort die veel wordt gebruikt bij de bouw van akoestische gitaren. Sitka Spruce is gitaarhout van een Noordamerikaanse conifeersoort.
Spruced top - Bovenblad van een gitaar dat gemaakt is van sparrenhout. In de Amerikaanse gitaarbouw wordt veel sparrenhout uit het Noorden van de VS en Canada gebruikt.
Staartstuk - Zie: tailpiece.
Staccato - Muziektheoretische uitdrukking voor het voortbrengen van kort-afgestoten gespeelde noten. Staccato is het tegengestelde van legato.
Stagefright - Podiumangst. The Band maakte er in de 1970's een mooie song over met deze titel.
Stagepiano - Letterlijk: podium piano. In principe is elke piano natuurlijk op een podium te bespelen. In dit geval worden echter specifieke elektrische piano's bedoeld die er min of meer speciaal voor zijn gemaakt om mee te nemen als popbands op toernee gaan. Vaak is de behuizing niet van hout, maar van kunststof of metaal. Een beroemde vroege stagepiano is de Fender Rhodes uit 1970.
Stageplan - Podium plattegrond met daarop aangegeven de opstelling van de instrumenten, effecten, microfoons, drumkit, versterkers en monitoren. Van het stageplan wordt de zogenaamde 'priklist' afgeleid.
Standard - Wordt een compositie aangeduid als een 'standard', dan wordt hiermee in het algemeen een bekend song uit het zogenaamde repertoire van jazzstandards bedoeld.
Steelstring - Algemene benaming voor een akoestische gitaar met stalen snaren. Steelstrings bestaan pas sinds het begin van de 1920's, nadat zowel in de VS als in Oostenrijk goede stalen snaren werden ontwikkeld. In het algemeen worden alleen akoestische gitaren met een vlak bovenblad steelstrings genoemd. Gitaren met stalen snaren, een holle klankkast en een gewelfd bovenblad, worden geen steelstrings maar archtops genoemd. Een vrij algemene tweede benaming voor steelstrings is westerngitaar.
Steinway - Eén van de beroemdste pianobouwers ter wereld. Grondlegger is Heinrich (later Henry) Engelhard Steinway, in 1797 geboren in de Duitse stad Wolfshagen. Nadat deze meubelmaker in Duitsland 482 piano's maakte, verhuisde Heinrich in 1853 naar de USA en vestigde hij zijn bedrijf in een schuur in Manhattan. In augustus leverde Heinrich met zijn zonen (Steinway & Sons) zijn eerste 'Amerikaanse' piano af in zijn nieuwe moederland, een instrument met serienummer 483. De Steinway piano's domineren tot aan de dag van vandaag de concertzalen voor klassieke muziek vanwege hun typerende klankkleur, maar ze worden ook veel gebruikt in de populaire muziek.
Stemplooi - Kraakbeenachtige trilspiertjes bij het strottenhoofd die de (zang)stem voortbrengen. Stemplooien zijn bij mannen doorgaans maximaal circa 2,1 centimeter, bij vrouwen ongeveer 1,5 centimeter.
Stemsleutel - Het mechaniek waarmee snaren van een basgitaar of gitaar worden opgewonden en gestemd. Aan de headstock zijn er meestal minimaal vier te vinden bij een basgitaar en minimaal zes bij een gitaar. Worden ook wel stemmechaniek of stemschroef genoemd.
Stingray - In 1976, ruim tien jaar nadat hij Fender verkocht aan CBS, ontwierp Leo Fender een basgitaar voor Music Man. Andermaal toonde Fender zich een vernieuwer, want zijn Stingray basgitaar was uitgerust met baanbrekende actieve elektronica van Tom Walker, maar had ook een (destijds ongebruikelijke) 3+1-punts headstock én een ovalen slagplaat die de aandacht trok.
Stip - Stijgen met stip, met stip gestegen. Het zijn uitdrukkingen die willen zeggen dat een hitsingle zeer sterk in opmars is binnen de hitparade, hetgeen op print vaak met een stip wordt benadrukt. De uitdrukking is afkomstig uit de VS, waar je kon stijgen 'with a bullet'. De Britse zanger Peter Skellern maakte in de 1970's een single over dit onderwerp: 'I'm eighteen with a bullet'.
Stradivarius -Beroemdste vioolbouwer, leefde van 1644 tot 1737, afkomstig uit Noord-Italië. Leerde het vak bij de beroemde familie Amati. Bouwde in 1665 zijn eerste viool. In totaal bouwde hij ongeveer duizend instrumenten, waarvan ongeveer 540 violen. Zijn overgebleven violen behoren tot de meest kostbare en meest gewilde muziekinstrumenten.
Strap - Binnen de muziek de Engelse aanduiding voor de draagband van een (bas)gitaar.
Strap pin - De (meestal metalen) knop aan een gitaar waaraan de gitaarband kan worden bevestigd.
Strat - Zie: Stratocaster.
Stratocaster - Een strat, stratmodel of Stratocaster is de massieve elektrische gitaar die de Amerikaanse bouwer Leo Fender in 1954 ontwierp. Het is met de Gibson Les Paul het meest door derden nagebootste model binnen de elektrische gitaar industrie.
String through body - String through body gitaren zijn instrumenten waarbij de snaren door de massieve kast van de gitaar heenlopen en de snaren bevestigd zijn aan de achterkant van de body.
Strummen - Of strumming, afkomstig uit het Engels. Het ritmisch akkoordenspel op de gitaar.
Style - Zie: Begeleidingsautomaat.
Subgroep - Term uit de audiowereld die duidt op keuzes aan de mengtafel, waarbij de gebruiker op elk kanaal kan bepalen of hij het signaal naar een zogenaamde subgroep stuurt. Het idee erachter is dat de signalen die bij elkaar horen, zoals alle sporen van met drums, op een eigen subgroep te plaatsen zijn, zodat ze zich met één of twee faders laten instellen ten opzichte van bijvoorbeeld andere subgroepen. Als een mengtafel wordt aangeduid met 24-8-2 dan betekent het dat de mengtafel 24 kanalen, 8 subgroepen en een stereo output heeft.
Sunburst - Populaire kleur van body's van elektrische en akoestische gitaren. De kleur verloopt van zwart-bruinig aan de buitenranden naar oranje-gelig in het midden, een beetje alsof de zon op doorbreken staat. Liefkozend worden dergelijke gitaren ook wel 'burst' genoemd, hoewel hiermee door sommigen ook een specifieke Gibson Les Paul wordt bedoeld.
Supercardioid microphones - Zie: hypercardioid microphones.
Sustain - Het effect van het lang laten doorklinken van een toon. Een lange sustain kan worden voortgebracht door de manier van spelen, maar ook het gebruik van bepaald materiaal bij de bouw van een instument kan invloed hebben op de lengte van de sustain. Sustain wordt ook kunstmatig opgewekt via bijvoorbeeld vaste voetpedalen (toetsinstrumenten) en losse effect apparatuur (gitaar). Bij toetsinstrumenten wordt het sustainpedaal ook wel een 'damper' genoemd.
Swamprock - Stroming binnen de rockmuziek van de 1990's en 2000's. Een vet soort rock dat aanvankelijk vooral werd gemaakt in de zuidelijke staten van de VS.
Sweepable EQ - Een ander begrip voor parametrische of semi-parametrische eq. Sweepable betekent dat de frequentie waarop de eq werkt kan varieëren.
Sync - Vorm van synchronisatie. Er zijn talloze soorten synchronisatie standaards: naast sync onder meer MTC, SMPTE, VITC. Sync stamt uit de tijd dat midi nog niet bestond. Een sync apparaat stuurt een pulsje uit waarop een ander apparaat synchroon gaat lopen, bijvoorbeeld een drummachine gaat synchroon lopen op een sequencer.
Synchronisatie - Verschillende methoden om verschillende apparatuur zoals multitrack recorders, videorecorders, sequencers en drummachines synchroon aan elkaar te laten lopen.
Synthesizer - Elektronisch instrument, vaak voorzien van toetsen of touchpads, dat met gebruikmaking van oscillatoren (spanningswisselaars), filters, envelopes en versterkers een veelheid aan klanken kan voortbrengen. De naam is ontleend aan synthese ofwel 'kunstmatig samengesteld'.

T

Tablatuur - Veel gebruikte vorm van muzieknotatie voor de (zessnarige) gitaar zonder notenschrift. De gitaarhals wordt hierbij voorgesteld als een doorlopende balk met de zes lijnen, waarop met cijfers de vingerzetting wordt aangegeven. Met name door internet werd tablatuur een uiterst populaire vorm van muzieknotatie voor gitaristen, maar het was een methode die zeker in de zestiende eeuw ook al voor spelinstructies voor de luit werd gebruikt.
Tailpiece - Letterlijk: staartstuk. Gitaren waarbij de snaren bevestigd zijn aan een speciaal staartstuk dat veelal aan de 'staart' van de klankkast is bevestigd. Tailpieces komen vooral veel voor bij hollowbody gitaren (zoals jazzgitaren ofwel archtops) maar soms ook bij solidbody's. Beroemd zijn de tailpieces van Paul Bigsby, onder meer toegepast door Gretsch en Gibson.
Telecaster - Na de Les Paul van Gibson en de Strat of Stratocaster van Leo Fender waarschijnlijk het populairste elektrische gitaar model. De Telecaster is ook het oudste solidbody model. De Amerikaanse gitaarbouwer ontwikkelde het model in 1949 en in 1950 kwam het oorspronkelijk onder de naam Broadcaster op de markt. Omdat er reeds een drumkit bestond met de naam Broadkaster (van Gretsch Drums) werd de naam spoedig gewijzigd in Telecaster.
Telharmonium - Door Thadeus Cahill in New York gebouwd legendarisch elektro-mechanisch muziekinstrument dat functioneerde op basis van toonwielgeneratoren. De telharmonium wordt beschouwd als voorloper op het gebied van elektronische instrumenten en synthesizers en werd in 1896 opgesteld in de Telharmonic Hall in New York. Het immense instrument (dat meerdere verdiepingen in het gebouw in beslag nam) kon op abonnementsbasis worden beluisterd via het Newyorkse telefoonnet.
Terts - Een terts omvat twee tonen. Een stuk een terts hoger (of lager) spelen, wil dus zeggen dat het twee tonen hoger (of lager) gespeeld wordt dan oorspronkelijk genoteerd staat.
Tenorsax - Zie: saxofoon.
Thinline - Bepaald type elektrische gitaar. Zie: semi-hollowbody's.
Theremin - De theremin ontleent zijn naam aan zijn uitvinder, de Russische natuurkundige Lev Termen (die zijn naam later veranderde in Leon Theremin). Hij ontwikkelde het instrument in 1919. Het instrument is uniek, omdat het bespeeld wordt zonder het aan te raken. De theremin bestaat uit een systeemkast met daarop twee antennes (verticaal en horizontaal geplaatst), waarmee respectievelijk de toonhoogte en het volume kunnen worden beïnvloed door met de handen het spanningsveld rondom de antennes te veranderen. Als de bespeler met zijn hand de verticale antenne benadert, loopt de toonhoogte op. Benadering van de horizontale antenne geeft een lager volume. Binnen de poprock maakte onder meer Led Zeppelin voor zijn platen gebruik van de theremin. De theremin wordt beschouwd als een voorloper van de voltage controlled synthesizers.
Thru Body - Ook wel: through body. Zie Neck-Through Body.
Thumb-brush - Gitaarspeeltechniek waarbij de bastonen op de lage snaren met de duim worden aangeslagen en de hoge snaren dadelijk daarna met de vingertoppen of het oppervlak van de nagels worden aangeraakt.
Thumbpick - Een gitaarplectrum dat om de duim van de bespeler geschoven kan worden.
Timeclock - Zie: clock.
Time Signature - Functie op onder meer veel keyboards en drummachines. Hiermee is de maatsoort in te stellen, bijvoorbeeld welke slag in de maat een extra accent moet krijgen.
Timestretching - Timestretching wil zeggen dat een stuk audio wordt uitgerekt, iets dat veelal gedaan wordt met behulp van de computer en specifieke audiosoftware.
Tirando - Vorm van fingerpicking, speeltechniek die vooral veel wordt gebruikt door bespelers van de klassieke gitaar, waarbij de snaar wordt geplukt met de vingers.
Toets - De zwarte en witte toetsen op de piano, het orgel of een keyboard. Tussen een witte en een daarnaast liggende zwarte toets zit steeds een halve toon verschil. In het Engels: key. Toets van een gitaar: zie fingerboard.
Toonrichel - Zie: frets.
Topkam - Het kamvormige zadeltje tussen de hals en de headstock van een gitaar of bas, dat ervoor zorgt dat de snaren naar de stemmechanieken geleid worden zodat de snaren onderling dezelfde afstand houden. Door menigeen wordt in het Nederlands de topkam ook wel aangeduid als 'brug', hetgeen zorgt voor verwarring omdat 'bridge' in het Engels feitelijk de unit is waar de snaren op de klankkast of body van een gitaar bevestigd zijn. De topkam wordt ook wel gewoon 'kam' genoemd, maar feitelijk is topkam de meest duidelijke aanduiding. In het Engels wordt de topkam 'nut' genoemd.
Toplock - Zie: Locking Nut en Flloyd Rose.
Total recall - Term uit de studiowereld. Total recall wil zeggen dat de instellingen van de mix van een opname helemaal weer kunnen worden ingesteld zoals ze bij de laatste opname zijn ingegeven. Het gaat hierbij met name om de effect-instellingen op de mengtafel. Om total recall mogelijk te maken zijn zowel mechanische als digitale middelen beschikbaar. Zie ook: instant recall en fader-automation.
Toucher - Term uit de pianomuziek. Het woord zegt iets over de wijze waarop pianisten hun toetsen aanslaan.
Touchpad - Knop - vaak gemaakt van een rubberachtige kunststof - die je niet of nauwelijks hoeft in te drukken om hem een functie te laten uitvoeren. Vaak zitten er geluidseffecten of ritmische percussiegeluiden onder. Touchpads komen voor op onder meer keyboards, synthesizers, drummachines, samplers en deejaygear.
Touch responce - Engels voor 'aanslaggevoelig', zie daar. Soms wordt in het Engels het begrip 'touch sensitive' gebruikt.
Tracksheet - Studioterm. Op een tracksheet - vrij vertaald een sporenlijst - wordt bijgehouden op welk spoor van de mengtafel en de recorder welke partijen (bijvoorbeeld gitaar, zang, de verschillende drumonderdelen) zijn ingespeeld bij een opname.
Trance - Stroming binnen de dance muziek die opkwam aan het einde van de twintigste eeuw. Deze elektronische muziek kenmerkt zich door uptempo ritmes afgewisseld met lange melodieuze stukken, snelle en dromerige passages wisselen elkaar bij trance af.
Transducers - Synoniem voor pickup ofwel element, bijvoorbeeld voor een elektrische gitaar.
Transductie - Het proces waarbij geluidstrillingen worden omgezet in elektrische stroompjes of wel spanningswisselen. Mechanisch-akoestische energie wordt als het ware veranderd naar elektrische energie, noodzakelijk om geluid elektrisch te kunnen versterken. Het proces van transductie vindt plaats in onder meer gitaarelementen en microfoons.
Transponeren - Een instrument of een muziekstuk in zijn geheel in een andere toonsoort zetten.
Traverso - De eerste fluit die was voorzien van een klep, in het laatste kwart van de zeventiende eeuw vermoedelijk in Frankrijk uitgevonden. De traverso was ook de eerste fluit die was onderverdeeld in drie stukken, een kop, een middenstuk en de voet (waaraan ook de klep was bevestigd).
Trekstang - Zie: halspen.
Tremelo - Tremelo is het effect waarbij een noot of enkele noten snel achter elkaar worden herhaald. De naam wordt vaak ten onrechte ook gebruikt voor de vibrato hendel op elektrische gitaren (tremelo arm, tremelo hendel). Dat komt door Leo Fender. Hij noemde een geluidseffect in een van zijn vroege versterkers tremelo, terwijl het een effect was dat niet meer deed dan het signaal in toonhoogte te laten schommelen en het dus geen noot of noten herhaalde. Toen hij in 1953 de baanbrekende brug-vibrato ontwikkelde voor het nieuwe Stratocaster model, noemde hij deze constructie abusievelijk tremelo. Vibrato wordt echter veroorzaakt door variatie met toonhoogten, terwijl tremelo het variëren met geluidsweergave is. Bij strijkinstrumenten wil tremelo zeggen: het snel met de strijkstok heen en weer bewegen over dezelfde snaar en bij dezelfde noot. Zie ook: vibrato.
Treshold - Engels voor 'drempel'. In de audiowereld wordt met het begrip treshold de drempelwaarde bedoeld waarboven (of waaronder) een bepaald effect (automatisch na instelling) toegepast moet worden. Tresholdwaarden worden meestal uitgedrukt in decibellen.
Trigger - Apparaat dat synchroon gekoppeld kan worden aan de loop van een primair apparaat. De twee functioneren hierdoor wel gelijktijdig, maar functioneren desalniettemin onafhankelijk van elkaar. Feitelijk een vorm van gear synchronisatie.
Triool - Een triool is een maatvoering waarbij een noot in drie gelijke partjes is verdeeld. Binnen de populaire muziek werd de triool een veelgebruikte maatvoering ten tijde van de rock & roll.
Troetelschijf - Zie: Alarmschijf.
Truss rod - Zie: halspen.
Truss rod bullet - De wel gebruikte Engelstalige aanduiding voor de knop van de halspen (truss rod) zoals die bijvoorbeeld zichtbaar is net boven de topkam bij veel Stratocasters.
Tube - Radiobuis, elektronenbuis. Tube amps zijn versterkers met radiobuizen. Zie ook: valve.
Tune-o-matic Bridge - Bekende brugconstructie voor elektrische gitaar, oorspronkelijk voor de Gibson Les Paul Custom in 1953 door Ted McCarty ontworpen. De brug is met twee metalen staafjes bevestigd aan de top van de body en heeft beweegbare zadels om de intonatie van de snaren te regelen.
Tuner - Apparaatje om een instrument te stemmen. De term wordt ook wel gebruikt voor de aanduiding van een radiotoestel zonder eigen versterker en speakers. Dan duidt de naam op het 'afstemmen' op de gezochte frequentie. Verder wordt 'tuner' in de Engelse taal gebruikt voor het aanduiden van stemmechanieken van bijvoorbeeld gitaren.
Tussenstandje - Vakjargon van elektrische gitaristen, ontleend aan de in-between stand van Fenders elementenschakelaar. Zie voor verdere uitleg: in-between.
Tweeter - Luidspreker (speaker) voor hoogfrequentie tonen (hoge tonen). Tweeters hebben een kleinere diameter dan woofers (voor lage tonen) omdat de geluidsgolven van hoge frequenties veel korter zijn.
12 (Twelve) inch - Vinyl single op het formaat van een langspeelplaat, ofwel maxi-single. Deze geluidsdrager kwam in zwang aan het einde van de 1970's, tijdens de hoogtijdagen van de discomuziek. Er was toen behoefte aan langere versies van discosongs en deze kwamen kwalitatief beter tot hun recht op de 12-inch (formaat: 12 inch ofwel 30 centimeter) dan op single (7 inch ofwel 17 centimeter). Na de opkomst van de nieuwe dancemuziek aan het einde van jaren 198'0 kwam de 12-inch opnieuw in gebruik en verdween hij niet meer van het toneel.

U

UHF - Afkorting van: Ultra-High Frequency ofwel Ultra-Hoog Frequentie. Binnen de draadloze systemen voor bijvoorbeeld microfoons, verdrongen de UHF-systemen de VHF-systemen omdat ze meer keuzemogelijkheden bieden en in het algemeen minder storingsgevoelig zijn.
Unidirectional microphones - Ofwel: richtmicrofoons. Het is de Engelse benaming voor microfoons die met name signaal oppakken dat uit een bepaalde richting komt. Deze microfoons zijn dus minder gevoelig voor omgevingsgeluid. Worden ook wel cardioid microfoons genoemd.
Unisono - Unisono houdt in dat alle instrumenten dezelfde melodie spelen. Bij de synthesizer betekent het dat alle stemmen (voices) worden gebruikt voor één klank.
USB - Afkorting voor Universal Serial Bus, een standaard kabelaansluiting voor computers. Met USB uitgeruste hardware kan op de computer worden aangesloten en dadelijk functioneren zonder dat een herstart van de computer nodig is voor initialisatie.
User preset - Geheugenplaatsen op (meest) digitaal instrumentarium die door de gebruiker zelf zijn in te vullen, zodat ze bij later gebruik weer eenvoudig kunnen worden opgeroepen. Zie ook: presets.

V

Valve - Radiobuis, elektronenbuis. De benaming valve wordt vaker gebruikt in de Britse muziekindustrie (Marshall, Vox) terwijl men in de VS meestal spreekt van tubes.
Variax - Gitaarmerk van de Amerikaanse firma Line 6. Het gaat hierbij om zogenaamde modelling gitaren, waarmee de karakteristieke geluiden van gitaren uit het verleden zijn na te bootsen. Line 6 presenteerde in 2002 zijn eerste Variax modellen en baarde er veel opzien mee.
VCA - Afkorting van Voltage Controlled Amplifier ofwel een spanningsgestuurde versterker.
VCF - Afkorting van voltage controlled filter, een filter dat zich vaak bevindt in synthesizers.
Versterkertop - Voor de versterkertop wordt vaak de Engelse benaming 'head' gehanteerd. Het gaat om een losse versterkerkast, die in het algemeen geplaatst wordt bovenop het speakerkabinet van gitaristen en bassisten. Zijn de (eind)versterker en de speakers gecombineerd in één behuizing, dan is er sprake van een combo ofwel combo-versterker.
VHF - Afkorting van Very High Frequency.
Vibrato - Populair effect op de elektrische gitaar dat teweeg wordt gebracht door een hendel bij het staartstuk op en neer te bewegen. Hierdoor wordt de trek op de snaren veranderd en verandert de toonhoogte. De vibrato hendel brengt een zangerig-jankend effect teweeg. Vibrato kan met de gitaar ook worden voortgebracht door ritmisch de gitaarhals heen en weer te zwaaien of door een snaar met een vinger op te drukken en daarna weer naar zijn positie te laten terugkeren. Vibrato zit ook als effect op veel gitaarversterkers. Het effect is vergelijkbaar met de pitchbends op keyboards en draaitafels. Een van de beroemdste vibratosystemen is ontwikkeld door Paul Bigsby in de 1950's. Baanbrekend is verder de constructie die Leo Fender in 1953 ontwikkelde voor het nieuwe Stratocaster model, een vinding die hij ten onrechte aanduidde als tremelo. Vibrato wordt echter veroorzaakt door variatie met toonhoogten, terwijl tremelo het variëren met volume is. De gebruikte namen voor vibratosystemen zijn talrijk: wang bar, whammy (bar), vibrato bridge, slush lever, trem en tremelo. De laatste twee zijn feitelijk onjuist. Bij strijkers wordt vibrato veroorzaakt door met de linkerhand (als men rechts speelt) licht de snaar te beroeren. Zie ook: tremelo.
Vintage - Een begrip uit de Engelse taal dat gebruikt wordt om wijnen van een bepaald soort rijping aan te duiden. Binnen de muziekwereld wordt het gebruikt voor instrumenten met een zekere verzamelaarswaarde. Eenduidig is de omschrijving niet. In het algemeen wordt vintage gebruikt voor de aanduiding van gitaren die gemaakt zijn voor 1970 en meestal niet meer geproduceerd worden of modellen die een tijd niet meer geproduceerd zijn. In de keyboard- en synthesizerwereld worden instrumenten van aanmerkelijk jongere datum soms al aangeduid met vintage.
Viool - Van oorsprong Italiaanse instrument, voor het eerst in een goed bruikbare uitvoering gebouwd door vermoedelijk Gasparo da Salò in Brescia, die leefde van 1540 tot 1609 en verder ontwikkeld door het geslacht Amati in Cremona en nadien verfijnd door grote bouwers als Andrea Guarneri (1626-1698) en Antonio Stradivarius (1644-1737).
Virtual Guitar - Apparaat of software dat gitaargeluid genereert en waarbij de gebruikers parameters naar zijn hand kan zetten. De term is oorspronkelijk gelanceerd door de Japanse fabrikant Roland. Het Hamburgse softwarehuis Steinberg kwam in 2002 met software onder de naam Virtual Guitarist.
Visgraatmotief - In het Engels: herringbone. Een visgraatvormig afgewisseld zwart-wit motief dat veel wordt gebruikt ter verfraaing van akoestische gitaren, onder meer rond de klankgaten en voor de bindingen. Het is populair gemaakt door C.F. Martin Guitars en daarna gemeengoed geworden bij veel bouwers van akoestische gitaren.
Vocoder - Stemvervormer. Bekend is onder meer de vocoder van de Japanse firma Korg. Oorspronkelijk was het woord een samentrekking van 'voice coder', een apparaat dat in 1939 door het Amerikaanse leger voor militaire doeleinden is ontwikkeld en in staat was stemmen te coderen.
Voice - Letterlijke betekenis: stem. Voice is tevens de aanduiding (oorspronkelijk op Yamaha apparatuur) voor klankprogramma's.
Voice, the - Bijnaam van de Amerikaanse zanger Frank Sinatra.
Voorversterker - In het Engels: preamp (pre-amplifier). Voorversterkers zitten onder meer in instrumenten (zoals elektrische en elektro-akoestische gitaren) en zijn bedoeld om de zwakkere elektronische signalen een 'oppepper' te geven alvorens te worden doorgegeven naar de eindversterker (amp).
VST Instrument - VST is de afkorting van Virtual Studio Technology. Een VST Instrument is dus een zogenaamd virtueel muziekinstrument. Het is over het algemeen software die de computergebruiker in staat stelt de klank van fysieke muziekinstrumenten (vaak successen van tientallen jaren geleden) zo goed mogelijk na te bootsen. Met name aan het einde van de 1990's en vanaf 2000 kwam een hausse aan VST instruments op gang. Eén van de bekendste fabrikanten en voorlopers op het gebied van VSTi-software is het Duitse bedrijf Steinberg, maker van onder meer Virtual Guitarist en Groove Agent (virtuele drums).
V Style - V-stijl. Geeft de vorm van een specifiek soort elektrische solidbody gitaar aan, namelijk modellen die lijken op de originele Flying V van Gibson, een raketvormige gitaar die veel nagebootst is.
VU-meter - Letterlijke betekenis: volume unit meter. Een functie - vaak ingebouwd in andere apparatuur - voor weergave van het volumeniveau en voor dit doeleind nauwkeuriger als de zogenaamde 'peakmeters'.

W

Wah Wah - Eén van de bekendste en oudste geluidseffecten voor de elektrische gitaar. Het geluidseffect wordt bereikt door de middenfrequenties van het bespeelde frequentiegebied op en neer te laten golven binnen het totale audiobeeld. Hierdoor ontstaat het zogenaamde wah-wah effect, dat je kunt oefenen met je mond door wah-wah uit te spreken terwijl je voortdurend je lippen sluit en weer opent. De Britse versterkerbouwer Vox bracht in 1967 als eerste een wah wah pedaal op de markt. Tot de pioniers op de wah wah behoorden destijds Jimi Hendrix en Eric Clapton. Het wah-effect wordt ook wel omschreven als 'stemachtig toonfilter'.
Wang Bar - Bijnaam van het vibratosysteem voor elektrische gitaren. Zie ook: whammy bar en vibrato.
Westerngitaar - Akoestische gitaar met plat bovenblad en stalen snaren. Zie verder: steelstring.
Whammy Bar - Liefkozende bijnaam voor het vibrato systeem op elektrische gitaren. Zie ook: vibrato en wang bar.
Wireless - Draadloos, veelal gebruikt voor de aanduiding van draadloze microfoonsystemen.
Woofer - Luidspreker (speaker) voor de weergave van lage tonen. Woofers hebben een veel grotere diameter dan tweeters, omdat de geluidsgolven van lage tonen veel langer zijn dan van hoge tonen.
Wordclock - Een aansluiting die ervoor moet zorgen dat de interne digitale klokken van verschillende apparaten gelijk lopen. De wordclock wordt gebruikt als er meer dan twee digitale audio apparaten gekoppeld moeten worden en is vooral bedoeld om storingen in digitale signalen te voorkomen.
Wound strings - Wound strings ofwel omwonden snaren, zijn in het algemeen de drie laagtonige snaren op de gitaar, de snaren die omwonden zijn met draden van metaal.

X

X-brace - Ook wel: X-bracing. Constructie van latten in X-vorm ter versteviging van de binnenkant van de klankkast van akoestische gitaren (meest western gitaren, steelstrings). Gitaarbouwer C.F. Martin kwam in de 1850's als eerste met deze X-brace, die noodzakelijk was geworden doordat akoestische gitaren werden voorzien van steeds grotere klankkasten om meer volume te kunnen produceren.
X-factor - Term die vooral gebruikt wordt door talentscouts in de muziek en entertainment. De x-factor is het samenstel van talent, uitstraling, vaardigheden, voorkomen en charisma waarop beoordeeld wordt of iemand wel of niet kans op succes heeft. Onder de x-factor worden ook ongrijpbare elementen begrepen die op de mate van succes van invloed kunnen zijn.
XLR - Een plug standaard voor met name microfoon kabels. Het is een robuuste metalen plug met drie pinnetjes of drie gaatjes. Wordt ook wel canon genoemd. XLR’s worden ook toegepast bij line-signalen voor professionele apparaten in met name de audiowereld.
Xylofoon - Xylo is het Griekse woord voor 'hout', 'foon' betekent geluid. Xylofoon wil dus vrij vertaald zeggen: geluid van hout. Door de xylofoon aan te slaan met slagknuppels, gaan de toetsen van toonhout (vaak palissander) resoneren (overigens zonder enige vorm van sustain). Deze resonantie wordt in verschillende toonhoogten overgebracht via houten geluidspijpen (oorspronkelijk vaak bamboe) van verschillende lengte die onder de toetsen hangen. Het percussie-instrument heeft zijn oorsprong in de etnische muziek uit onder meer Afrika, Indonesië en Latijns Amerika (de grotere Marimba). In de 1830's deed de xylofoon zijn intrede binnen klassieke orkesten.


Y

Yamaha - Japans bedrijf dat in de tweede helft van de twintigste eeuw uitgroeide tot 's werelds veruit grootste producent van muziekinstrumenten en audio apparatuur. De basis voor het concern werd gelegd door Torakusu Yamaha (1851-1916), die in 1889 voor het eerst een orgel bouwde. De internationale expansie van Yamaha kwam pas vanaf 1953 op grote schaal op gang. Yamaha maakt onder meer elektrische en akoestische gitaren, basgitaren, drumstellen, blaasinstrumenten, keyboards, vleugels, synthesizers en veel andere instrumenten, maar ook audio apparatuur en (sinds 1955) wegmotoren.
Y-kabel - Gesplitste kabel, om een signaal van één naar twee uitgangen of ingangen te splitsen.


Z

Zadel - Onderdeel van de brug op de klankkast van een gitaar. Het gaat om een strip (van botmateriaal, metaal of kunststof) die in een uitsparing op de brug zit en waarover de snaren gespannen zijn. Het zadel heeft ook tot doel de resonantie van de snaren in de klankkast te versterken. In het Engels: saddle.
Zeepklopper - Bepaalde type blokvormige microfoons dat doet denken aan ouderwetse zeepkloppers die bij het doen van de was in vroeger jaren werden gebruikt. De zeepklopper-vormige microfoons werden vooral rond de eerste helft van de twintigste eeuw populair. Vaak wordt ook het specifieke model D-12 van de Oostenrijkse fabrikant AKG bedoeld.
Zimmy - Ook wel: Zim. Bijnaam van de Amerikaanse folk- en rockzanger Bob Dylan. De naam is ontleend aan zijn werkelijke achternaam Zimmerman.
Zijblad - De gebogen houtverbinding die het bovenblad (top) en het achterblad (back) van een gitaar bijeenhoudt. In het Engels wordt het zijblad vaak 'sides' genoemd.
Zwaluwstaart - Zie: dovetail.
Zydeco - Muziekstroming uit de Verenigde Staten, de regio die grofweg ligt tussen New Orleans (Louisiana) en Houston (Texas). Mengvorm van de blanke cajunmuziek en de overwegend door zwarten gemaakte rhythm & blues.


Bron: Popmuzikant.nl