Tamboerijn
Een tambourijn
(lijsttrommel) bestaat uit een eenvoudige houten ring. Daarover is al dan niet een vel gespannen.
In de ring zijn metalen schijfjes geplaatst die meetrillen
als op het vel wordt geslagen of met het instrument wordt geschud. Soms wordt ook met 1 vinger over het vel gewreven
waarbij dit op een snelle manier vibreert, en zo een apart geluid voortbrengt. Hier een uitvoering met een vel,
dat als een handtrommel bespeeld kan worden.
Beatring
In allerlei uitvoeringen. Geluid verschilt naar gelang aantal schellen, materiaal,
materiaaldikte enz.
Bespelen door schudden en slaan op de andere hand.
Conga
Conga's worden in
Latijns-Amerika in bijna alle soorten muziek gebruikt
alhoewel ze waarschijnlijk uit Afrika afkomstig zijn. De conga is ook ingeburgerd in veel westerse
muziek. Ze hebben de vorm van een smalle, hoge ton
die aan de onderzijde open is. De ring die het vel bovenaan
gespannen houdt, is lager dan de bovenzijde van de ton.
Zo kan de speler het hele oppervlak van het vel gebruiken
zonder zijn handen te bezeren aan de rand.
Conga's worden meestal per paar gebruikt en met de handen
bespeeld, door verschillende manieren van aanslaan
(met de vingers of de palm, in het midden of langs de rand)
kan men heel wat verschillende klankkleuren en
toonhoogten verkrijgen. Je vind je in 3 groottes. De
grootste heet "tumba" of "tumbadora", de middelste "conga",
"tresgolpes" of "tresdos", de kleinste heet "quinto". Soms
zie je nóg grotere of nóg kleinere. Bespeling met de hand,
de conga moet los van de vloer zijn, door hem tussen je
benen te houden of op een standaard te zetten.
Door het vel op verschillende manieren te raken krijg je er
verschillende geluiden uit, van laag tot heel hoog (slap).
Bongo's
Bongo's zijn kleine trommels
(15-20 centimeter diameter) afkomstig uit Latijns-Amerika. Net als de conga's worden ze per paar bespeeld. De ene trom is wat kleiner en lager
dan de andere en zal dus ook een ander geluid produceren. De kleine trommel heet "hembra", de grote
"macho", resp. "man" en "vrouw" dus!
Bespeling met vingers en duim. Je kunt ze zittend bespelen
met het instrument tussen je knieën, maar in het orkest worden ze meestal op een standaard geplaatst en rechtstaand
bespeeld. Ook hier kan je weer op verschillende manieren je handen en vingers gebruiken om allerlei
klankkleuren te krijgen.
Cabasa, afuche
Stalen draden met stalen
kralen om een blikken cylinder. Bespelen draaien en met de
andere hand de kralen te verschuiven.
Castagnetten (kleppers)
Spaans instrument van twee hardhouten schelpen die met het
touwtje om de vingers gespannen worden en dan
met de vingers worden bespeeld. Er zijn ook castagnetten met
een veer er tussen, die met een stok kunnen worden bespeeld.
Triangel
In een driehoek gevouwen
metalen staaf. Bespeeld door er met een metalen staafje op
te slaan.
Door de triangel met de hand vast te houden kun je door
lange en korte (afgedempte) tonen spelen een groove neerzetten.
Helaas kennen de meeste mensen de triangel alleen van zijn
suffe rol in een klassiek stuk, waar de slagwerker dan op tel 1 in maar 362 de juiste tik moet geven...
Woodblock
Hol hardhouten blok dat met
stokken wordt bespeeld. Hogere of lagere klank aan de hand
van de grootte. Feitelijk een kleine spleetrom.
Claves
Hardhouten stokken die tegen
elkaar worden geslagen.
Hoog en hard geluid.
Spelen in latin music het basisritme, de clave, vandaar de
naam.
Cowbell, koebel
Is in feite een koeienbel,
maar dan zonder de klepel.
Wordt bespeeld met stokken.
Vaak ook met een beugel aan een drumstel gemonteerd.

Agogo bells
Twee bellen van
verschillende grootte. Klank als een hoge cowbell. Bespeling
met een stok.
Door de gebogen stang met de hand in te knijpen, komen de
bellen tegen elkaar en ontstaat nog een derde klank.
Vaak worden agogobells ook aan een standaard gemonteerd bij
een drumstel of bij timbales.
Timbales
Paar ondiepe hoog gestemde
metalen trommels.
Bespeeld met dunne stokken. Er wordt geslagen op het vel, de
rand en op de zijkant voor verschillende sounds.
Vaak zit er een cowbell of een paar agogobells op
gemonteerd, die dan ook door de timbalero bespeeld worden.
Chimes
Opgehangen klankstaafjes van
verschillende lengtes.
Wordt bespeeld door met de hand of met een stok langs de rij
te strijken, waardoor de staafjes tegen elkaar aan tikken. Klank hangt af van lengte, materiaal en aantal
staafjes, in enkele of dubbele rij.
Vibraslap
Oorspronkelijk een
ezelskaak, waarvan de tanden rammelden als je er op sloeg.
De nieuwe versie is wat bedrijfszekerder! Als je een klap op
de bal geeft, krijg je een rammelend effect "krrrrrrrrrr".
Berimbeau, berimbao
Een houten boog met een
kalebas er aan, die als klankkast dient.
Met een stokje en een shaker in je hand sla je ritmische
patronen tegen de snaar.
Met een munt kun je de snaar verkorten om de toon hoger en
lager te maken.
Door de kalebas met de open kant tegen je aan te houden of
niet kun je ook nog de klank variëren.
Cajon
Oorspronkelijk door slaven
gebruik als vervanging van de trommels die hun verboden
waren.
Bespelen door er op te zitten en er met de handen op te
slaan.
Aan de binnenkant zitten ook nog snaren, die een soort "snaredrum
geluid" kunnen maken.
Als je op het midden slaat krijg je meer bas. Door met de
hiel tegen de slagplaat te drukken kun je de toon ook nog veranderen.

Cuica, Quica
Foekepot, een vel met een
stokje er aan vast.
Door hier met een vochtige hand over te wrijven gaat het vel
klinken.
Je kunt de toon ook nog veranderen door met een vinger op
het vel te drukken.
Darabouka, darbukka,
derboukka
Instrument van aluminium of
koper, vaak mooi bewerkt.
Bespeling met de vingers en de hand. Instrument wordt op het
been gelegd of onder een arm geklemd.
Je kunt er hele hoge tonen uit halen, maar ook een diepe
bas. Noord Afrikaans
Djembé
Afrikaanse trommel met een
geitevel. Oorspronkelijke vorm wordt gestemd met touwen.
Zittend of staand (met een draagband) bespeeld met de
handen.
De djembé moet los zijn van de vloer, anders krijg je geen
bas.
Door op verschillende manieren het vel te raken krijg je er
verschillende klanken uit.

Egg, ei
Plastic ei, gevuld met
glskraaltjes. Soort shaker, maar dan zachter.

Guiro
Er zijn houten en metalen
uitvoeringen. Wordt bespeeld door met een stok over de
richels te schrapen.
Kalimba (duimpiano)
Door met de duimen van beide handen de metalen plaatjes aan
te tokkelen klinken de verschillende tonen.
Stemmen is mogelijk door de plaatjes te verschuiven.
Soms zitten aan de onderkant nog gaten in de klankast,
door deze met de vingers te openen en te sluiten variëert de
toon. Oorspronkelijk Afrikaans "Mbira", "Sanza".
Maracas
Oorspronkelijk gedroogde
kalebassen, gevuld met pitten of kiezels en gemonteerd op
een stok.
Tegenwoordig vaak kunststof en gevuld met glaskorrels.
Bespeling door er mee te schudden. Ook "sambaballen"...
Rainmaker, regenstok
De regenstok is gemaakt van
de uitgebloeide delen van een cactus.
Wanneer de delen nog groen zijn, worden de naalden naar
binnen gedrukt. Hierdoor ontstaat binnen de cactus een net
van naalden. Hierna word de cactus
gedroogd en gevuld met kleine zaden of kiezelsteentjes en
dan weer gesloten. Door beweging van de pijp wordt het
geluid van vallende regen nagebootst.
Shaker
Met glaskorrels gevulde huls
van metaal, hout of kunststof. Bespelen door er mee te
schudden.
Klank afhankelijk van materialen en grootte, talloze
varianten.
Shekere, chekeré
Een kalebas met een
vlechtwerk van kralen er om heen.
Bespelen door met de hand op de kralen te slaan.
Een kleinere maat geeft een hogere klank.
Udu
Vaastrommel, van keramiek,
tegenwoordig ook van kunststof. Vaas met een gat er in.
Bespelen door op de vaas te slaan, door het gat af te dekken
of niet ontstaan verschillende geluiden.
Sommige nieuwe uitvoeringen hebben ook nog een vel aan een
kant, voor extra geluidsmogelijkheden.
Met dank aan Popschool Maastricht,
www.popschoolmaastricht.nl